Archief voor Peyo

Le Trombone Illustré

Cover "Le Trombone Illustré"

cover "Le Trombone Illustré" van Dupuis

Een aankoop voor mijn stripcollectie een paar weken geleden, was die van Le Trombone Illustré. Er hangt een hele historie aan dit lijvige boek (het is groter dan een A4 en zeer dik, ruim 270 pagina’s).

Het boek is een heruitgave van een boek uit 1980 dat tegenwoordig onvindbaar en heel duur is. Een verbeterde versie weliswaar, want naar aanleiding van de dood van Yvan Delporte en het tegelijk verschijnen van een biografie rond deze man, is er een heel stuk bijgevoegd.

Maar laat ons beginnen bij het begin. In 1977 verscheen in het weekblad Spirou (niet in Robbedoes, de Nederlandstalige versie ervan!) een soort bijlage. De weken voor het effectieve verschijnen werd in het weekblad al aangekondigd dat er mensen bezig zijn ’s nachts de installaties te gebruiken. Het wordt duidelijk dat het gaat over een illegaal tijdschrift, dat clandestien bij het weekblad wordt gevoegd. Natuurlijk is dat in het echt niet zo, de bijlage was gepland, maar voor de lezers had het zo wel een leuk kantje. De bijlage promootte zichzelf ook steevast als clandestien of als piraatuitgave (later). Het idee kwam van Yvan Delporte en André Franquin. Delporte was lang hoofdredacteur van Robbedoes/Spirou, maar was dat in 1977 niet meer. De opzet was om met Le Trombone Illustré een nieuwe weg in te slaan, zowel op grafisch als verhaaltechnisch gebied. Wel, die bijlagen zijn gebundeld in dit boek.

 

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

Hoewel dat verhaal over ‘n illegale uitgave overdreven was, is het wel zo dat de Trombone los stond van Spirou. De tekenaars die eraan meewerkten, waren vaak niet verbonden aan het tijdschrift en werden ook los daarvan betaald. Sommige kwamen zelfs van de concurrentie, maar met een grote gedrevenheid. Volgend Delporte was de vraag om eraan mee te werken erg groot. Sommigen gingen zelfs akkoord met een lager loon dan ze gewoon waren, al was dat loon ook wel mooi.

Inhoudelijk dan? Eigenlijk valt daar veel over te vertellen. Elke week was er wel iets nieuw. Heel veel tekenaars hebben eraan meegewerkt, maar velen slechts kort of met tussenpozen tussen 2 stukken. Redelijk vaste waarden, waren o.a. Roba, Peyo, Franquin (uiteraard), Gotlib, Degotte, Jannin, Sirius… De verhalen zelf zijn grappig, ontroerend of spannend, sommige duurden meerdere weken, sommige niet. Er zijn ook heel veel rubrieken. Verhaaltjes over een ruimtewezen dat onze aarde ziet en veel dingen niet snapt (geld, gokken op paarden, de politie) en ons doen nadenken over onze wereld. Een ander stukje sciencefiction was elke week aanwezig. Ook een stukje commentaar over de fictieve makers van het blad, die zogezegd onder het grote weekblad leefden. Vaak werd daarin een bepaalde tekenaar aangeprezen, omdat die voor de eerste keer in de bijlage verscheen. Daarnaast was er ook vaak een stukje van fictieve Nana, die over feministische onderwerpen schreef. Maar er waren ook veel stukjes die maar enkele keren verschenen, zoals een puzzel.

Ook speciaal aan de hele bijlage, is dat het elke week een andere titeltekening en “aftiteling” had. Dat laatste was achteraan een kolommetje waar wat praktische info staat rond de uitgever, daar werd de draak mee gestoken. De titel zelf, vooraan dus, was elke week een hoogstaand stukje grafische kunst, meestal van Franquin. Het bevatte telkens de titel van de bijlage en daar werd dan mee gespeeld. In de eerste O woont een oude man, bijvoorbeeld. De letter é van “illustré” is ook een weerkerend item: Franquin vond het accent zo lelijk dat hij het verving door al wat maar kon. Een rotte banaan, de staart van de Marsupilami, een zelf uitgevonden vogel… Daarnaast was er ook een roker die steeds zieker wordt en uiteindelijk ook doodgaat. Er is een soort spelletje van een kindje dat ook elke week een variant krijgt, de trombonespeler krijgt een relatie, er is ook een plant die constant groeit, een zeldzame vogel met commentaar enz. De meest tot de verbeelding sprekende figuur, was misschien wel een bisschop. Die deed de gekste dingen met zijn staf. Elke keer iets nieuw en verrassend, maar vaak een vervolg van de voorgaande week. Ook was er destijds een Franse wet die leenwoorden uit het Engels verbood, daar werd ook mee gelachen.

Die titels zijn overigens ook gebundeld bij Marsu Productions in een boek met dezelfde naam (zie tweede afbeelding). Enkel de titelbladen van Franquin zijn daarin opgenomen, maar de meeste waren dan ook van hem. Het boek bevat commentaar van Delporte, waardoor je het andere boek véél beter begrijpt. Hij legt de hele geschiedenis uit en het is soms echt wel wat…

Helaas voor deze wonderlijke bijlage, die inderdaad vernieuwing bracht en zeer moeilijke thema’s niet uit de weg ging, was zijn leven maar van korte duur. De uitgever kreeg ‘n klacht, desondanks de hoge kwaliteit van de bijlage. Iemand zou z’n abonnement opzeggen. Na 30 bijlagen besloot de uitgever, Dupuis, niet meer te investeren in dit magazine. Dat er ook tekenaars van andere bladen aan de slag gingen in deze bijlage, was mijnheer Dupuis ook een doorn in het oog.

Het is onvoorstelbaar wat Le Trombone Illustré heeft betekend voor heel wat tekenaars die hier hun debuut maakten. Bekende mensen zijn het geworden. Deze clandestiene bijlage is van bijzonder groot belang gebleken. Na het opdoeken kreeg het een mythische status. Het werd vaak gekopieerd, maar het sloeg nooit meer aan. Alleen Fluide Glacial is hiervan eigenlijk de enige waardige opvolger.

Ook Franquin heeft aan de Trombone veel te danken, al is het niet zijn bekendste werk geworden. Zwartkijken zag hier namelijk het levenslicht. Ook zijn bekende monsters trouwens. Daar was het mij nog het meest om te doen. Verzamelaar ben je of ben je niet hé.

Ik kan het boek absoluut aanraden, al is het alleen in het Frans verkrijgbaar. Helaas moeilijk Frans. Er staan soms wel taalgrapjes in en die heb ik niet verstaan. Voor de rest heb ik veel Frans bijgeleerd en daar ben ik blij om. Een woordenboek is handig. Wat ik ook heb gedaan en een goede tip kan zijn: lees absoluut ook het boek van Marsu Productions. Per aflevering heeft Delporte een stuk geschreven in dat boekje. Dat lezen voor je de bijhorende bijlage leest in het dikke boek, is wel fijn. Je leert er zo de achtergrond echt van kennen. Gouden raad! Het zijn beiden prima boeken.

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 70,-

Uitgeverij: Dupuis

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 29,-

Uitgeverij: Marsu Productions

Le Trombone Illustré
Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Schtroumpfs mini-récits

Deel 1 t.e.m. 4.

De Smurfen zijn hier al een aantal keer de revue gepasseerd. Zoals de vorige keren ook al gezegd, waren de Smurfen eigenlijk aanvankelijk maar nevenpersonages in de reeks Johan en Pirrewiet. Tekenaar Peyo wist toen nog niet dat de Smurfen hun eigen leven zouden gaan leiden. En toch. Het was de geniale, toenmalige hoofdredacteur van het weekblad Spirou (Robbedoes) die het idee kreeg om iets speciaal te doen met de blauwe dwergjes. Die man heette Yvan Delporte. Hij herinnerde zich een speciale bijlage in het weekblad waarbij je enkele pagina’s moest vouwen zodat er een albumpje tevoorschijn kwam. Dat idee wou hij hergebruiken voor de Smurfen: kleine verhalen voor kleine personages.

Peyo was wel te vinden voor dat idee. Wist hij veel wat voor een succes dat zou worden! Zes van die kleine albumpjes werden vanaf 1959 gemaakt. Het weekblad verkocht beter: de Smurfen waren een grandioos succes. Yvan Delporte – een man met een lange baard, een figuur waar mee werd gelachen, maar door dezelfden net zo goed naar werd opgekeken – had een gat in de markt gevonden. Peyo en Delporte hebben nadien dan ook met brio de hele wereld veroverd.

De zes kleine albumpjes zijn na het verschijnen in het blad zelden nog gepubliceerd. Ergens niet onlogisch: de 6 verhalen (Les Schtroumpfs noirs, Le Voleur de Schtroumpfs, L’œuf et les Schtroumpfs, Le Faux Schtroumpf, La Faim des Schtroumpfs, Le Centième Schtroumpf; vertaald: De zwarte Smurfen, De Smurfendief, Het ei en de Smurfen, De valse Smurf, Honger bij de Smurfen, De honderdste Smurf) zijn later hertekend en uiteindelijk in album verschenen onder die vorm. De eerste Smurfen hadden nog wat puntigere mutsen, bij de hertekende versie is dat al niet meer zo. Om een goed beeld te hebben van hoe de Smurfen écht waren, zijn die 6 kleine albums dus eigenlijk belangrijk. Voor de kunst.

Cover deel 5 en 6.

Cover deel 5 en 6.

Le Soir moet dat ook verstaan hebben. In 2008 verschenen deze 6 boekjes allemaal bij de Franstalig-Belgische krant. Een mooie uitgave. In 2004 werden de eerste 2 weliswaar ook al eens heruitgegeven, maar daar kwamen de 4 andere tot nog toe niet uit. De uitgaven van Le Soir waren dus wel welkom. Een mooie uitgave, maar helaas… direct zeldzaam. Weeral wat om tweedehands te kopen voor (te) veel geld. Maar een verzamelaar van Belgische klassiekers moét dit gewoon goed vinden. Het mag gezegd: ze zijn de moeite. Zo’n verhaaltjes als de eerste (zoals deze 6) zijn er spijtig genoeg nooit meer gekomen in de reeks. Eenvoudig, grappig, luchtig. De Smurfen in hun dorp, vieze Gargamel op de loer. Enkele Smurfen hebben al een duidelijke persoonlijkheid, maar zelden hebben ze al een naam. Smurfenverhaaltjes om van te smullen. Voor alle leeftijden, nog niet de kinderlijke variant van later. Die dekselse Smurfen toch.

(Les Schtroumpfs noirs, Le Voleur de Schtroumpfs, L’œuf et les Schtroumpfs, Le Faux Schtroumpf, La Faim des Schtroumpfs, Le Centième Schtroumpf)
Reblog this post [with Zemanta]

Commentaar (1) »

Johan et Pirlouit intégrale 4: Les années Schtroumpfs

Cover Les années Schtroumpfs

Cover "Les années Schtroumpfs"

Tekenaar Peyo is heel erg bekend geworden met zijn Smurfen, maar veel mensen zijn helaas vergeten dat de Smurfen eigenlijk personages waren uit Johan en Pirrewiet. Deze succesvolle reeks gaat over schildknaap Johan en zijn onafscheidelijke vriend, nar Pirrewiet. De eerste is een held zoals we die al jaren kennen. De tweede is een soort antiheld. Hij vlucht liever dan te moeten vechten, eet veel te veel, zingt graag maar ongelooflijk vals en hij is zeer snel op zijn tenen getrapt. Bovendien is het een grote kwajongen. Hoewel, groot… Pirrewiet is een dwerg. Een dwerg die wel een reus lijkt naast de Smurfen, dat wel.

De Smurfen kwamen maar in de loop van hun avonturen aan bod. Ik berichtte er al eerder over op deze weblog. Hoewel ze niet bedoeld waren voor het eeuwige leven, zijn ze veel populairder geworden dan Johan en Pirrewiet. Het leidde helaas tot het stopzetten van die laatste reeks. Peyo had alleen nog tijd voor de Smurfen, wat hij niet altijd even leuk vond.

Uitgeverij Dupuis vond het dan ook hoog tijd om die vergeten reeks weer wat onder de aandacht te brengen. Sinds enkele jaren geven ze daarom de volledige reeks uit in een nieuwe verpakking, de “intégrales”. Onder die noemer geven ze ook andere reeksen uit (Robbedoes en Kwabbernoot en Lucky Luke bijvoorbeeld), waarbij ze telkens enkele verhalen bundelen en er wat extra informatie aan toevoegen. Extra tekeningen en wat uitleg dan vooral. Helaas blijft het onvertaald: je moet je beste Frans bovenhalen. De strips op zich zijn wel in het Nederlands te verkrijgen in de betere boekenwinkel en bibliotheek. De dikke boeken dus niet. Van die dikke boeken is nu het laatste deel uitgegeven in de reeks “Johan et Pirlouit”, zoals ze dan heten in het Frans. Het bundelt de 4 laatste albums van Peyo (met hierbij de vermelding dat er na zijn dood nog 4 andere albums zijn gemaakt).

Het boek zelf bevat leuke onuitgegeven platen en kort het hele internationale verhaal van de Smurfen. Ze vermelden ook dat er nog enkele platen van Johan en Pirrewiet verschenen na het laatste lange verhaal (zie hieronder), maar gek genoeg zijn die niét opgenomen in deze “integrale” reeks. Jammer, want dat zou wel extra interessant geweest zijn. Zo is deze reeks boeken toch niet zo compleet. Spijtig, want vermoedelijk gaat niemand die dingen nog eens publiceren: alle rechten zitten bij Dupuis.

Maar al bij al zéker de moeite. Je leert er heel veel bij over Peyo en zijn werk. Smurfen inclusief, ook al gaat deze reeks niet echt over die guitige dwergen.

De verhalen

Eerst is er De oorlog der 7 bronnen (deel 10 uit de reeks). Kort gezegd komen Johan en Pirrewiet toevallig in een verlaten kasteel waar een spook ronddwaalt. Het spook is echter niet van kwade wil, maar heeft door zijn drankzucht heel zijn bevolking uit de streek verjaagd. Hij bedreigde een eigenlijk vredelievende heks en die heeft het land laten uitdrogen als straf. Door toedoen van de Smurfen wordt al snel toch water gevonden in het gebied. De hele regio wordt plots weer vruchtbaar wat direct een aantal opportunisten aantrekt. Zij eisen het land op, allemaal zijn ze zogezegd familie van de oorspronkelijke kasteelheer, nu het spook. Slechts één van hen is rechtmatig de erfgenaam, maar de anderen sluiten een verbond om die man buiten te sluiten. Johan en Pirrewiet proberen recht te laten zegevieren.

In De ring der Merenbergers even geen Smurfen. Een hertog komt terug na te zijn ontsnapt uit zijn gevangenis. Zijn vlucht duurt niet lang, want al snel wordt hij weer gevangen en gedrogeerd. Zo kunnen de kidnappers hun wanpraktijken laten goedpraten omdat doe zogezegd van de hertog zelf komen. Het complot wordt natuurlijk ontmaskerd.

Dan volgt Het Onzalige Land, een op en top Smurfenverhaaltje in de reeks. Een gevangen Smurf komt in het kasteel terecht en wordt bevrijd. Hij heeft helaas ook slecht nieuws, maar niemand verstaat wat er aan de hand is. Er is een “smurf die smurf smurft”. Pirrewiet doet alle moeite van de wereld om het te snappen, maar slechts één iets kan het ophelderen: een tocht naar het Smurfenland, bekende als het Onzalige Land. Samen met de koning, uit op een verzetje, gaan de helden naar het land, dat inderdaad heel onzalig is. Het zit vol gevaarlijke plaatsen, zoals bergen en moerassen. Na deze te hebben overwonnen, blijkt het te gaan over een draak die vuur spuwt. Zijn eigenaar, een mens, gebruikt de Smurfen als slaven om diamanten te vinden. Dankzij de hulp van de twee helden komt er natuurlijk verandering in die situatie.

In De hekserij van Bozerik ten slotte komen de Smurfen weer helemaal aan bod. Pirrewiet ontdekt een pratende hond in het bos. Een omgetoverde ridder, zo blijkt. De schurk achter deze daad, Bozerik, aast namelijk op de geliefde van de ridder. Johan en Pirrewiet gaan de man opzoeken. Helaas draait dat wat verkeerd uit en wordt de ridder gevangen genomen. Johan en Pirrewiet besluiten een antimiddel te zoeken, bij tovenaar Homnibus. Die schakelt de Grote Smurf in. Samen met enkele vrienden van de ridder trekken ze dan met z’n allen richting Bozerik. Net voor die kan huwen met de knappe Hildegonde komt alles nog goed.

Uitgeverij: Dupuis

Richtprijs: 22 euro

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Les Schtroumpfs: 120 Blagues et autres surprises – deel 3

Cover 120 Blagues et autres surprises (3)

Cover "120 Blagues et autres surprises (3)"

De Smurfen behoren stilaan tot het culturele erfgoed van België. Sinds enkele jaren is er de traditie om in de (rustige) zomermaanden een album uit te geven met korte grapjes met de Smurfen, allen op één strook, soms maar één tekening: 120 Blagues et autres surprises. Deel 3 daarvan is nu uit. Zoals je ziet, is deze reeks wel Franstalig. Geen nood: je hoeft geen romanist te zijn om de woorden en dus grappen goed te snappen. Een enkele keer zul je misschien een woordenboek nodig hebben, maar dat is dan weer goed voor je talenkennis. Sommige grapjes hebben trouwens geen tekst. Probeer het maar, het zal wel vlot gaan. Een vertaling is er (nog) niet, vrees ik…

Het concept van 120 Blagues et autres surprises is dus heel eenvoudig. Kort en krachtig, want de kwaliteit van de grapjes is best goed. Wie ze heeft bedacht, is een geheim, want als vanouds staat op de albums kortweg “Peyo“, naar de bedenker, die evenwel niets met dit album te maken heeft. Hoe dan ook: het is een fijn boek. Ik kan alleen maar zeggen dat ik nog wacht op de twee nog geplande albums.

Klein feitje over de eerste druk nog: wie de achterkant bekijkt, zal het volgende zien staan:

Juist ja, “à paraître” (= te verschijnen), terwijl je het boek in kwestie net in handen hebt…

Uitgeverij: Le Lombard

Richtprijs: € 9,45 (hardcover)

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

De Smurfen 28: Het Smurfenparadijs

Cover Het Smurfenparadijs

Cover "Het Smurfenparadijs"

Naar jaarlijkse gewoonte is er weer een nieuw Smurfenavontuur op de markt: Het Smurfenparadijs. De guitige blauwe dwergen van Peyo zijn daarmee aan hun 28ste album  toe. Al is de inbreng van Peyo hier weliswaar nul: hij overleed in 1992. Vrouw Nine en zoon Thierry Culliford zitten weliswaar nog steeds actief in de reeks, respectievelijk als inkleurster en scenarist. Daarnaast werkten ook Alain Jost (scenario) en Pascal Garray (tekeningen) aan dit album mee.

Het verhaal

(Pas op: ik verklap de plot al!)

Het verhaaltje is weer op en top smurf: alles loopt in het honderd, maar de wijsheid van Grote Smurf zorgt er voor dat elke Smurf weer gelukkig kan zijn in het vredige dorpje.

Knutselsmurf is een populaire Smurf: alle Smurfen hebben hem nodig voor allerlei werkjes. Iets kapot? Vraag het de Knutselsmurf. Zelf zou hij liever aan grootse projecten werken, machines die het leven eenvoudiger maken, maar daar komt zo niet veel van in huis. Hij windt zich op en Grote Smurf beveelt hem rust te nemen.

Knutselsmurf neemt een dagje vrij en gaat aan een meer rusten. Hij krijgt er echter een idee en gaat direct aan de slag: hij maakt een buitenverblijf. Als herboren keert hij terug naar het dorp, waar andere Smurfen in de smiezen krijgen dat hij zo gelukkig is. Knutselsmurf vertelt hen zijn geheim, dat zo geen geheim blijft. Al gauw willen alle Smurfen van de rust genieten. Knutselsmurf ziet dat zijn oord in gevaar is en stelt voor dat de Smurfen elk om beurten naar daar gaan. Zo leren ze ook dat vakantie nemen veronderstelt dat je eerst gewerkt hebt. Helaas wordt de overbevolking aan het meertje toch een feit. Bovendien blijkt vakantie ook nog steeds te vereisen dat er gewerkt wordt. Hoe kun je bijvoorbeeld eten op vakantie als er niemand kookt?

Stilaan raakt het dorp verdeeld in Smurfen bij het meer en Smurfen in het dorp. Maar elke Smurf heeft net zijn specifieke talenten, dus zijn die ook verdeeld. De ene helft krijgt slecht eten omdat Koksmurf nog in het dorp is, de andere helft ook omdat Koksmurf geen goede ingrediënten kan krijgen omdat Boerensmurf op vakantie is. Grote Smurf besluit met de achterblijvers naar het vakantieoord te gaan, net op het moment dat Dichtersmurf en Schildersmurf er genoeg van hebben. Zij blijven alleen in het dorp en houden er zo ook de wacht. Gelukkig maar, want Gargamel vindt per toeval het dorp, zo goed als verlaten. Hij besluit er te blijven tot de Smurfen terug zijn. De twee Smurfen rennen naar de anderen. Grote Smurf broedt op een plan: hij beweert Gargamels huis te verbranden. Die doorziet het plan, maar gaat toch een kijkje nemen. Zoals Klein Duimpje laat hij zijn spoor achter, hier in kersvorm. Maar kersen zijn eetbaar, domme Gargamel! Een beer gaat lopen met het spoor en Gargamel is voor de zoveelste keer het spoor kwijt.

De Smurfen hebben intussen genoeg van hun vakantie waar rust toch niet aan de orde is. Het gevaar dat Gargamel hun dorp vernielt, zint hen al evenmin. Ze keren huiswaarts en de oude sleur kan beginnen, weliswaar met opgeladen batterijtjes.

Eind goed, al goed. Wederom een lesje over de wereld, typisch smurf.

Standaard Uitgeverij

Richtprijs: € 5,25

http://www.smurf.com

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Van je smurf smurf smurf

De guitigste blauwe dwergen ooit zijn vorig jaar 50 jaar geworden. De Smurfen zijn in die tijd willens nillens één van de Belgische uithangborden geworden, samen met de pralines en Kuifje. De Smurfen ontsproten toendertijd aan het brein van tekenaar Peyo. Hij had dwergjes nodig voor zijn nieuwste avontuur van Johan en Pirrewiet, De fluit met 6 smurfen (toen nog “De wonderfluit” geheten, of “La flûte à six trous”). Geen klassieke dwergen, maar iets specialer. Smurfen! De blauwe kleur kwam van zijn vrouw en inkleurster Nine, die de andere basiskleuren niet zo geschikt vond. Alleen blauw bleef over, dus dat werd het maar. De naam kwam van Peyo zelf, die op een onderonsje met André Franquin het zout wou, maar niet op het woord kon komen: “Tu veux bien me passer le schtroumpf ?” Franquin ’smurfte’ het zoutvat en met dat taaltje gingen ze een hele tijd door. De smurfentaal was al direct geboren. Peyo verwerkte het in een nieuw avontuur, met succes: de Smurfen beroerden de lezertjes uitermate. De hoofdredacteur van weekblad Robbedoes, Yvan Delporte, ving dit signaal snel op en vroeg Peyo om meer. Samen verzinden ze een hele Smurfenwereld en algauw beleefden de Smurfen hun eigen avonturen. Zo fel dat Peyo geen tijd meer had voor andere activiteiten, zoals zijn grote reeks Johan en Pirrewiet.

Begin de jaren 70 van de vorige eeuw kwamen dan de eerste tekenfilms. Uitgeverij Dupuis had al lang geleden een tekenfilmstudio opgericht, TVA, en die begonnen de Smurfen te verfilmen. Peyo droomde zelf van een hele grote tekenfilm. Zijn gebeden werden aanhoord: Belvision in Brussel, onder leiding van Raymond Leblanc, verfilmde De fluit met de 6 smurfen (La flûte a six schtroumpfs). Peyo was nauw betrokken bij de film en het resultaat mag er dan ook wezen: een pareltje in de Europese tekenfilmgeschiedenis.

Die leuke film is nu uit op dvd en rara wie deze heeft gekocht? Juist, deze weblogger zelf. Helaas is de film (nog) niet uit in het Nederlands, maar met wat Frans versta je het ook wel. Misschien wel handig eerst het album te lezen dan, dan ben je zeker mee.

De film

Het verhaaltje van de film is vrij trouw gebleven aan het stripverhaal. Terecht, want het is zonder meer één van de beste strips ooit. Een beetje miskend misschien, maar ik denk niet dat iemand het slecht kan vinden. Zoals gezegd is dit wel een avontuur van Johan en Pirrewiet, de Smurfen komen er maar halverwege echt aan te pas.

Een reizende handelaar komt op het koninklijk paleis toe. De koning en zijn page Johan komen nieuwsgierig kijken wat de man te bieden heeft. De verkoper zegt zeker wat bij te hebben dat nar en menselijke dwerg Pirrewiet zal interesseren. Als het om muziekinstrumenten blijkt te gaan, wordt de man heel snel de laan uitgestuurd. Pirrewiet is namelijk een zéér slechte muzikant. In alle haast verliest de koopman een fluit met slechts 6 smurfen gaten. Pirrewiet vindt het onding natuurlijk al vrij snel. Het blijkt wat vreemde krachten te bezitten: het is onbrandbaar en het doet iedereen dansen die er smurfen noten uit hoort komen. Zo erg dat je er heel snel vermoeid van wordt en in slaap valt.

Een zekere Pepersack weet van het bestaan van zo’n fluiten af en hoort de koopman zijn verlies betreuren. Die verwijst hem naar het koninklijk kasteel. Pepersack wordt er ontvangen als gast. Hij bemerkt gauw dat Pirrewiet graag muziek maakt en denkt terecht dat hij de wonderlijke fluit wel moet hebben. Inderdaad. Pirrewiet neemt hem in vertrouwen, maar Pepersack vlucht met de fluit. Hij fluit hele dorpen in slaap om zo geld te stelen. Johan en Pirrewiet zien het gevaar in en proberen de schurk bij de kraag te vatten. Helaas zoeken ze op de verkeerde plaatsen. Na lang zoeken vinden ze hem toch, maar hij is hen te snel af. Een toverfluit hebben is nu eenmaal een groot voordeel…

Hun vriend-tovenaar Homnibus weet hen gelukkig wel te helpen. Hij kent de Smurfen en verwijst Johan en Pirrewiet dan ook naar hun dorp. Hij brengt hen met zijn toverkracht rechtstreeks ter plaatse. De Smurfen, wonend in het Onzalige Land, verwelkomen de twee hartelijk. Grote Smurf, de enige Smurf die ook iets anders spreekt dan Smurfs, staat hen te woord en stelt hen voor te vechten met gelijke wapens. De dappere dwergjes slaan de handen in elkaar en gaan een nieuwe fluit maken. Dat duurt heel lang, want de Smurfen hebben de allerdikste boom nodig en zijn zelf heel klein. Maar de smurf fluit raakt af. Johan, Pirrewiet en een handvol Smurfen zetten de achtervolging op Pepersack in.

Pepersack heeft intussen een bondgenootschap gesloten met een andere schurk, Heer van Eigenheim. De twee kennen elkaar al van vorige schurkenstreken en besluiten samen het land te veroveren. Pepersack gaat daarvoor op zoek naar manschappen. Een visser weet te vertellen dat Pepersack op zee is gegaan, maar weet niet waarheen. De helden besluiten een brief in naam van Pepersack te sturen naar Eigenheim, met daarin de boodschap zo snel mogelijk te komen met de boot van de visser. Eigenheim gehoorzaamt en stuurt de boot naar Pepersacks onderkomen. Pepersack en Eigenheim beseffen dat ze in het ootje genomen zijn, maar onze helden zijn er ook nog. Ze stoten op elkaar en Pirrewiet en Pepersack halen hun wonderfluit boven. Pirrewiet houdt het het langste uit, Pepersack smurft zakt in elkaar.

Uiteindelijk krijgen de Smurfen hun smurfen fluiten terug, wat Pirrewiet helemaal niet smurft zint. Het kleine ventje maakt de fluit na en geeft de valse terug. Dacht hij…

Prachtig verhaaltje met veel smurfjes grapjes, zeker als Pirrewiet de Smurfentaal onder de knie probeert te krijgen. Komisch en spannend tegelijk. Met een sprankeltje magie, wat toen nog geen fantasy heette. Zowel strip als film zijn dik aan te raden.

Nog een klein beeldje uit de film:

Bij mijn weten de enige keer dat Peyo zelf onthult hoe Smurfen er uitzien zonder smurf muts. Hij was immens betrokken, dus heeft hier zeker toelating voor gegeven. Gek zicht, niet? Nu nog te weten komen wat onder de smurf broek zit.

Albums

De fluit met 6 smurfen

Wie de film liever niet ziet, kan ik verwijzen naar het stripalbum en het boek van de tekenfilm. Dat laatste is enkel nog tweedehands verkrijgbaar. Daarin staat het verhaal van de film in prentjes (uit de film, maar ook nieuwe) en tekst, maar in feite is dat helemaal niet zo fijn als de film zelf bekijken. Ze laten er toch altijd stukjes uit, zeker de smurfigste grappige.

Het boek van de film

Het boek van de film

Het stripverhaal

Het stripverhaal

De prequel

Vorig jaar ook verscheen Les schtroumpfeurs de flûte. Een leuk verhaal dat een kijk biedt op de bestaansreden van de toverfluiten en van de ene toverfluit die gevonden is door de verkoper. Een klassiek stripverhaal, helaas niet uitgebracht in het Nederlands. Het verhaal wordt hier voorgesteld als een Smurfenverhaal, maar natuurlijk is het de voorloper van De fluit met 6 smurfen. De fluit blijkt er mensen te kunnen helpen die een vreemde ziekte hebben waardoor ze bedlegerig worden. De kwakzalver van het mensendorp, die zichzelf dokter noemt, ziet dat hij heeft gefaald en wordt jaloers op de tovenaar die de fluit bestelde. De kwakzalver probeert de fluit te bemachtigen om zo zijn concurrent uit de weg te ruimen. Hij slaagt en zet het hele dorp op stelten. De man verwijt de oude tovenaar van de tovenarij. De dorpelingen maken zich op om zijn huis plat te branden. De Smurfen weten gelukkig de kwaadaardige dokter uit de weg te ruimen en de fluit weer af te nemen, maar het kwaad is al geschied: het huis van de brave tovenaar wordt aangevallen. De fluit rolt weg onder een kast. Johan en Pirrewiet komen de tovenaar helpen en jagen de dorpelingen weg. Vooral Sikje, Pirrewiets geitje, doet de mensen lopen. De tovenaar wordt gered en wordt naar Homnibus, een gemeenschappelijke vriend van Johan, Pirrewiet en de tovenaar, gebracht. Grote Smurf begaat een flater door de fluit niet te laten zoeken, hij veronderstelt dat die wel ergens bij de resten van het huis zal blijven liggen. Helaas is de fluit onbrandbaar en vindt een koopman de fluit in het puin, gelokt door groene rook. De koopman ziet er wel graten (en 6 smurfen gaten) in en gaat ze verkopen. Volgens de Fluit met de 6 smurfen hadden de Smurfen dit gezien. De rest las je hierboven.

Sequels

De Smurfen smurfen komen later nog een paar keer terug in Johan en Pirrewiet. Telkens is de Grote Smurf daarbij de hoofdrolspeler onder de Smurfen. Ze vertonen zich nog steeds zo weinig mogelijk, maar nemen de helden wel in vertrouwen. Samen brengen ze nog een aantal avonturen tot een goed einde. En ja, de Smurfen zelf, die kregen hun eigen reeks en Hannah-Barbera kocht de tekenfilmrechten, wat de vriendelijke dwergjes wereldwijd succes opleverde. Ook dat is geschiedenis, smurf zet je tv maar eens aan op zondagmorgen bij Samson en Gert…

Prachtig avontuur dat nog jaren kan smurfen meegaan, net als de hele saga errond…

Laat een reactie achter