Dinsdag was het weer zo’n dagje waarop het allemaal tegenzat op en rond de trein. Ik besloot mijn fiets maar eens mee te nemen, want ik ging op het tweede gesprek voor een “jobaanbieding” (een doctoraat is geen job natuurlijk) woensdag. Terwijl combineren met een bezoekje aan de liefde van mijn leven natuurlijk. Met een overvolle rugzak trok ik naar het station. Stom genoeg was ik vergeten dat het dinsdag een feestdag was en dat de trein dus met een andere regeling reed. “Gelukkig” was de trein naar Antwerpen blijkbaar toch geschrapt, dus gemist had ik die niet echt. De mensen met bestemming Antwerpen werden verzocht de trein naar Brussel-Eupen te nemen (prima trein) en dan over te stappen in Gent. Met een fiets overstappen is niet fijn, maar bon, moeilijk gaat ook.
Ik bemachtigde één van de vele lege zitjes in de trein waarin mensen in de gang stonden geprest (ja, desalniettemin er plaats genoeg was). Daar zat een koppel Franstalige mensen, wat een kabaal maakten die. Ik hoorde de vetste lach ter wereld uit de mans mond rollen. Bah. Rustig lezen zat er weer niet in.
Eens in Gent aangekomen, nam ik mijn fiets van de trein en spoedde me naar het perron waar de trein naar Antwerpen zou komen. Nutteloos, want dat duurde nog wel 20 minuten. Door het wegvallen van de trein in Brugge was het bovendien zo dat er veel te veel volk op het perron stond. Nota bene moest ik vaststellen dat mijn achterband plots zo lek als een zeef was. Geen idéé waar dat gebeurd was, want ik had er niet meer op gereden na in het station van Brugge te zijn aangekomen. Sleurde ik die dus al mee voor niets. Plots werd ook nog aangekondigd dat de trein op spoor 7 zou vertrekken in plaats van spoor 2. Hop, nog eens zeulen met de fiets.
Toen de trein er eindelijk was, met lichte vertraging, werd het alleen maar erger. De trein zat tjokvol. Ik bleef zitten in de gang waar mijn fiets stond, helemaal vooraan de trein. Ik zat daar alleen, maar doorheen de wagon zag ik dat de andere gang van de wagon helemaal vol zat, ook in de gang. Ik prijsde me gelukkig daar alleen te zitten. Enkele oudjes kwamen naar de wc, want die was ook in deze gang. De wc heeft een deur met knopjes en gaat alleen zo open. Wat een geklungel toch weer! Mensen die trekken aan de deur, mensen die eerst op de knop om te sluiten drukken… Ik leg het hen beleefd uit hoe ze het moeten doen. “Groene knop. Binnen de rode knop en als de deur dicht is, dan op de sleutelknop drukken om te sluiten.” Te ingewikkeld blijkbaar: enkelen onder hen hadden dat sluiten niet goed begrepen. Enfin, ze waren meestal wel opgetogen met mijn hulp. Daar doen we ‘t voor hé.
Einde verhaal? Verre van! Door het onweer (al zag ik geen spat regen waar ik was die dag) waren er tal van problemen om het spoornet. Dat verklaarde allicht ook het wegvallen van de ene trein naar Antwerpen. Evenals de vele vertragingen die in Brugge al op de schermen te zien waren. Ik zat daar dus lekker bij mijn fiets, net achter de stuurpost. De treinbegeleider kwam me een aantal keer vergezellen. Hij wou de trein niet door omdat die zo vol zat en omdat de mensen zouden zeuren over de vertraging, want die liep aardig op. Tussen Gent en Lokeren stonden de overwegen op “groot alarm” of zoiets. Ik vermoed dat het betekent dat alle overwegen gesloten waren. Dus dat auto’s er eindeloos zouden staan wachten, ook al was er geen trein. Telkens als we er eentje naderden, vertraagde de trein heel erg en werd enkele malen met de toeter geschald. Vermoedelijk mochten de auto’s gewoon doorrijden en was voorzichtigheid sterk geboden. Resultaat: 20 minuten vertraging en de trein die niét naar Antwerpen-Centraal reed, maar slecht tot Berchem. Mij geen zorg, ik moest niet verder zijn.
De treinbegeleider stond dus met me te praten. Wist hij veel dat hij te doen had met een weblogger. Ik zag mijn kans schoon om de man eens te ondervragen over iets wat me al lang boeit: hoe koppelen ze die treinstellen in hemelsnaam aaneen? Want de bewuste stellen hebben aan beide kanten een stuurpost en toch kun je door de hele trein lopen als er enkele stellen gekoppeld zijn. Het antwoord bevestigde mijn vermoedens: de stuurpost wordt naar binnen gedraaid, een metalen gordijn komt er voor te zitten en daar loop je dan naast. Simpel en ingenieus tegelijk. Anders dan met die oude treinstellen, waar de stuurpost gewoon naast de gang zit, maar waardoor het comfort voor de machinist ook waardeloos is. Mooi zo. Dank u hoor, treinbegeleider. Hij was trouwens erg zorgvuldig met zijn taak bezig (behalve met het kaartjesknippen): hij belde de dispatch op om te laten weten hoe het zat met de trein en liet de reizigers tal van keren weten waarom we vertraging hadden, waar de trein nog zou stoppen en waar ze moesten overstappen. Als de NMBS probleempjes heeft, krijgen we vaak correcte informatie, dat mag ook al eens gezegd. Al kregen we die helaas niet in Brugge of Gent, maar pas op de trein zelf. Doch beter dan niets.
De sollicitatie op zich was wel goed. Het feit alleen dat ik terug mocht, was al wel een teken aan de wand. Ik kreeg een rondleiding en nog wat uitleg. En de job kan ik krijgen. Afwachten nog of ik het doe.
Gisteren was er dan nog de rit terug. Mijn fiets paste al niet meer in het voorziene kamertje op de trein, want 4 Nederlanders (ouders en 2 kinderen, jongen en meisje) waren met de fiets. Toen ik mijn fiets op de trein probeerde te zetten, stonden ze mooi in de weg. En uit de weg gaan, was niet aan hen besteed. Ze hadden ook zowat hun hele huishouden mee geloof ik. Een zak of 5 per persoon. Zo’n zakken van winkels (albert hein en zo) vol persoonlijke spullen. Ik hoorde ze wat zeggen over een camping, uiteraard. Ik besloot daar ook maar te zitten, in de gang, want anders stond mijn fiets er maar eenzaam. De twee ouders gingen zich – onwettelijk – in eerste klas zetten, tot groot ongenoegen van de treinbegeleider. Die zei me iets later dat ze het al hadden geprobeerd en dan snel weglopen als hij er aankomt, wat hij zeer ergerlijk vond. Toen ze daar dus weer zaten, kwamen de kinderen – nog steeds in de gang – in actie. De oudste was pakweg 12, de jongste 8 of zo. Ze begonnen op de deur te kloppen om met hun ouders te spelen. Die lieten begaan. Kuch? Kloppen op de trein én in eerste klas dan nog? Ja, het werkte al gauw op de zenuwen van de treinbegeleider, want hij zei me later ook nog dat die ene (ik vermoed de oudste, de jongen) precies ADHD heeft. Leek mij niet zo, maar hevig was hij zeker.
In station Sint-Niklaas stapte een meisje van mijn leeftijd op dat mijn balpen even wou lenen. Ze bleef ook in de gang staan, denkende dat ik daar zat omdat er geen plaats was, vermoed ik. De treinbegeleider kwam toen af en zei tegen mij en het meisje dat we in eerste klas mochten zitten. De Nederlanders niet. Best raar, want van hen vond hij dat dus vervelend. Wij waren braaf en mochten dus net wel. Prima voor ons natuurlijk. De brave man kwam nog even bij ons zitten en begon de Nederlanders nog wat meer zwart te maken. Hij grapte dat hij dacht dat ze hun schoonmoeder ook mee hadden, in al die zakken. “In stukjes dan,” merkte ik op.
Toen ik daar dan zat en het meisje al verdwenen was in Gent, zag ik plots dat de jongen aan mijn fiets zat te prutsen. Ik keek eens goed kwaad en de vader zei iets in de aard van: “Pas op, hij kijkt!” De deur was dicht, dus ik kon het alleen maar zien. De jongen schrok en ik keek hem kwaad aan. Nog geen 5 seconden later komt hij de wagon in en vraagt me: “Weejt u dat uw band plat isj?” Jongen toch, denk je nu echt dat je me daarmee kan doen geloven dat je maar mijn fiets aan het nakijken was of zo? Ja, ik wist het natuurlijk… Ik kon dan natuurlijk niets anders meer dan mijn fiets blijven controleren. Fijn.
Toen ze uitstapten, in Brugge, was het al even erg. Zij waren met 4 en 20 zakken, maar vonden het blijkbaar nodig mij niet eerst door te laten. Hoffelijke lui.
Om deze toffe dag nog af te sluiten, bleek ik niet opgewacht te worden aan het station. Vaderlief wist dat ik zou komen en was nergens te vinden. Met een platte band geraak ik echt niet thuis hoor.
Enfin, eind goed al goed. En een treinverhaaltje rijker.