Archief voor trein

Drukte in de stad

Uploaded by User:Alison. Photograph by Paul Un...

Image via Wikipedia

Naar goede gewoonte trok ik vrijdagavond naar die andere hoofdstad, Antwerpen. Gelukkig een redelijke treinrit, ik heb al veel slechter meegemaakt. Ik las de wetenschapsbijlage van de krant, maar werd vanaf Gent een beetje gestoord in mijn concentratie. Mijn nieuwsgierigheid, eeuwig karaktertrekje waarvan ik niet weet of ik er nu blij of triest om moet zijn het te hebben. Leergierigheid is fijn, maar het is soms tijdrovend.

Een man met een hond (van het merk “boxer”) trok mijn aandacht. De hond zelf was heel braaf, gelukkig. Plots stapten wat studentes op. Twee van ze gingen pal over de eigenaar zitten. Het duurde even voor ik begreep dat 1 van de 2 de man al kende. Hoewel dat zo was, is het blijkbaar toch handig een hond te hebben om een gesprek aan te knopen. Het tweede meisje was zo direct betrokken in een gesprek tussen de 2 (voor elkaar) bekenden. Later kwam een oudje nog even zeggen “ik heb geen bang (sic) van honden”, met als nuttige informatie dat honden dat weten als je bang bent. Een levensles, zo dacht het ventje vast, maar ik zag aan de 3 anderen dat ook zij die wijsheid al tot vervelens toe hebben moeten aanhoren. Andere mensen waren toch wel opvallend hard op hun hoede als ze het grote beest moesten passeren. Oudeventjespraat: het is toch nog niet tot iedereen doorgedrongen.

De man met de hond wist me ook nog even te irriteren. Ik bevestig het cliché niet graag, maar de man was erg trots op zijn T-shirt “I love Antwerp” en was er hard van overtuigd dat geen enkele andere stad in het land dat heeft. Behalve Brussel misschien. Nu kom ik toevallig ook van een erg toeristische stad: ik weet wel beter. Dat soort mensen is dan vast verbaasd dat niet-Antwerpenaren de wel-Antwerpenaren arrogant vinden.

Zaterdag was ik dan in de grote stad. Eindelijk nog eens een droge dag, maar wel zeer koud. Blijkbaar waren veel mensen op zoek naar geschenkjes voor Kerstmis en/of Nieuwjaar. Het zal helaas wel niet voor mij zijn dat ze daar waren. Een erg drukke bedoening daar. Overal stond je wel in de weg. Cadeautjes gingen vlot over de toonbank. Een ogenblikje dacht ik eraan dat toch veel mensen nu tussen de boeken horen te zitten. Dat zal ook wel het geval zijn, de jeugd was nogal afwezig.

’s Avonds kon ik dan weer rustig plaatsnemen in de trein huiswaarts. Mét het nieuwe IC/IR-boekje, eindelijk! Alle grote treinverbindingen in een boekje. Dat kan binnenkort misschien wel eens vaker van pas komen (zie eerdere post). Zo kon ik ook de (toch niet veranderde) treinrit van de avond zelf minuut per minuut volgen. Meestal heb ik hier een serieuze vertraging waardoor ik de bus net wel of net niet mis, maar een groot wonder geschiedde: de trein was mooi op tijd. Om dan uiteindelijk te moeten gaan zitten in een overvolle bus. Al goed dat Assebroek niet zo ver is.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Hopelijk op het goede spoor

Eindelijk heb ik nog eens een redelijk uitzicht op jobs. Werd dat even tijd! Rekenen op een interimkantoor was er deze keer niet bij. Zelf zoeken en vinden wel. Het dagelijkse ronde rondneuzen in de honderden vacatures levert eindelijk wat op. Elke dag zie je dezelfde jobs passeren, vooral die jobs waar je vooral geen interesse in hebt. Banken, financiën, helpdesks… Of anders vragen ze ervaring of goede kennis van .NET (voor leken: laten we het er op houden dat dat een paar programmeertalen omvat, zoals C#, VB.NET en ASP.NET). Ook al pech.

Dan plots stoot ik tijdens mijn zoektocht op een vacature voor een bio-informaticus! Ze vragen niet eens een universitair diploma, dus iemand die dat wél heeft, maakt die dan geen kans? Ze zoeken zelfs “maar” iemand met een diploma informatica of moleculaire biologie. Iemand die het beiden wat kent, is dat geen plus? Dus ik stuurde een mail. Het is – helaas – nog wat wachten op antwoord, maar we zien wel. Zoveel bio-informatici zijn er niet.

Deze week kwam ik dan uit op een ander biologisch gerelateerde job. Natuurlijk ook met de nodige informatica, maar dus in functie van de biologie. Ik mail nog geen 24 uur later en krijg dan een mail terug met de vraag of ik niet ook in 2 andere jobs geïnteresseerd ben. Ik had die gezien, maar ze stelden precies nogal wat hoge voorwaarden voor de informaticakennis. Beleefd stuur ik terug wat ik wel en niet ken, maar dat ik het wel wil leren. Het antwoord verraste me: het volstaat blijkbaar dat ik me er graag in wil verdiepen. Prima. Ben ik plots in de running voor 3 jobs daar. Fijn! Nu maar hopen dat het wat wordt, maar dat weet ik helaas nog niet te snel.

Zoals de titel dus zegt: ik zit misschien op het goede spoor, al zal ik er deze keer maar niet te veel van verwachten, want dat is me al vaak zuur opgebroken. Positief denken is de gouden raad, maar dat duurt maar tot je te horen krijgt dat het niets wordt. Kortom: beter niets verwachten.

Op een minder goed spoor zat ik gisteravond, op de trein. Zoals gewoonlijk. Vrijdagavond mooi op tijd vertrokken, prima rit in feite, redelijk rustig. Een trein met 3 locomotieven gezien in het station (2 vanvoren, 1 vanachter) riep wat vragen bij me op, maar dat gebeurt wel vaker bij de NMBS. Maar gisteren dus, bij het terugkeren. Dat was andere koek. Rustig ritje, dat wel, maar vertraging. Zoals eigenlijk meestal op zaterdagavond, gek genoeg. Het vervelende is dat elke minuut vertraging gevaarlijk is in dit geval. De bus aan het station vertrekt namelijk 4 minuten na het binnenlopen van de trein, dus vertraging is ongewenst. De treinbegeleider wist me 2 keer te zeggen dat we het wel zouden halen, hoewel er in Gent al 15 minuten vertraging aangekondigd stonden. “We gaan dat wel inlopen,” zei de man met hard West-Vlaams accent (trouwens een toffen, ik heb zijn vriendelijkheid al vaker opgemerkt). Hij kreeg ongelijk. De trein kwam 10 na 11 aan. Ik hol nog naar de bushalte en o wonder, deze keer haalde ik het! De (tot nachtbus opgewaardeerde bel)bus zat tjokvol, de chauffeur was nog aan het optekenen waar iedereen moest zijn. Oef…

Toch maar niet rekenen op het positivisme van de treinbegeleider, denk ik zo. Hoewel ik geen reden heb om kwaad te zijn. Ik haalde de bus uiteindelijk en daar gaat het om.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Vrijdag de dertiende

Niet dat ik er ook maar iéts in geloof, in die vrijdag de dertiende, maar toevallig was vrijdag voor mij inderdaad een grote pechdag. Met stip mijn ergste treinrit ooit. Ik denk dat dit een goede top-8 van ergernissen is:

  1. Afgelopen vrijdag.
  2. Een grote staking in 2007 (denk ik), met zeer veel gevloek, geduw en getrek van de passagiers.
  3. Zelfmoorden als ik naar een examen ga waardoor ik er te laat kom, of nét niet.
  4. Probleem in Brussel-Zuid, uur vertraging op vrijdagavond.
  5. Een treinrit Leuven-Kortijk in een walgelijk slecht treinstel waarvan de deuren niet open gingen in Munkzwalm.
  6. Treinritten met oude treinstellen tussen Brugge en Kortrijk en omgekeerd, waarbij de trein een vies metaalgeluid maakt en de stank bij het stilstaan in Lichtervelde (lijnzaadoliefabriek) niet te harden is (meerdere ritten).
  7. Vervelende Nederlanders die aan mijn fiets prutsen (zie ergens op deze weblog).
  8. Mijn val na een verkennende gesprek voor een doctoraat (idem).

Daarnaast natuurlijk nog al die domme reizigers die denken dat ze alleen op de trein zitten en dus bellen, computeren of radio/mp3/andere muziek spelen, of zingen zelfs.

Terug naar vrijdag. Ik kom vol fijne verwachtingen op perron 9 in Brugge. Ik hoor een meute kinderen, jeugdbeweging, dus besluit ik daar zo ver als mogelijk van te gaan staan en zitten. De trein rijdt binnen (zo-eentje als op de foto boven), ik plaats me in de eerste wagon. Ik zet me neer, haal een nieuw boek/stripboek (daarover later verslag) boven en begin te lezen. Ik merk dat het tafeltje waar ik mijn boek op heb gelegd, dringend eens wat moet opgeknapt worden. Ik denk: dat schrijf ik ooit eens op mijn weblog (bij deze gelukt). Plots hoor ik de kinderen naderen. Ik maak wat plaats en ga tegen het raam zitten, zodat de stoel naast me vrij is. Het klaptafeltje had hetzelfde probleem: de lijm kwam los (zonder ergs). De kinderen bezetten de stoelen, niet die naast me. Ze beginnen wel te krijsen dat het geen naam heeft. Ik denk: ah, kinderen, zo zijn die. Druk maken heeft geen zin. Verplaatsen ook niet, dacht ik. De kinderen kwamen van achter, dus ik dacht dat ze heel de trein bezet hadden. Een al wat oudere vrouw, in de stoelen naast me, gescheiden door de gang, legt haar boek ook aan de kant. Ze beseft dat concentreren moeilijk wordt. Ik neem een stuk krant, dat vergt minder concentratie dan een boek in ‘t Frans.

Station Aalter. We staan verdacht lang stil. De kinderen krijsen nog steeds, twee treinbegeleiders passeren en stappen uit. Na 15 minuten roepen ze om dat er een noodgeval is met een trein voor ons op het traject. 10 minuten vertraging voorspelde de treinbegeleidster ons. Mensen stappen op. Een jongeman komt naast me zitten. Mijn leeftijd of iets ouder. Hij wordt helemaal krankzinnig van de kinderen. Hij vloekt, hij ergert zich, hij stoot rare geluiden uit (“aaaargh”). Ik heb medelijden, maar zwijg. Twee begeleiders van de jeugdbeweging naderen en zetten zich bij de kindjes. In de plaats van ze in te tomen, krijsen ze er gewoon bovenuit.

Als de trein weer vertrokken is, ga ik naar de wc. Ik stel vast dat de andere wagons geen kinderen hebben. Ik meld het aan de medepassagier, die gewoon blijft zitten omdat hij er toch dadelijk af moet. Ik blijf ook zitten, maar bereid me voor op een vervroegd vertrek uit de wagon. Net voor Gent-Dampoort wordt het dan toch té erg. De man naast me gaat weg en nauwelijks iets daarna wil een kindje op de bagagerekken liggen. De begeleiding van de groep helpt hem er op. Het was genoeg geweest voor mij: dit is onverantwoord. Ik por de jongen (die 16 is, schat ik) en vraag hem kwaad of dat nu echt moet. Hij kijkt verontwaardigd op en sneert: “Ik ben er toch bij?” Ik besluit er niet mee in discussie te gaan en zeg belerend iets als: “Allé, komaan!” Ik hoopte dat hij zo zou beseffen dat dat niet bepaald verantwoord is, omdat dat gewoon niet mag, punt. De mevrouw die naast me zat, maakt zich op om te vertrekken en schiet eerst ook nog even in actie. Ze bevestigt dat die begeleider zeer onverantwoord doet en dat het eigenlijk al heel de tijd is (met dat gekrijs). Ze snauwt nog naar de kinderen dat het heel proper is dat ze in zetels staan (deden ze inderdaad ook, ook de leuningen kregen er van langs).

Hij laat de jongen doen en haalt hem enkele meter verder weer van de bagagerekken. Hij schreeuwt: “Hei meneer, heb je ‘t gezien? Hij is er weer af.” Ik bevestig dat ik het gehoord heb, maar zeg verder niets. Ik zie de andere kindjes ineen kruipen en naar me kijken vanuit de ooghoeken. Ze zijn direct een stuk stiller, maar fluisteren ongetwijfeld dingen die niet zo flatterend zijn. Ik laat ze doen en maak me klaar om me te verplaatsen. Helemaal vooraan was nog een stukje afgescheiden wagon, waar ik me plaats bij een man met zijn dochter. Ik vraag me trouwens steeds meer af waarom er geen wagon gereserveerd was voor die groep. Ze was groot genoeg.

Het onverantwoorde gedrag van de begeleiders heeft me gestoord. Ik hoor dan nog tafeltjes klappen in het stuk trein achter me. Lawaai alom. Ik wil de treinbeleiding spreken, maar die zijn niet te zien. Ik wil de knop met “assistance” indrukken, maar durf niet. In stations Lokeren en Sint-Niklaas kijk ik even buiten om de treinbegeleiding aan te spreken, maar die staan aan de andere kant. Het lawaai gaat door. Ik bel een nummer dat al een tijd in mijn gsm staat: Iets Verdacht Gezien?, het NMBS-nummer om criminaliteit en andere dingen in de trein of stations te melden. De trein rijdt, ik versta de andere kant van de lijn niet goed, maar krijg het essentiële gezegd en gehoord. Ik moet zeggen welke trein (19.20u vertrokken) en wat er is. Of ik de treinbegeleiders niet vond. Ze gingen er wat aan doen.

Het beloofde gebeurt: ze bellen me later terug en vragen of ik de treinbegeleider nu al heb gezien. Ik zeg van niet, maar dat ik wel helemaal vooraan zit. Even later komt de man toch naar me toe. Ik doe het relaas nog maar eens, blijkbaar had hij er toch al wat van gezegd, maar had de begeleiding ontkend. Ik was duidelijk overtuigender: hij ging de leugenaar (“is dat die brede vent?”) nog eens berispen en zei mij: “Die zullen niet meer mee moeten.” Van dat laatste geloof ik niets, maar ik ben toch blij dat de begeleiding een lesje in verantwoordelijkheid krijgt. Dat was uiteindelijk mijn bedoeling, naast het beschermen van een trein. Op het perron staan dan nog 2 agenten met een herdershond. Geen idee of het voor hen was… Afschrikken zal het wel gedaan hebben.

Kindjes moeten spelen, kindjes krijsen graag, maar het zijn kindjes: iémand moet zeggen waar de grens ligt. Bij een jeugdbeweging is dat de leiding. Eén ding is zeker: als ik weet welke jeugdbeweging dit was, dan mogen mijn kinderen – wanneer die er zijn – er niet bij.

Reblog this post [with Zemanta]

Reacties (2) »

Reflecties over boeken en treinen

Stakingen bij de NMBS: we zijn ze stilaan gewoon. Toevallig dat ze dat altijd doen als het vakantie is. De een zal daar wel blij om zijn (zijnde: de werkende mens of de scholier die niet hoefde te pendelen die dag), de ander net niet (mensen die een uitstap willen doen, moeten wachten of een alternatief nemen, daarnaast zijn er nog steeds pendelaars). Wie dat kan, vertrok beter een dag vroeger. Zoals ik.

Brugge

In station Brugge aangekomen de woensdagavond stond ik op het perron te kijken naar de omgeving. De avondlijke omgeving heeft wel wat. Soms mis ik het dat het al vroeg donker is, maar al bij al is het ook fijn om drukke taferelen in het donker te zien. In de zomer heb je die alleen overdag. De nacht is er dan doods. Dus geef mij gerust maar eens lange nachten, zeker als ze niet te koud zijn. Woensdag was het dus zo. Met zicht op een klassiek motorstel (ja, die rode trein) en op de achtergrond de nieuwe gebouwen aan de voorkant van het station: een hotel, kantoorruimten, appartementen en… een Saturn (zeg gerust Mediamarkt, want dat is zo goed als hetzelfde, alleen de kleuren en soms de prijzen verschillen licht).

Saturn

De opening van die Saturn is voorzien op 2 december. Dat is nog minder dan een maand. Voor alle duidelijkheid (want dat is slecht te zien op de foto): de gebouwen staan er nog niet. Er staan al steunpilaren en de verdiepingen staan er al op, maar voor de rest is het eigenlijk erg onaf. De buitenmuren staan er bijvoorbeeld nog niet. Er moet nog geverfd worden, wellicht komt er nog andere versiering van de muren ook. Deuren en ramen moeten er nog in. En vooral: de Saturn! Er moeten nog rekken in, reclamepanelen aan de plafonds, kassa’s… Dan moeten de producten er ook nog eens in. Computers om te testen moeten ingesteld worden, een hele vracht koelkasten (veronderstel ik toch), cd’s en dvd’s in een zekere volgorde, kleine prullaria als geheugensticks en inktcartridges, merk- en prijsaanduidingen… De Saturn/Mediamarkt is niet bepaald de meest fancy winkel, maar toch, zelfs de chaos die er lijkt te heersen moet er geïnstalleerd worden. Ik ben zéér benieuwd of ze die datum halen.

Het doet me denken aan het voorval van de Colruyt in Assebroek een tijdje geleden. Ik dacht dat de Colruyt er bijzonder snel geïnstalleerd zou zijn. Wat is een Colruyt? Een prefabgebouw met rekken voedsel en andere dingen in. Onaangeklede rekken (met alle respect gezegd hoor, beste Colruytkoper, ze investeren gewoon in de essentiële dingen). Wat kassa’s en dat is het zo wat. Denk ik toch. Maar nee hoor, die Colruyt kwam er pas maanden later. Zonder vleesafdeling dan nog! Die kwam pas later. Heel bevreemdend. En een Saturn zou dat sneller kunnen?

Terug naar de treinrit. Een gewone rit overigens, zoals ik ze het liefste heb. In Gent-Sint-Pieters passeerde ik andere werken bij de NMBS: die van de stationsbuurt daar. De ondergrondse parking op de voormalige plaats van het postgebouw is nu blijkbaar af, toch de ruwbouw. Je ziet niet meer dat er een put was: die is dicht. Dat is wel snel gegaan, vind ik. Ik passeer er toch vaak en plots was dat dicht. Prima.

Boekenbeurs

Het doel was de boekenbeurs. Die donderdag was het staking, dus hoopten we op weinig volk. Dat bleek ook wel wat te kloppen: er was een aangename drukte. Weinig duw- en trekwerk. De hitte van elk jaar was helaas wél op post. Mijn krant had nochtans geschreven dat de tropische temperaturen voorbij waren omdat de ecologische kaart getrokken werd. Helaas: de aanmoedigingen van organisator Boek.be om ecologischer te werken, werden niet bij alle standjes even goed opgevolgd. Het was frisser, maar nog steeds te warm om er met winterse kledij binnen te komen. In november zou dat toch anders moeten kunnen. Laat me ook maar direct mijn ander grote punt van kritiek geven: dit evenement kost zo maar even 8 euro nu ik geen student meer ben. Ik vind dat veel. Het eveneens bekende Boekenfestijn is gratis terwijl die net boeken verkopen die weinig opbrengen. De winst moet er redelijk laag zijn. Op de Boekenbeurs vragen ze veel geld en toch moet je inkom betalen? Het gaat er bij mij niet echt in. En waarom dan 8? Dat is best veel voor zoiets.

Voor de rest: veel kookboeken, veel Twilight. Het valt wel op wat er tegenwoordig in trek is dus. Er was ook een e-reader (voor e-books) om te testen. Leuk speelgoed, maar eigenlijk niet echt op punt nu. Ik ben er wel in geïnteresseerd, maar de demonstratie (gegeven door iemand die we kennen, maar die ons niet herkende, we lieten het maar zo) heeft mij toch geen goede indruk nagelaten. Pagina’s omklappen of vergroten duurde een eeuw, iets wat op een gewone pc in nog geen seconde zou lukken. Ik snap wel hoe dat komt (zwakke processor, wat op zich altijd een duur iets is), maar veel begrip heb ik er niet voor. Tien seconden voor zo’n opdrachten is té. Nee, geef mij maar een papieren boek nu. Het lijkt me wel handig om er je boekenverzameling in kwijt te kunnen. Of vakliteratuur, dat misschien nog het meest en best van al. Ideaal voor studenten die zo altijd hun cursusboeken bij hebben bijvoorbeeld. Maar dat is nog niet voor direct vrees ik…

Voor de rest natuurlijk het ding van altijd: signeersessies van de gekste mensen (waarbij Urbanus duidelijk het meeste volk wist te trekken en anderen bij gebrek aan belangstelling met elkaar praatten) en ontzettende veel boeken over de meest uiteenlopende dingen. Veel kwakzalverij in boekvorm helaas ook. En dat voor 8 euro. Maar al bij al beleef je er toch altijd weer een goed gevulde, fijne namiddag.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Geen Wi-Fi op de trein

Helaas, helaas: de NMBS ziet het niet zitten om te investeren in draadloos internet op de trein. Als dat er moet komen, dan moet iemand anders dat maar doen voor hen, zonder dat zijn er financieel schade van kunnen ondervinden. Telenet of Belgacom: waar wachten jullie toch op?

Volgens de Minister van Overheidsbedrijven, Steven Vanackere (CD&V), kunnen bepaalde mensen trouwens al op de trein surfen, weliswaar via een gsm-netwerk. De aanbieders daarvan moeten hun aanbod langs de spoorlijnen verbeteren, maar het is dus niet aan de NMBS om dit te doen.

Misschien heeft de minister ergens op Mars rondgehangen de laatste jaren, maar internet via de gsm is echt niet aangenaam, ook al gebruik je er een laptop voor. Het is heel erg duur en is helemaal niet hetzelfde als gewoon internet. Jammer dat het internet op de trein zo voor een exclusief groepje mensen beperkt blijft. Een exclusief groepje dat dan meestal nog de auto neemt hoogstwaarschijnlijk.

Hopelijk voor de NMBS is dat geen verkeerde keuze. Steeds meer mensen willen overal internet, liefst met Wi-Fi. Denk maar aan het plan van Brugge om van heel de stad een hotspot te maken. Het ziet er toch naar uit dat (snel) internet net als de radio overal wenselijk zal worden. Dat de NMBS dus maar snel op de internettrein springt.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Rammen!

Ken je dat? Zo’n dag waarop iedereen je van de weg lijkt te rammen? Ik had er vandaag zo-eentje. Ik fietste richting station en werd er bijna gegrepen door een autocar, terwijl ik met hoge snelheid van ‘n hoge brug rolde. Ik kon het niet laten om toch maar voor de wielen van het ding te crossen. De chauffeur mocht wachten. Toen ik terug was van m’n bestemming was het al weer net zo: uit parkings schieten de mensen op de weg of ‘t fietspad. Ik maar remmen. Ik fiets snel hoor, pipo’s!

Mijn portie trein was ook weer welletjes. Om de een of andere reden moet er wel altijd iets raar gebeuren. Vandaag was dat: de treinbegeleider (conducteur) buigde zich over mijn kaartje en er viel pardoes een knoop van hem op de grond. Niet zomaar eentje, maar een van zijn kepie! Zo viel me op wat ik al wel vijfhonderd keer heb gezien: er zit een knoop op hun kepie. Vanzelfsprekend was er ook weer de portie man-met-luide-muziek (dat die begrenzing er maar héél snel komt!) en een oudje dat opmerkte dat die treinen tussen half 10 en 16 uur en vanaf 19 uur zo goed als leeg zijn. Wat antwoord je daar op hé? ‘t Is waar, maar er geen laten rijden is ook geen goede optie… En o ja, een vertraging van 15 minuten. Maar dat vergeef ik de NMBS voor de zoveelste keer wel. ‘t Is niet dat ze het met opzet doen. Het was trouwens al zeker een halfuur op voorhand aangekondigd.

Laat een reactie achter

Onduidelijkheid

Jawel, Michiel op de sporen zat weer eens vast op die immer fijne rails. Tussen Brugge en Gent viel de AM96 (motorstel zoals op de foto) plots stil. Ik zat vooraan en had zicht op de deur waar de machinist zich in bevond. Die laatste kwam plots naar buiten en opende de deuren. Een luide pieptoon op hoge frequentie was het gevolg. Het feit alleen natuurlijk dat er een machinist zijn trein verlaat… Na een poosje kwamen ook de treinbegeleidster en een (toevallig aanwezig?) ander NMBS-personeelslid opdagen. De begeleidster had het al snel over 10 minuten vertraging. Tip: reken er zeker 5 bij als je dat hoort. Het werden er al snel twintig. Een probleem met de seininrichting, zo klonk het. Toch wel wat onduidelijk. Seinen staan op de sporen, waarom stappen die mannen dan uit? Ze zullen wel weten waarom, maar het maakt me toch benieuwd. Al snel werd over 15 minuten vertraging gesproken. Logisch als steeds werden het er uiteindelijk 20. De trein werd beperkt tot Berchem. Een man in mijn wagon vloekte. Tja, overstappen in Berchem is echt moeilijk hoor. Kuch. Er rijdt elke 5 minuten wel een trein naar Antwerpen-Centraal. Daarin was het personeel dan weer heel duidelijk. Goed zo!

Vakjargon in de NMBS is misschien wat onduidelijk, maar ze geven ten minste info. Anderen houden dat wel bewust achter. Op mijn eindbestemming (Antwerpen dus) gingen we eens een nieuwe horecazaak uittesten. Restaurant Marie, hoewel het in de namiddag meer een café is. Wij gingen er dan ook een warme choco drinken. Na een poosje kwam een man de zaak binnen. Hij stelde zich voor door zijn naam mee te geven. Hij vervolgde door te zeggen: “Wij bezoeken alle handelszaken.” Daarna leuterde hij wat over RSZ, controle op personeel en rookverbod en nog zo wat dingen. Het klonk als een officiële afgevaardigde van een of andere inspectie. De man zei een kwartiertje te willen spreken met de uitbaatster en reserveerde “dus” een halfuur van haar tijd. Na de afspraak te hebben gemaakt, vroeg de gewiekste uitbaatster toch maar even van waar die man nu precies kwam. Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen, zo bleek. De uitbaatster vroeg of ze daar dan bij aangesloten is nu ze een zaak heeft. Goed gezien, want dat was niet het geval. De man deed zich voor als een officiële man, maar eigenlijk wil hij haar gewoon het lidmaatschap aansmeren voor een zelfstandigenvakbond. De man had zijn buit, namelijk de afspraak, snel binnen, maar hij zal na die afspraak vast toch van een kale reis terugkeren. Toen de man goed en wel buiten was, zei de uitbaatster tegen een vriend van haar dat ze die man toch maar wat vals vond. Hij doet zich voor als een belangrijke inspecteur, maar is eigenlijk een vertegenwoordiger. Ik beaam: zo klonk het ook voor mij. Je zult maar een simpele ziel zijn en daar toch intrappen…

De chocolademelk was trouwens goed voor een 7/10 voor mij. Niet meer omdat het op basis van water en poeder was, niet minder omdat het voor zo’n waterchocomelk wel goed was en omdat we een Mignonette (van Côte d’Or) kregen. Leuke sfeer, vriendelijke uitbaatster.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Geval vallende loper

{{#if:Автобус "Van Hool" в Мехелене|...

Image via Wikipedia

“Voor u doe ik dat,” zei de vriendelijke buschauffeur toen ik vroeg of hij stopte waar ik moest zijn. Een kort busritje met heel veel grapjes van de chauffeur. Eerst kwamen wat flikken in de verkeerde richting, daarachter ook een blondje. Het was de chauffeur niet ontgaan, ook niet toen een ander blondje voor zijn wielen overstak. Een vrouw per fiets kreeg terecht de naam “zwakzinnige weggebruiker” opgekleefd. En mensen op straat met een kwaad gezicht werden ook niet erg geapprecieerd bij de immer vrolijke chauffeur. Andere mensen die een andere bus moesten nemen (richting Blaarmeersen, waar de bus vandaan kwam), werden vriendelijk naar de juiste verwezen met als afsluiter: “Maar de volgende keer moeten jullie zeker met mij mee.” Vrouwelijke klanten werden ‘prinsesjes’ genoemd, zowel bij in- als uitstappen. Drie van de prinsesjes hielpen me ook spontaan om me de weg te wijzen toen ik uit de bus stapte. Ze gingen toch ook die kant op. Wat een vriendelijkheid, daar in Gent. Ik kom er wel vaker de laatste tijd. Sollicitaties, zie je… Later meer daarover, als er echt nieuws over te rapen valt.

Terugkeren deed ik maar te voet. Zo ver leek het toch niet. En zo was het ook. Toen ik het station Sint-Pieters naderde, merkte ik dat ik de trein nog net kon halen, dus begon ik me te haasten. Het voetpad was helaas te smal voor een haastige kluns als ik en ik viel nogal lelijk op de grond. Schaafwondjes op mijn armen en een licht gescheurde broek waren mijn tol. Niet zo ernstig, wel wat pijnlijk, maar bon, het is geen gebroken been. De trein haalde ik nog net. De treinbegeleider, “de conducteur”, kwam langs en ik vroeg hem of hij toevallig geen ontsmettingsmiddel had voor mijn toch wel wat vieze schaafwonden. Hij begeleide me (jaja, het is een treinbegeleider hé) naar de achterste wagon en zette me in eerste klas, waar hij me het nodige aanbracht. Iso-betadine (in een piepklein potje), wat papier, zijn hulp. Vriendelijke man zeg. Zijn gezicht kwam me bekend voor. Hij begeleide mijn fiets ook al enige keren op de trein denk ik. In elk geval weet ik nu ook weer eens hoe ze met geschaafde mensen omgaan bij de NMBS: zorgvuldig en behulpzaam.

Nog eens een dikke merci voor de NMBS.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Een reusachtig museum

Iguanodon Bernissartensis at the Museum voor N...

Image via Wikipedia

Met een aantal gewonnen tickets al enkele maanden op de kast, was het dan eindelijk zover: een bezoekje aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, met het prachtige museum. Vooral bekend zijn de dinosaurussen, de iguanadons, naar ‘t schijnt de meest complete en interessantste van de hele wereld. Hun impact zou fenomenaal zijn. Maar er is zoveel meer…

Voor een keertje ging ik ook buiten met m’n ouders, ik kan me de tijd niet meer herinneren dat dat nog gebeurde. Mij interesseert een museum over natuurwetenschappen natuurlijk heel erg, maar mijn ouders? Dat viel gelukkig heel goed mee. Ze waren heel geïnteresseerd, oef. Het moet ook al heel erg met je gesteld zijn als je dit museum slecht durft noemen.

Tentoonstellingen

Even een lijstje met de aanwezige tentoonstellingen met enig commentaar:

  • De galerij van de dinosauriërs. Zonder twijfel de grote publiekstrekker. Een aantal fascinerende iguanadons wachten je op. Je kunt er zowat overal naast wandelen. In de kelder kun je zelfs een kleine reconstructie van de vindplaats zien, met een beetje informatie over hoe ze de dinosaurusbeenderen dan uiteindelijk hebben bovengehaald uit het vindplaats, een kolenmijn. Maar de galerij biedt ook informatie rond de evolutie van dino’s en hun plaats in de tijd en stamboom van het leven. Onwetenden zullen vast wel verrast zijn door het feit dat vogels eigenlijk dino’s zijn. Skeletten – replica’s en originelen – met een hele reeks educatieve plaatjes, spelletjes en filmpjes doen je beseffen dat de wereld veel veranderd is. De machtige T.rex en de knots van een ankylosaurus, een triceratops, ze doen vermoeden dat je als mens toch maar nietig zou zijn in zo’n periode. Maar er is veel veel veel meer.
  • Minder fascinerend, maar alsnog even interessant is de zaal over 250 jaar natuurwetenschappen. De mijlpalen van het KBIN, het verval, de bronnen van de collectie… je komt het allemaal te weten. Blijkbaar heeft het museum heel wat te danken aan opgravingen in Antwerpen, aan de Belgische zuidpoolexpeditie, aan de kolonisatie van Congo en aan de Antwerpse zoo. Tegenwoordig komt ook wat materiaal binnen via de douane: in beslag genomen goederen van bedreigde soorten. Ze doen je even stilstaan bij de gruwel van de mensheid. Een prachtige tijger, geschoten als jachttrofee, maakte me kwaad. Op de jager natuurlijk. Het museum maakt ook duidelijk dat zijn collectie ook deels komt van de tijd waarin mensen nog niet stilstonden bij hun vernielzucht. Nu niet meer, integendeel. Nog een leuk feit is dat ook Brussel blijkbaar een stadszoo heeft gehad, zoals Antwerpen. De dieren bleven er niet lang en werden snel aan Antwerpen geschonken. Of ze werden afgemaakt. Ja, de tijden zijn veranderd.
  • Wat weinig mensen zal boeien, is volgens mij de galerij van de evolutie. Evolutie is heel interessant, maar de feiten die in dit stuk van het museum worden aangereikt, zullen veel mensen te boven gaan. Enige kennis van anatomie en dierkunde zijn onontbeerlijk als je alles wil verstaan. Gelukkig zijn er ook veel laagdrempelige items, zoals filmpjes die de drijvende krachten achter evolutie tonen (mutaties, genetische drift, selectie, isolatie…). Ook al versta je er niets van, er zijn heel veel fossielen, replica’s en opgezette dieren die je doen inzien hoe de wereld is veranderd. Van eencelligen tot eenvoudige meercelligen. Van simpele vissen tot vissen met kaken en stevige vinnen, die poten konden worden. De verovering van de landmassa werd een feit. We eindigen bij de huidige heersers, de vogels en zoogdieren vooral, waarbij we de nota krijgen dat de evolutie nog niet gedaan is. Gekweekte zalm is bijvoorbeeld niet meer hetzelfde als wilde, met als gevaar dat door kruisingen het wilde exemplaar uitsterft. Of olifanten die kleinere slagtanden krijgen of kabeljauwen die steeds kleiner worden per generatie omdat de exemplaren met respectievelijk grote slagtanden en een groter lichaam aan jacht ten onder gaan. We sturen de evolutie dus, vaak ongunstig. Ook antibioticagebruik wordt aangehaald. Op het einde zie je dan nog kort hoe de evolutie zou kunnen verdergaan. Pure science-fiction. Moeilijk stuk museum, maar het tentoongestelde materiaal is voor iedereen goed.
  • ‘n Tijdelijke expo gaat over overleving in extreme omstandigheden (overleven in het x-treme). Kamelen, cactussen, ijsberen, berggeiten, grot- en diepzeebewoners… allen hebben ze één iets gemeenschappelijk: ze hebben allemaal hun eigen manier om zich tegen de extreme omstandigheden te beschermen. Vooral leuk voor kindjes denk ik, want er is veel speelgoed. Af en toe stuk, eentje is ook afgesloten wegens het besmettingsgevaar voor Mexicaanse griep (koeltjes H1N1 genoemd).
  • Voor de rest zijn er heel wat kleinere zalen met de bijzondere collectie van het museum. Mineralen waarbij je achterovervalt bij de variatie en pracht. Een wandelgang met pooldieren, een zaal met allerlei zeezoogdieren (walvissen en dolfijnen, zeekoeien, robben), een ruimte met dieren uit onze eigen omgeving. Daarnaast is er ook nog een mooie gang met zoogdieren. Heel erg fascinerend is een zaal over insecten, met een gigantische verzameling vlinders. Prachtig gewoon. Ook andere ongewervelden sieren het museum. Reusachtige schelpdieren bijvoorbeeld.

Alle tentoonstellingen zijn doorspekt met informatiebordjes en spelletjes. Nee, vervelen zul je je er niet snel. Wie dit museum, zoals ik, écht grondig wil bekijken, moet echter vroeg opstaan en heel veel wandelen en lezen. Het museum is namelijk reusachtig. Er is zo veel te zien dat je met de openingsuren zelfs niet genoeg hebt om het allemaal grondig te zien. Dat is enerzijds jammer, anderzijds maakt het het natuurlijk een geweldig museum waar je steeds nieuwe dingen kan ontdekken. Het is mijn derde bezoek, maar als het van mij afhangt zeker niet het laatste. Net zoals de vorige keren kwam ik tijd te kort. Wat een museum…

Kleine reflectie

Ik kan het moeilijk laten om hier nog even een draai aan te geven. Het museum bezit een schat aan materiaal. Werkelijk een schat. Meermaals dacht ik: als dit ooit afbrandt, dan zijn we veel kwijt. Maar ik bedacht ook: stel nu dat dit geweldige museum op een gegeven moment in de toekomst van België ter discussie staat. Dat Brussel weer eens besproken wordt. Wat doen we met die hele collectie? Opsplitsen zou een vreselijke verarming zijn voor beide landsgedeelten. Want ja, wiens eigendom is dat dan uiteindelijk? ‘t Zal wel weer delen worden, zoals destijds met de splitsing van de universiteit van Leuven. Zoals zo vaak denk ik: wat zou het zinloos zijn een land te splitsen als het alleen dingen zou splitsen waarvan je wil dat ze samenblijven. Museumstukken zoals hier dus.

En nog dit

Last but not least: wie dit museum wil bezoeken, moet absoluut met de trein gaan. Je staat er in geen tijd. Station Brussel-Luxemburg nemen, dan buitengaan en heel even een heuvel op. Dit museum ligt echt op een steenworp van het station (al moet je de steen dan wel vanuit het museum gooien, kan die nog even bergaf rollen naar de juiste plek). Het pas opgeknapte en fabuleuze station ligt pal in de Europese wijk, aan het Europees Parlement. Je zult opkijken als je er voor het eerst komt. Net als van het museum. Brussel op z’n modernst, op z’n grootst. Getekend: een trotse Belg, trots op z’n land en z’n hoofdstad.

Laat een reactie achter

Een dagje naar de hoofdstad

Een tijdje geleden gaf De Standaard bij aankoop van de weekendkrant een gratis ticket voor het gloednieuwe Magrittemuseum in Brussel. Kunstminnend als ik ben *kuch*, kon ik dat niet aan mijn reukorgaan laten voorbijgaan. Dus trokken we met reukorgaan en alle andere lichaamsdelen naar Brussel, die puike hoofdstad van het Koninkrijk België. Een impressie is wel op zijn plaats, dus bij deze…

Magrittemuseum

Rene Magritte 1928-1929, Surrealism

Image via Wikipedia

René Magritte is misschien wel de bekendste kunstenaar van het land. Vaak wordt zijn kunstvorm, het surrealisme, gezien als de nationale ingesteldheid: in België kan alles. Dus terecht een van de meest gekoesterde Belgen. Het museum op zich is zeker het bezoeken waard. Er staat heel veel werk van Magritte. Veel foto’s en teksten ook. Die vonden we zelf weer wat minder, maar kom, daar zullen we maar niet over zeuren. Genoeg kunst. Het moet wel vermeld dat de bekendste werken van Magritte er niét te zien zijn. De bekende pijp, de man met de appel voor het gezicht, de neerdalende mannen met bolhoed en paraplu… Het voordeel van Magritte is gelukkig dat hij zeer vaak teruggreep naar zijn grote werken en daar variaties op maakte. Er zijn dus wel pijpen en bolhoeden te vinden. En andere pareltjes, dat spreekt voor zich. Je bent er wel even zoet mee. Er zijn drie verdiepen, dus dat kan al wel tellen. Bezoekje zeker waard. Trouwens, het ding ligt op slechts 10 minuten van Brussel-Centraal. Wie de trein niet neemt, moet echt al in Brussel wonen of moet al erg milieuonvriendelijk zijn.

Warandepark

Op een steenworp van het Magrittemuseum, pal voor het paleis, ligt het Warandepark. Een leuk park, tjokvol joggende mensen, toeristen op segways en gewoon wandelaars. Groen en gezellig, zoals een park hoort te zijn. Al kwamen we er toch maar wat vies tegen. Een man, een jongeman van allochtone afkomst, ging op het vijvertje af, zag plots iets en viste dan iets uit het water. Hij gooide het achter de struiken en wandelde vervolgens weg. Nieuwsgierig als altijd gingen we kijken wat hij daar had gegooid. We hadden het misschien beter gelaten: een of andere nozem heeft in dat water een puppy gedropt. Of verdronken, wie weet. Of de jongeman er wat mee te maken had, geen idee, maar het was in elk geval luguber. Wij maar denken dat het een ekster was.

Het Koninklijk Paleis

Onze koning is op reis. Naar jaarlijkse gewoonte wordt een deel van het Koninklijk Paleis dan ook opengesteld voor het grote publiek. Iedereen mag er gratis in en mag even genieten van de culturele rijkdom van het paleis. Het nederige stulpje is helaas niet compleet te zien. Wat je er wel kan zien, is zeker ook al de moeite. Schilderijen van allerlei voorvaders (wie wil weten van wie, moet de brochure nemen, dat hebben wij maar niet gedaan), enkele grote zalen vol meubels en lusters, een zaal met een mooi servies met vogels op… Eén van de zalen werd naar ons gevoel wat ontsierd door de aanwezigheid van een scherm waarop Frank De Winne te zien is. Houterig en in “Vlaams Engels” probeerde hij ons het belang van de missie uit te leggen. Zeer interessant, geen twijfel over mogelijk, maar geen spek voor onze bek. Dan liever de zaal met verwijzingen naar strips (verdorie, waarom mogen we toch geen foto’s nemen?) en de zaal van Technopolis. Die zit onder een plafond dat door Jan Fabre versierd werd met de groene schildjes van Thaise juweelkevers. Al spelende leer je er al eens wat bij. Bedoeld voor kindjes, maar ook grote kinderen amuseren zich er.

Gouden tip (voor de mannen): wie gesteld is op propere wc’s gaat beter niét in het paleis. Het zijn van die ouderwetse wc’s waarbij je tegen een steen pist en alles in 1 goot terechtkomt. We hadden ook de indruk dat de zeep verdund was. ‘t Zal crisis zijn zeker? De jacht van de koning moet op een manier betaald worden natuurlijk.

Strips

Et Franquin créa la gaffe

Et Franquin créa la gaffe

Brussel bezoeken zonder aan die andere Belgische kunst, het beeldverhaal, te denken? Onmogelijk! We stevenden af op de shop van het bekende Belgisch Centrum van het Beeldverhaal, kortweg het stripmuseum. De kortste weg leek me via station Brussel-Centraal, dus gingen we daarheen terug. Misschien niet zo verstandig, want blijkbaar was er rond het station een waterlek waardoor de trams ook al niet reden. De buurt was redelijk afgesloten waardoor ik plots verkeerd liep aan het station, voor het eerst in al die jaren bezoek aan het museum. Tja, onvoorziene omstandigheden, nietwaar? Gelukkig kwamen we terug waar we hoorden te zijn en op onze tocht rond het station botsten we bovendien ook nog op een stripwinkeltje. Mijn ogen fonkelden, want ik zag een belangrijk ontbrekend stuk uit mijn Franquinverzameling: Et Franquin créa Lagaffe. Op eBay zag ik het al een aantal keer voor immense bedragen de deur uitgaan. 90 euro was geen wonder. Dus ik vroeg maar eens de prijs van het boek in die winkel. Schrik niet: 200 euro! Oei zeg…

Uiteindelijk vonden we het stripmuseum toch zonder veel problemen. Beetje stom geweest de eerste keer. De shop viel me wat tegen. Er is wat hervormd of zo, nu staat alles minder duidelijk en tal van exclusiviteiten bleken er niet meer te zijn. Helaas.

Bip-bip

Het ergste van de dag moest nog komen. Het gebeurde in de Nieuwstraat, de peperdure winkelstraat, althans voor de eigenaars van de winkelzaken. Zowat elke belangrijke winkel is er aanwezig; de grote afwezigen zitten hoe dan ook in de buurt (zoals Standaard Boekhandel, tot onze grote verbazing compleet Nederlandstalig!). Het begon in Galeria Inno, waar we zanger Arno bijna letterlijk tegen het lijf liepen. Hoewel we er niets kochten, begon ik te biepen toen ik buitenging. De – in Brussel alomtegenwoordige – security vroeg me beleefd te komen. Ik deed maar mee, want ik had toch niets gedaan, toch? De man in kwestie liet me m’n hele zak leeghalen, zoekend naar het biepende voorwerp. Tijdschriften, agenda, water, cola, zalf… zo goed als alles moest er aan geloven. Hij vond het niet. Toen ik dan toch mocht gaan, biepte ik niet langer. Bah.

Hetzelfde gebeurde dan nog eens in de H&M en later in de Fnac in City 2. “Ca fait bi-bip quand vous entrez?” vroeg de security (of iets in die aard, ‘t zal wel in de verleden tijd geweest zijn, maar bon, ‘k verstond het toch). Hij liet me snel gaan toen ik zei dat het ook al in de Inno was. In de H&M was zelfs dat niet nodig.

City 2, het grote winkelcentrum, is trouwens ook een bezoekje waard. We stelden vast dat eigenlijk alles in je buurt is als je in Brussel centrum woont. Het winkelcentrum is tot 20 uur open, bevat ‘n Carrefour Market (GB), ‘n Bongobonnenwinkel, ‘n Fnac, ‘n Club, ‘n Vanden Borre, ‘n Blokker, ‘n H&M, ‘n Sonywinkel, kappers, prullariawinkels, juwelenzaken… Eigenlijk alles wat een mens wel en niet nodig heeft. Hadden Ikea, Bozzy en Standaard Boekhandel daar nog gezeten, dan was het compleet.

Na 20u

Manneke Pis

Manneke Pis

Wie nog van het nachtleven houdt (hoewel augustus nog niet zoooo donker is), kan ook na 20u nog in de stad terecht. De Grote Markt en Manneke Pis trekken nog heel veel volk. De terrasjes hebben goed te doen en straatartiesten werken nog een tijdje door. Als het donker wordt, houden sommigen het voor bekeken, maar toch voel je nog wat spirit. Ik ben Brugge gewoon hé.

Kleine bemerking: Brussel is een heel toffe stad, maar het valt toch op hoe weinig Brusselaars Nederlands spreken of verstaan. Dat is irritant, zeker in bijvoorbeeld McDonald’s, waar een beetje basis toch welkom is. Het verbaast hoe sommige mensen daar aangenomen worden. In een café sprak een ober niet tegen ons, allicht omdat ik Nederlands begon te praten. Hij gaf me ook zeer bewust stukken van 10 en 20 eurocent terug, terwijl hij die van 50 al vast had. Op andere plaatsen spreken ze dan weer goed Nederlands (Magrittemuseum). Geen anti-Franstaligennota, wel een opmerking dat het Franstalig onderwijs dringend Nederlands moet gaan verplichten. Mensen een klein beetje helpen in hun eigen taal moet toch kunnen, niet? Zeker in Brussel. Onvergeeflijk lijkt me ook dit bordje dat leidt naar de Kruidtuin:

Niet direct een Franstalig-Nederlandstalig probleem, wel een beetje gek als uithangbord:

Schol als pisbier is wat je wil.

Brussel: de moeite, ‘n toffe stad, maar verrekt vervelend dat je echt Frans moet verstaan en ‘n beetje spreken. Er gaan wonen? Nog even niet denk ik.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter