Een tijdje geleden gaf De Standaard bij aankoop van de weekendkrant een gratis ticket voor het gloednieuwe Magrittemuseum in Brussel. Kunstminnend als ik ben *kuch*, kon ik dat niet aan mijn reukorgaan laten voorbijgaan. Dus trokken we met reukorgaan en alle andere lichaamsdelen naar Brussel, die puike hoofdstad van het Koninkrijk België. Een impressie is wel op zijn plaats, dus bij deze…
Magrittemuseum

Image via Wikipedia
René Magritte is misschien wel de bekendste kunstenaar van het land. Vaak wordt zijn kunstvorm, het surrealisme, gezien als de nationale ingesteldheid: in België kan alles. Dus terecht een van de meest gekoesterde Belgen. Het museum op zich is zeker het bezoeken waard. Er staat heel veel werk van Magritte. Veel foto’s en teksten ook. Die vonden we zelf weer wat minder, maar kom, daar zullen we maar niet over zeuren. Genoeg kunst. Het moet wel vermeld dat de bekendste werken van Magritte er niét te zien zijn. De bekende pijp, de man met de appel voor het gezicht, de neerdalende mannen met bolhoed en paraplu… Het voordeel van Magritte is gelukkig dat hij zeer vaak teruggreep naar zijn grote werken en daar variaties op maakte. Er zijn dus wel pijpen en bolhoeden te vinden. En andere pareltjes, dat spreekt voor zich. Je bent er wel even zoet mee. Er zijn drie verdiepen, dus dat kan al wel tellen. Bezoekje zeker waard. Trouwens, het ding ligt op slechts 10 minuten van Brussel-Centraal. Wie de trein niet neemt, moet echt al in Brussel wonen of moet al erg milieuonvriendelijk zijn.
Warandepark
Op een steenworp van het Magrittemuseum, pal voor het paleis, ligt het Warandepark. Een leuk park, tjokvol joggende mensen, toeristen op segways en gewoon wandelaars. Groen en gezellig, zoals een park hoort te zijn. Al kwamen we er toch maar wat vies tegen. Een man, een jongeman van allochtone afkomst, ging op het vijvertje af, zag plots iets en viste dan iets uit het water. Hij gooide het achter de struiken en wandelde vervolgens weg. Nieuwsgierig als altijd gingen we kijken wat hij daar had gegooid. We hadden het misschien beter gelaten: een of andere nozem heeft in dat water een puppy gedropt. Of verdronken, wie weet. Of de jongeman er wat mee te maken had, geen idee, maar het was in elk geval luguber. Wij maar denken dat het een ekster was.
Het Koninklijk Paleis
Onze koning is op reis. Naar jaarlijkse gewoonte wordt een deel van het Koninklijk Paleis dan ook opengesteld voor het grote publiek. Iedereen mag er gratis in en mag even genieten van de culturele rijkdom van het paleis. Het nederige stulpje is helaas niet compleet te zien. Wat je er wel kan zien, is zeker ook al de moeite. Schilderijen van allerlei voorvaders (wie wil weten van wie, moet de brochure nemen, dat hebben wij maar niet gedaan), enkele grote zalen vol meubels en lusters, een zaal met een mooi servies met vogels op… Eén van de zalen werd naar ons gevoel wat ontsierd door de aanwezigheid van een scherm waarop Frank De Winne te zien is. Houterig en in “Vlaams Engels” probeerde hij ons het belang van de missie uit te leggen. Zeer interessant, geen twijfel over mogelijk, maar geen spek voor onze bek. Dan liever de zaal met verwijzingen naar strips (verdorie, waarom mogen we toch geen foto’s nemen?) en de zaal van Technopolis. Die zit onder een plafond dat door Jan Fabre versierd werd met de groene schildjes van Thaise juweelkevers. Al spelende leer je er al eens wat bij. Bedoeld voor kindjes, maar ook grote kinderen amuseren zich er.
Gouden tip (voor de mannen): wie gesteld is op propere wc’s gaat beter niét in het paleis. Het zijn van die ouderwetse wc’s waarbij je tegen een steen pist en alles in 1 goot terechtkomt. We hadden ook de indruk dat de zeep verdund was. ‘t Zal crisis zijn zeker? De jacht van de koning moet op een manier betaald worden natuurlijk.
Strips

Et Franquin créa la gaffe
Brussel bezoeken zonder aan die andere Belgische kunst, het beeldverhaal, te denken? Onmogelijk! We stevenden af op de shop van het bekende Belgisch Centrum van het Beeldverhaal, kortweg het stripmuseum. De kortste weg leek me via station Brussel-Centraal, dus gingen we daarheen terug. Misschien niet zo verstandig, want blijkbaar was er rond het station een waterlek waardoor de trams ook al niet reden. De buurt was redelijk afgesloten waardoor ik plots verkeerd liep aan het station, voor het eerst in al die jaren bezoek aan het museum. Tja, onvoorziene omstandigheden, nietwaar? Gelukkig kwamen we terug waar we hoorden te zijn en op onze tocht rond het station botsten we bovendien ook nog op een stripwinkeltje. Mijn ogen fonkelden, want ik zag een belangrijk ontbrekend stuk uit mijn Franquinverzameling: Et Franquin créa Lagaffe. Op eBay zag ik het al een aantal keer voor immense bedragen de deur uitgaan. 90 euro was geen wonder. Dus ik vroeg maar eens de prijs van het boek in die winkel. Schrik niet: 200 euro! Oei zeg…
Uiteindelijk vonden we het stripmuseum toch zonder veel problemen. Beetje stom geweest de eerste keer. De shop viel me wat tegen. Er is wat hervormd of zo, nu staat alles minder duidelijk en tal van exclusiviteiten bleken er niet meer te zijn. Helaas.
Bip-bip
Het ergste van de dag moest nog komen. Het gebeurde in de Nieuwstraat, de peperdure winkelstraat, althans voor de eigenaars van de winkelzaken. Zowat elke belangrijke winkel is er aanwezig; de grote afwezigen zitten hoe dan ook in de buurt (zoals Standaard Boekhandel, tot onze grote verbazing compleet Nederlandstalig!). Het begon in Galeria Inno, waar we zanger Arno bijna letterlijk tegen het lijf liepen. Hoewel we er niets kochten, begon ik te biepen toen ik buitenging. De – in Brussel alomtegenwoordige – security vroeg me beleefd te komen. Ik deed maar mee, want ik had toch niets gedaan, toch? De man in kwestie liet me m’n hele zak leeghalen, zoekend naar het biepende voorwerp. Tijdschriften, agenda, water, cola, zalf… zo goed als alles moest er aan geloven. Hij vond het niet. Toen ik dan toch mocht gaan, biepte ik niet langer. Bah.
Hetzelfde gebeurde dan nog eens in de H&M en later in de Fnac in City 2. “Ca fait bi-bip quand vous entrez?” vroeg de security (of iets in die aard, ‘t zal wel in de verleden tijd geweest zijn, maar bon, ‘k verstond het toch). Hij liet me snel gaan toen ik zei dat het ook al in de Inno was. In de H&M was zelfs dat niet nodig.
City 2, het grote winkelcentrum, is trouwens ook een bezoekje waard. We stelden vast dat eigenlijk alles in je buurt is als je in Brussel centrum woont. Het winkelcentrum is tot 20 uur open, bevat ‘n Carrefour Market (GB), ‘n Bongobonnenwinkel, ‘n Fnac, ‘n Club, ‘n Vanden Borre, ‘n Blokker, ‘n H&M, ‘n Sonywinkel, kappers, prullariawinkels, juwelenzaken… Eigenlijk alles wat een mens wel en niet nodig heeft. Hadden Ikea, Bozzy en Standaard Boekhandel daar nog gezeten, dan was het compleet.
Na 20u

Manneke Pis
Wie nog van het nachtleven houdt (hoewel augustus nog niet zoooo donker is), kan ook na 20u nog in de stad terecht. De Grote Markt en Manneke Pis trekken nog heel veel volk. De terrasjes hebben goed te doen en straatartiesten werken nog een tijdje door. Als het donker wordt, houden sommigen het voor bekeken, maar toch voel je nog wat spirit. Ik ben Brugge gewoon hé.
Kleine bemerking: Brussel is een heel toffe stad, maar het valt toch op hoe weinig Brusselaars Nederlands spreken of verstaan. Dat is irritant, zeker in bijvoorbeeld McDonald’s, waar een beetje basis toch welkom is. Het verbaast hoe sommige mensen daar aangenomen worden. In een café sprak een ober niet tegen ons, allicht omdat ik Nederlands begon te praten. Hij gaf me ook zeer bewust stukken van 10 en 20 eurocent terug, terwijl hij die van 50 al vast had. Op andere plaatsen spreken ze dan weer goed Nederlands (Magrittemuseum). Geen anti-Franstaligennota, wel een opmerking dat het Franstalig onderwijs dringend Nederlands moet gaan verplichten. Mensen een klein beetje helpen in hun eigen taal moet toch kunnen, niet? Zeker in Brussel. Onvergeeflijk lijkt me ook dit bordje dat leidt naar de Kruidtuin:

Niet direct een Franstalig-Nederlandstalig probleem, wel een beetje gek als uithangbord:

Schol als pisbier is wat je wil.
Brussel: de moeite, ‘n toffe stad, maar verrekt vervelend dat je echt Frans moet verstaan en ‘n beetje spreken. Er gaan wonen? Nog even niet denk ik.