Archief voor werken

Te licht

Moerbrugge (Oostkamp) - Belgium - Church

Image via Wikipedia

Te licht ben ik. Lichamelijk volgens sommigen, maar ook mijn kennis is het. Ja, solliciteren dus. Vorige week had ik een gesprek met een IT-bedrijf dat zich toespitst op medische software. Blijkbaar viel dat mee, want ik mocht gisteren terugkeren. De warmte waarmee ik vorige week werd ontvangen, was er deze keer niet echt. De man die me deze keer zou ondervragen was te laat en had nog maar net mijn cv gezien. Zijn eerste (en zoals je weet: vaak laatste) indruk was pover. Wat ik zei, kon er niet veel meer aan veranderen. Hij snapte zelfs niet dat de vorige interviewer me had laten terugkomen. Het gesprek was snel ten einde. Hij was oprecht en direct: “Te licht.” Hij wou mijn tijd niet verspillen, maar begon toch nog wat door te bomen over het feit dat zij wel vaker mensen aannemen die van school komen, maar toch vaak al wat meer ervaring hebben door hun opleiding. Het hoefde voor mij al niet meer zo. “Tot ziens,” zei de man, die ik toch nooit meer ga zien, uiteindelijk. Het is me nu ook wel een raadsel waarom ik nog eens mocht gaan.

Ah ja, het is waar al bij al. Ik bén geen master in de informatica. Maar dan nog. Ik moet de praktische kant van het programmeren ergens leren, denk ik dan. Zoals iedereen die van de universiteit komt.

‘t Is wel jammer, want het lag op een steenworp van m’n huis, namelijk in Moerbrugge (Oostkamp). Dichter kan nauwelijks.

Zoeken maar weer.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Eerst komt, eerst maalt

Old computers

Image by eurleif via Flickr

Het oude spreekwoord klopt als een bus. Een tijdje geleden belt een recruteringsbureau mij op om te vragen eens langs te komen. Ze hebben een job in de aanbieding. Eentje waar ik wel wat voor zou kunnen voelen. Een informaticajob. Over de job op zich misschien later meer, maar ze dachten dat ik er wel voor zou passen omdat ik bio-informatica heb gedaan. Natuurlijk linken ze dat aan dingen die het niet zijn. “Maar misschien is het toch interessant?” Joa, ik zoek werk… Bleek ik dan weer eens niet te voldoen aan de vereisten qua programmeren. Ik ken de verkeerde talen om in een normaal circuit terecht te komen. Maar bon, dat bleek voor dit dan toch geen reusachtig probleem: als ik het maar wil leren.

Ik hoor er even niets meer van. Een paar dagen later belt een ander bureau me op. Een specifiek IT-bureau. Ze contacteren me voor exact dezelfde plaats. Ik meld dat, maar ze achten het toch wijs me toch te laten komen. In Sint-Martens-Latem dan nog, bij Gent. Een grote rit met de bus door de meest afgelegen gaten rond Gent om uiteindelijk even te praten. De man was wel blij met mij. Ik leek te passen in het menselijke profiel dat het bedrijf voor ogen heeft.

Op de trein terug belt het eerste bureau me eindelijk. Met de vraag of ik nog zoek en of ik op bezoek wil gaan bij het bedrijf. De man van het tweede bureau vroeg me te wachten met in te gaan op de vraag van het eerste. Het ging eerst eens uitzoeken hoe het verder moet. Daags nadien laat hij me weten dat het eerste bureau eerder was en dat ik dus met hen verder kan. Hij viste dus achter het net, bevel van hogerhand, van het bedrijf zelf misschien. Stom dat ik daarvoor naar daar moest gaan. Trein of bus terugbetalen, dat zit er nooit in, ook al lever ik ze misschien veel geld op als ze mij vinden.

En zo gaat de zoektocht verder. Een gesprek op zak. Het eerste sinds lang.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Ow nice…

You've Got the Job

Image via Wikipedia

Crisis: ik krijg uitslag van het woord alleen. Jobat weet er alles van en publiceert enkele leuke weetjes op http://content.jobat.be/nl/artikels/welke-studies-bieden-de-minste-jobkansen-anno-2009.

Welke studies bieden de minste jobkansen, anno 2009?

Wie nu afstudeert, heeft het niet onder de markt. De jeugdwerkloosheid is het afgelopen jaar gestegen met bijna 40 procent. Vooral zij die afgestudeerd zijn in volgende vakgebieden krijgen klappen:

  1. Audiovisuele en Beeldende Kunst (17,1% werkzoekend na 1 jaar)
  2. Gecombineerde Studiegebieden (opleidingen die niet in één studiegebied zijn onder te brengen, bijvoorbeeld Master in de Bio-Informatica) (14,2%)
  3. Archeologie en Kunstwetenschappen (14,1%)
  4. Muziek en Podiumkunsten (12,7%)
  5. Wijsbegeerte en Moraalwetenschappen (11,0%)
  6. Geschiedenis (9,9%)
  7. Politieke en Sociale Wetenschappen (8,0%)
  8. Toegepaste Taalkunde (7,9%)
  9. Bewegings- en Revalidatiewetenschappen (6,4%)
  10. Taal- en Letterkunde (6,1%)

Dat ziet er leuk uit: bio-informatica wordt zelfs expliciet vermeld. Wachten tot na de crisis zeker? Of maar iets anders studeren als ik maar niets vind. ‘t Zou spijtig zijn.

Reblog this post [with Zemanta]

Reacties (4) »

Geval vallende loper

{{#if:Автобус "Van Hool" в Мехелене|...

Image via Wikipedia

“Voor u doe ik dat,” zei de vriendelijke buschauffeur toen ik vroeg of hij stopte waar ik moest zijn. Een kort busritje met heel veel grapjes van de chauffeur. Eerst kwamen wat flikken in de verkeerde richting, daarachter ook een blondje. Het was de chauffeur niet ontgaan, ook niet toen een ander blondje voor zijn wielen overstak. Een vrouw per fiets kreeg terecht de naam “zwakzinnige weggebruiker” opgekleefd. En mensen op straat met een kwaad gezicht werden ook niet erg geapprecieerd bij de immer vrolijke chauffeur. Andere mensen die een andere bus moesten nemen (richting Blaarmeersen, waar de bus vandaan kwam), werden vriendelijk naar de juiste verwezen met als afsluiter: “Maar de volgende keer moeten jullie zeker met mij mee.” Vrouwelijke klanten werden ‘prinsesjes’ genoemd, zowel bij in- als uitstappen. Drie van de prinsesjes hielpen me ook spontaan om me de weg te wijzen toen ik uit de bus stapte. Ze gingen toch ook die kant op. Wat een vriendelijkheid, daar in Gent. Ik kom er wel vaker de laatste tijd. Sollicitaties, zie je… Later meer daarover, als er echt nieuws over te rapen valt.

Terugkeren deed ik maar te voet. Zo ver leek het toch niet. En zo was het ook. Toen ik het station Sint-Pieters naderde, merkte ik dat ik de trein nog net kon halen, dus begon ik me te haasten. Het voetpad was helaas te smal voor een haastige kluns als ik en ik viel nogal lelijk op de grond. Schaafwondjes op mijn armen en een licht gescheurde broek waren mijn tol. Niet zo ernstig, wel wat pijnlijk, maar bon, het is geen gebroken been. De trein haalde ik nog net. De treinbegeleider, “de conducteur”, kwam langs en ik vroeg hem of hij toevallig geen ontsmettingsmiddel had voor mijn toch wel wat vieze schaafwonden. Hij begeleide me (jaja, het is een treinbegeleider hé) naar de achterste wagon en zette me in eerste klas, waar hij me het nodige aanbracht. Iso-betadine (in een piepklein potje), wat papier, zijn hulp. Vriendelijke man zeg. Zijn gezicht kwam me bekend voor. Hij begeleide mijn fiets ook al enige keren op de trein denk ik. In elk geval weet ik nu ook weer eens hoe ze met geschaafde mensen omgaan bij de NMBS: zorgvuldig en behulpzaam.

Nog eens een dikke merci voor de NMBS.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Een gegeven woord

Je zou denken dat het alles waard is, zo’n woord. Helaas…

Het leek alsof alles in kannen en kruiken was. Even kort samenvatten:

  1. Ik solliciteerde voor een doctoraatspositie aan de Universiteit Antwerpen.
  2. Het gesprek leek niet zo positief. Ze deden vervelend over beurzen en mijn informatica-achtergrond.
  3. Een beetje teleurgesteld ging ik op zoek naar een andere betrekking. Ik vond er een aan de Universiteit Gent. Ik solliciteerde. Kort ervoor nodigde de UA me wel al uit voor een tweede gesprek. Maar ja, waarom niet proberen, toch?
  4. In Gent waren ze heel tevreden. De enige interviewster schreef tot tweemaal toe – eens voor en eens na het gesprek – dat ik heel geschikt was en zei op het gesprek zelf hetzelfde.
  5. Op het tweede gesprek aan de UA bleek dat mijn potentiële baas het wel zag zitten (zo zei hij het ook letterlijk). Hij leidde me rond en hij leek tevreden. Hij wou weliswaar weten of ik écht geïnteresseerd was en wel om de juiste redenen zocht. Hij legde ook uit wat de bedoeling was binnen doctoreren aan de UA in het algemeen. Ik zei ook dat de UGent interesse had getoond voor iets dat me misschien net wat minder lag. Maar hij wou me. Toen.
  6. Heel wat mensen waarschuwden me voor Antwerpen: het is zo ver. Op kot gaan of er gaan wonen, nee, bedankt. Ik kreeg toch wat schrik omdat de man aan de UA ook al had gezegd dat hij verlangt van zijn medewerkers dat ze zich echt storten op hun werk, ongeacht het uur en sociaal leven. Ja, met zo’n afstand is dat lastig.
  7. UGent laat weten niet geïnteresseerd te zijn. Het ware te gemakkelijk… Het leek me anders prima om daar te werken. Leuke omgeving, niet ver, al bij al heel interessant onderwerp.
  8. Ik vroeg dus maar eens of het bijvoorbeeld kon dat ik naast het werk aan de UA zelf ook nog thuis of op de trein zou werken. Dan kon ik het tenminste zéker goed doen. Het interesseert me fel, dus vraag ik het maar graag eens.
  9. De man aan UA antwoordt vrij aanvallend. Dat ik Gent blijkbaar overwoog schoot hem alsnog in het verkeerde keelgat, omdat het me toch al net wat minder interesseerde, inhoudelijk dan. Kon hij niet zeggen toen ik er was hoor… Hij bedenkt dat ik misschien toch om de verkeerde redenen bij hen wil starten. Interesse valt weg. Ik kom niet meer in aanmerking. Knal, in enkele dagen tijd twee mogelijkheden verdwenen.

De mogelijkheden zijn voor de rest nauwelijks bestaande: een “gewone” job is zeldzaam. Ik vond er één, stuurde al mijn kandidatuur, maar kreeg nog geen antwoord. Leuven heeft nog mogelijkheden, maar die spreken me niet genoeg aan. Hasselt is me te ver. Anderen zoeken mensen met capaciteiten die ik niet heb.

Dus: zoeken naar iets anders. Dan toch maar wat doen met mijn bachelor in de informatica? Ik heb er weinig zin in, maar het kon natuurlijk een aardig opstapje zijn. Volgend jaar kan ik dan nog proberen, als ik dat dan nog wil.

‘t Feit is dat ik er eigenlijk niet goed van ben. Dat Antwerpen afhaakte desondanks het gegeven woord. Dat Gent afhaakte desondanks het grote enthousiasme daar. On-voor-stel-baar.

Opgeven? Het zal wel moeten, voor nu. Uitstel is geen afstel. Dromen moet je proberen na te streven. Al is de mijne grondig doorprikt nu.

Reacties (2) »

Vreemde vacature

Public Enemies kon wel eens een grote kaskraker worden in de cinema. Terecht, het is een heel goede film. Maar blijkbaar bezorgt het bepaalde mensen toch wel erg rare gedachten. Toen ik deze namiddag een recruteringscentrum passeerde (oplettend, want ik ben nog altijd op zoek, zie maar later), zag ik deze vacature (gsm-kwaliteit):

Misschien wel een bericht van de een of andere ontsnapte gevangene? Er zijn er uiteindelijk meer dan genoeg.

Laat een reactie achter

Domper

emoticon pillows!

Image by Veronica Belmont via Flickr

Men zegt mij soms dat ik positiever ingesteld moet zijn. Niet altijd denken dat alles slecht is gegaan, zoals examens. Als ik dan slaag voor een examen is het altijd van “zie je wel”. Ook onlangs nog (zie eerder) toen ik een schijnbaar slecht sollicitatiegesprek achter de rug had aan de Universiteit Antwerpen. Ze vroegen me op een tweede gesprek en ik kan de job aannemen, als ik die wil. “Zie je wel!” Ja, ik zie het wel.

Alleen moet het gezegd dat mijn mentaliteit me toch past. Als ik dan eens denk dat ik wél een goed examen heb afgelegd, dan blijkt dat weer tegen te vallen. Onlangs was ik een beetje teleurgesteld omdat ik minder haalde dan ik verwachtte bijvoorbeeld (ik was wel geslaagd, geen probleem dus). Of toen ik de derde bachelor afrondde. Toen dacht ik dat ik er door was voor een bepaald vak. Bleek dat vak me net te nekken: tweede zittijd. Vakantie naar de bliksem, maar gelukkig geslaagd. Nee, positief denken is echt niet goed. Het maakt alleen teleurstellingen. Negatief denken bereid je tenminste op het ergste voor.

En jawel, het was weer van dat onlangs. Ik dacht dat er aan de K.U.Leuven Campus Kortrijk wel een mogelijkheid voor me was. Ik kwam van een kale reis terug. Ik dacht dat de UGent belangstelling voor me toonde. Ze zeiden “heel geschikt”. Iets later mailden ze ook “zoals al gezegd lijk je heel geschikt”. Ooh, wat lief allemaal. “Denk maar positief, die doctoraalbetrekking is binnen als ze dat zeggen.” Ik dácht positief. Helaas kreeg ik vandaag de ontnuchterende mail met “helaas kunnen we je niet aannemen”. Maar denk toch positief!

Je ziet wat je er van krijgt…

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Met de fiets op de trein

Dinsdag was het weer zo’n dagje waarop het allemaal tegenzat op en rond de trein. Ik besloot mijn fiets maar eens mee te nemen, want ik ging op het tweede gesprek voor een “jobaanbieding” (een doctoraat is geen job natuurlijk) woensdag. Terwijl combineren met een bezoekje aan de liefde van mijn leven natuurlijk. Met een overvolle rugzak trok ik naar het station. Stom genoeg was ik vergeten dat het dinsdag een feestdag was en dat de trein dus met een andere regeling reed. “Gelukkig” was de trein naar Antwerpen blijkbaar toch geschrapt, dus gemist had ik die niet echt. De mensen met bestemming Antwerpen werden verzocht de trein naar Brussel-Eupen te nemen (prima trein) en dan over te stappen in Gent. Met een fiets overstappen is niet fijn, maar bon, moeilijk gaat ook.

Ik bemachtigde één van de vele lege zitjes in de trein waarin mensen in de gang stonden geprest (ja, desalniettemin er plaats genoeg was). Daar zat een koppel Franstalige mensen, wat een kabaal maakten die. Ik hoorde de vetste lach ter wereld uit de mans mond rollen. Bah. Rustig lezen zat er weer niet in.

Eens in Gent aangekomen, nam ik mijn fiets van de trein en spoedde me naar het perron waar de trein naar Antwerpen zou komen. Nutteloos, want dat duurde nog wel 20 minuten. Door het wegvallen van de trein in Brugge was het bovendien zo dat er veel te veel volk op het perron stond. Nota bene moest ik vaststellen dat mijn achterband plots zo lek als een zeef was. Geen idéé waar dat gebeurd was, want ik had er niet meer op gereden na in het station van Brugge te zijn aangekomen. Sleurde ik die dus al mee voor niets. Plots werd ook nog aangekondigd dat de trein op spoor 7 zou vertrekken in plaats van spoor 2. Hop, nog eens zeulen met de fiets.

Toen de trein er eindelijk was, met lichte vertraging, werd het alleen maar erger. De trein zat tjokvol. Ik bleef zitten in de gang waar mijn fiets stond, helemaal vooraan de trein. Ik zat daar alleen, maar doorheen de wagon zag ik dat de andere gang van de wagon helemaal vol zat, ook in de gang. Ik prijsde me gelukkig daar alleen te zitten. Enkele oudjes kwamen naar de wc, want die was ook in deze gang. De wc heeft een deur met knopjes en gaat alleen zo open. Wat een geklungel toch weer! Mensen die trekken aan de deur, mensen die eerst op de knop om te sluiten drukken… Ik leg het hen beleefd uit hoe ze het moeten doen. “Groene knop. Binnen de rode knop en als de deur dicht is, dan op de sleutelknop drukken om te sluiten.” Te ingewikkeld blijkbaar: enkelen onder hen hadden dat sluiten niet goed begrepen. Enfin, ze waren meestal wel opgetogen met mijn hulp. Daar doen we ‘t voor hé.

Einde verhaal? Verre van! Door het onweer (al zag ik geen spat regen waar ik was die dag) waren er tal van problemen om het spoornet. Dat verklaarde allicht ook het wegvallen van de ene trein naar Antwerpen. Evenals de vele vertragingen die in Brugge al op de schermen te zien waren. Ik zat daar dus lekker bij mijn fiets, net achter de stuurpost. De treinbegeleider kwam me een aantal keer vergezellen. Hij wou de trein niet door omdat die zo vol zat en omdat de mensen zouden zeuren over de vertraging, want die liep aardig op. Tussen Gent en Lokeren stonden de overwegen op “groot alarm” of zoiets. Ik vermoed dat het betekent dat alle overwegen gesloten waren. Dus dat auto’s er eindeloos zouden staan wachten, ook al was er geen trein. Telkens als we er eentje naderden, vertraagde de trein heel erg en werd enkele malen met de toeter geschald. Vermoedelijk mochten de auto’s gewoon doorrijden en was voorzichtigheid sterk geboden. Resultaat: 20 minuten vertraging en de trein die niét naar Antwerpen-Centraal reed, maar slecht tot Berchem. Mij geen zorg, ik moest niet verder zijn.

De treinbegeleider stond dus met me te praten. Wist hij veel dat hij te doen had met een weblogger. Ik zag mijn kans schoon om de man eens te ondervragen over iets wat me al lang boeit: hoe koppelen ze die treinstellen in hemelsnaam aaneen? Want de bewuste stellen hebben aan beide kanten een stuurpost en toch kun je door de hele trein lopen als er enkele stellen gekoppeld zijn. Het antwoord bevestigde mijn vermoedens: de stuurpost wordt naar binnen gedraaid, een metalen gordijn komt er voor te zitten en daar loop je dan naast. Simpel en ingenieus tegelijk. Anders dan met die oude treinstellen, waar de stuurpost gewoon naast de gang zit, maar waardoor het comfort voor de machinist ook waardeloos is. Mooi zo. Dank u hoor, treinbegeleider. Hij was trouwens erg zorgvuldig met zijn taak bezig (behalve met het kaartjesknippen): hij belde de dispatch op om te laten weten hoe het zat met de trein en liet de reizigers tal van keren weten waarom we vertraging hadden, waar de trein nog zou stoppen en waar ze moesten overstappen. Als de NMBS probleempjes heeft, krijgen we vaak correcte informatie, dat mag ook al eens gezegd. Al kregen we die helaas niet in Brugge of Gent, maar pas op de trein zelf. Doch beter dan niets.

De sollicitatie op zich was wel goed. Het feit alleen dat ik terug mocht, was al wel een teken aan de wand. Ik kreeg een rondleiding en nog wat uitleg. En de job kan ik krijgen. Afwachten nog of ik het doe.

Gisteren was er dan nog de rit terug. Mijn fiets paste al niet meer in het voorziene kamertje op de trein, want 4 Nederlanders (ouders en 2 kinderen, jongen en meisje) waren met de fiets. Toen ik mijn fiets op de trein probeerde te zetten, stonden ze mooi in de weg. En uit de weg gaan, was niet aan hen besteed. Ze hadden ook zowat hun hele huishouden mee geloof ik. Een zak of 5 per persoon. Zo’n zakken van winkels (albert hein en zo) vol persoonlijke spullen. Ik hoorde ze wat zeggen over een camping, uiteraard. Ik besloot daar ook maar te zitten, in de gang, want anders stond mijn fiets er maar eenzaam. De twee ouders gingen zich – onwettelijk – in eerste klas zetten, tot groot ongenoegen van de treinbegeleider. Die zei me iets later dat ze het al hadden geprobeerd en dan snel weglopen als hij er aankomt, wat hij zeer ergerlijk vond. Toen ze daar dus weer zaten, kwamen de kinderen – nog steeds in de gang – in actie. De oudste was pakweg 12, de jongste 8 of zo. Ze begonnen op de deur te kloppen om met hun ouders te spelen. Die lieten begaan. Kuch? Kloppen op de trein én in eerste klas dan nog? Ja, het werkte al gauw op de zenuwen van de treinbegeleider, want hij zei me later ook nog dat die ene (ik vermoed de oudste, de jongen) precies ADHD heeft. Leek mij niet zo, maar hevig was hij zeker.

In station Sint-Niklaas stapte een meisje van mijn leeftijd op dat mijn balpen even wou lenen. Ze bleef ook in de gang staan, denkende dat ik daar zat omdat er geen plaats was, vermoed ik. De treinbegeleider kwam toen af en zei tegen mij en het meisje dat we in eerste klas mochten zitten. De Nederlanders niet. Best raar, want van hen vond hij dat dus vervelend. Wij waren braaf en mochten dus net wel. Prima voor ons natuurlijk. De brave man kwam nog even bij ons zitten en begon de Nederlanders nog wat meer zwart te maken. Hij grapte dat hij dacht dat ze hun schoonmoeder ook mee hadden, in al die zakken. “In stukjes dan,” merkte ik op.

Toen ik daar dan zat en het meisje al verdwenen was in Gent, zag ik plots dat de jongen aan mijn fiets zat te prutsen. Ik keek eens goed kwaad en de vader zei iets in de aard van: “Pas op, hij kijkt!” De deur was dicht, dus ik kon het alleen maar zien. De jongen schrok en ik keek hem kwaad aan. Nog geen 5 seconden later komt hij de wagon in en vraagt me: “Weejt u dat uw band plat isj?” Jongen toch, denk je nu echt dat je me daarmee kan doen geloven dat je maar mijn fiets aan het nakijken was of zo? Ja, ik wist het natuurlijk… Ik kon dan natuurlijk niets anders meer dan mijn fiets blijven controleren. Fijn.

Toen ze uitstapten, in Brugge, was het al even erg. Zij waren met 4 en 20 zakken, maar vonden het blijkbaar nodig mij niet eerst door te laten. Hoffelijke lui.

Om deze toffe dag nog af te sluiten, bleek ik niet opgewacht te worden aan het station. Vaderlief wist dat ik zou komen en was nergens te vinden. Met een platte band geraak ik echt niet thuis hoor.

Enfin, eind goed al goed. En een treinverhaaltje rijker.

Laat een reactie achter

O dierbare keuzes

Main areas and places in Belgium

Image via Wikipedia

O dierbaar België, O heilig land der vader’n, pompompom pompom popo-pom… (Ik beken: ik ken de tekst niet.)

Voor mij anders geen al te vrolijke Nationale Feestdag. Ik heb het weegschaalsyndroom, ook al geloof ik totaal niet in astrologie. Met andere woorden, kiezen is niet aan mij besteed. Toch niet als het gaat over twee ogenschijnlijk even goede/slechte mogelijkheden. Zo is er de keuze voor jobzekerheid (voor een doctoraat, zie eerder): ofwel kies ik er morgen voor om een job nog niet aan te nemen ten voordele van een andere job die ik misschien niet krijg, ofwel kies ik wel voor de bewuste job, maar dan kies ik niet direct voor de job die mij het beste ligt, qua bereikbaarheid en werksfeer. Moeilijk. Maar de ene keuze valt misschien morgen, de andere pas de 31ste… Als die eerste zo lang kunnen wachten, is het voor mij wel goed, maar toch.

Dan is er nog een andere vervelende keuze bij het al dan niet aannemen van de job: geld. Niet dat het loon veel uitmaakt, dat zal wel hetzelfde zijn. Maar het probleem zit hem in de bank. Ik zal wel een zichtrekening nodig heb, eindelijk. Alleen is het moeilijk kiezen welke ik het beste kan nemen. Welke bank is nog veilig? Welke bank rekent je geen geld aan als je geld afhaalt (tss, betalen om je eigen geld terug te krijgen)? Waar levert het nog iéts op, of beter: waar doe je het minste verlies? Wie geeft nog iets gratis, zoals Visa of gewoon een debetkaart?

Vervelend allemaal. Geld is ook zo’n rommelzootje. Komt er nog eens bij dat ik bij voorkeur een IWT-beurs krijg, want anders is het ook wat om zeep: met een beurs krijg je nog steeds kinderbijslag, zonder niet. Mijn teerbeminde ouders eisen wel dat ik dat geld betaal als ik niets meer bijdraag aan het gezinsinkomen. Kortom: financiële aderlating. Waar ben ik mee begonnen, 5 jaar geleden, toen ik begon te studeren? Vijf jaar niet kunnen verdienen (tja, vakantiejobs, dat was toch niet direct iets waar ik tijd voor kon en wou maken …). En nu ik kan beginnen sparen, moet ik misschien een stuk afstaan aan mijn ouders. Het leven is hard en een beetje onfair. Een soort straf om te studeren, lijkt het wel.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Solliciteren

Afgestudeerd zijn: het is een fijn gevoel. Onderscheiding hebben maakt dat nog een stukje beter. Onderscheiding hebben vraagt ook stiekem om iets meer. Als bio-informaticus zijn de mogelijkheden toch redelijk beperkt. Farmaceutische industrie? Chemische industrie? Biomedische industrie? Allemaal heel mooi allemaal, maar het spreekt me persoonlijk niet zo aan. Al van kindsbeen af wou ik iets biologisch gaan aanvangen. Maar geen proeven in een labo, dat is toch echt niets voor mij. Ik ging dus maar informatica studeren. Niet als ‘tweede keus’, maar omdat mij dat ook fameus hard aansprak. En: er was zoiets als bio-informatica! Mijn idee was steeds: doe informatica, dat interesseert je meer dan al dat laboratoriumgedoe, en probeer daarmee dan iets in de biologische sfeer te doen, bio-informatica dus.

Biologisch geobsedeerd dus. Wetenschappelijk geobsedeerd zelfs. Ik wou altijd al wat wetenschappelijks doen. Met een onderscheiding is dat er ook een beetje naar vragen. Doctoreren is een mooie optie. Dus ik solliciteer. Voor een doctoraat. Antwerpen, Kortrijk en Gent passeerden de revue al. Brussel is nog een mogelijkheid, maar ik ben blijkbaar vrij goed onthaald in Antwerpen en Gent. Fijn nieuws is dat! Ik hoop dat er nog meer in zit natuurlijk. Dat ik er ook echt kan beginnen. Het lijkt me zalig om dat te doen. Meedraaien in fundamentele wetenschap. Hopelijk resultaat bereiken. Er toe bijdragen. Je naam vereeuwigen in een waardevolle publicatie. Allicht niet zoals pakweg Darwin of Watson en Crick, maar toch… Al was het maar via via. Een publicatie die iemand een idee gaf, die op zijn beurt iemand een idee gaf en wat uiteindelijk zou leiden in een grote doorbraak. Medisch bijvoorbeeld. Of binnen de biotechnologie. Het maakt me niet zo uit.

Solliciteren is het enige nadeel van gestudeerd te hebben. Het lijkt wat op een examen. Je weet zelden of je het nu goed zei of niet, of je je punt duidelijk hebt gemaakt. Ze lijken aan je te twijfelen of stellen vragen waarbij je denkt dat ze dat toch belangrijk vinden. En dan laten ze weten dat ze tevreden genoeg waren. Ik zal blij zijn als het achter de rug is, goed geweten.

Laat een reactie achter