
Personages te Molensloot: zoek de vrouwen.
Over Kuifje is al vreselijk veel gezegd en geschreven. Belgiës meest bekende ambassadeur wordt al te vaak in één adem genoemd met racisme en vermeende manliefhebberij. Ook gisteren en vandaag was het weer van dat. In een artikel van The Times staat te lezen dat Kuifje homofiel is. Vandaag werd het opgepikt door De Standaard en zelfs door MNM. Als Kuifjeliefhebber kan ik je wel op de naakte feiten drukken over de zin en onzin van deze uitspraken.
The Times beweert dat Kuifje homo is door tal van losse feitjes. Om te beginnen is er het aantal vrouwen in de Kuifjereeks. 2% van de personages zijn vrouwen. Verder is Kuifje over al die jaren heen niet verouderd. Net zoals homo’s… En dan is er nog zijn emoties: hij toont ze zelden, maar weende bijvoorbeeld wel toen hij vernam dat zijn vriend Tsjang dood is. In “De Blauwe Lotus” volgens het artikel, helaas bedoelen ze “Kuifje in Tibet”.
Het valt niet te ontkennen dat Kuifje bitter weinig vrouwen tegen het lijf loopt in de reeks. Dat hij dan alleen om mannen of jongens weent, is logisch. Hij kan niet wenen om wie hij niet kent. Dat hij jong bleef, is dan ook typisch voor een stripheld. Jommeke is ook al jaren 10, grote concurrent Robbedoes is ook nog steeds een jonge snaak. Bovendien kunnen we hier ook zeggen: wie geen vrouw kent, blijft jong. Maar zo vrouwonvriendelijk zou ik niet willen zijn.
Blijft het enige probleem dat Kuifje zoveel mannen kent. Een dronken kapitein, een gulzige hond, een dictator, een verstrooide professor en dan nog Jansen en Janssen, de doldwaze dubbelgangers. Dus is Kuifje homo? De vrouwen in de reeks zijn inderdaad minder opvallend. Bianca Castafiore is zeer bekend, een diva ten voeten uit, maar ze is de enige die echt bekend is. Bovendien zijn de vrouwen in de reeks vaak verpakt in hun klassieke rollen, in een stereotiep imago. Bianca is wel een harde tante, maar is vooral een diva; iets dat je moeilijk over een man kan zeggen. Ze heeft een kamermeisje met zich mee. Peggy Alcazar, vrouw van de generaal, is een al even harde tante, een manwijf ten voeten uit. De vrouw van Serafijn Lampion is een huisvrouw, ze zorgt voor de kinderen en zwijgt als haar man spreekt. En zo zijn er nog heel wat voorbeelden. De vrouwen in Kuifjes leven zijn dus de klassieke, omstreden vrouwen. Het typeert de tijdsgeest waarin Hergé, de tekenaar, is opgegroeid: een vrouwonvriendelijke wereld. Vrouwen hadden gewoon geen grote rol in het dagelijkse leven. Buitenshuis dan toch. En Kuifje is zelden thuis, nietwaar? Kuifje leefde ook nog na de grote omwenteling in het rollenpatroon, maar Hergé was nu eenmaal van de tijd daarvoor. Zo onlogisch dan? Om daar dan uit te concluderen dat Kuifje homo is, dat is wel sterk. Bovendien was Hergé ook sterk katholiek opgevoed. Hergé is dus echt opgegroeid met de idee dat vrouwen niets te zoeken hebben in het dagelijks leven. Dat steekt in de strips, maar je kunt het hem moeilijk kwalijk nemen: hij wist niet veel beter. De omwenteling liet zich allicht niet voelen in zijn omgeving: bij de oudere mensen bleef alles wel bij het oude. De jeugd was veranderd. De vrouwen in de avonturen van Kuifje zijn van leeftijd duidelijk nog van voor het feminisme.
Daar komt nog eens bij dat de uitgever het ook nooit zou hebben gepikt dat Kuifje met vrouwen op stap ging, zeker niet in 1929. Ook de Fransen zouden Kuifje kunnen weren hebben als dat er in stond. Ten voordele van hun eigen strips natuurlijk, ze voelden wel dat de Belgische strip hen inhaalde. Kuifje verscheen in de beginjaren ook in een zeer conservatief, katholiek blad. Vrouwen hadden in die kringen in 1929 echt niets te zoeken. Dat Hergé de vrouwen later nog had kunnen invoeren, is natuurlijk wel waar. Maar zoals ik zei: hij is in zo’n sfeer opgegroeid, dat krijg je er niet meteen uit.
Het is trouwens hetzelfde verhaal voor zijn vermeende racisme. In 1929 was er Congo, Belgisch eigendom. Vele verhalen kwamen in België binnen, met uiteraard ook stereotypen over de Congolezen. Ze waren dom, lui, pikzwart met dikke lippen, enz. Hergé kende de negertjes slechts uit boeken en tijdschriften. Die dan nog eens van katholieke bronnen kwamen, dus al duidelijk aangedikt. Hetzelfde geldt trouwens voor de Russen in “Kuifje in het land van de Sovjets”. Of de Amerikanen in “Kuifje in Amerika”. Het is pas vanaf “De Blauwe Lotus” dat Hergé zich echt ging verdiepen in de onderwerpen voor hij ze op papier neerzette. Dat kwam door zijn vriend Tsjang, die dus ook in de strips voorkwam. Is het dan ook niet meteen logisch dat Kuifje weent om een vriend van Hergé zelf? Hergé die gescheiden leefde van Tsjang door de Koude Oorlog.
Helaas bleef het niet bij deze jeugdzonden. In “De Geheimzinnige Ster”, een album uit de Tweede Wereldoorlog, was de grote schurk een Jood. Of dat wordt beweerd, hij heette namelijk Blumenstein. Dat werd dan Bohlwinkel, net door die kritiek. Dat verwees naar het Brusselse woord voor snoepwinkel, maar helaas, dat was ook een Joodse naam! Grote vijand Rastapopoulos lijkt ook een typische Jood. In “De krab met de gulden scharen” sloeg een zwarte Kuifje’s goede vriend Haddock. Die werd later… een Turk. Onlogisch is dat allemaal niet: negers werden toen gewoon misbruikt om zo’n taken uit te voeren (we spreken over de jaren ‘40) en die Turk, sja, zo onlogisch is dat niet, want Kuifje zit in een Arabisch land. Turken zijn geen Arabieren, maar ah, zelfs nu nog weet niet iedereen dat. Een vlugge ‘verbetering’ allicht, een ongelukkige, net zoals met die Jood. Ongelukkige episodes die Hergé als racist lieten gelden, maar niets is minder waar. Hergé had inderdaad vooroordelen en schaamde zich daar achteraf ook voor. Hij had “Kuifje in Afrika” nooit willen hertekenen, maar moest. Voor het verhaal in Rusland kreeg hij trouwens wat hij wou: géén nieuwe uitgave. Maar Afrikanen zijn bijvoorbeeld wel dol op “Kuifje in Afrika”. Ze lachen met ons beeld over hen. Inderdaad, het is gewoon een typisch beeld, zelfs nu nog. Het is alsof zij verhalen zouden maken over de Belg die altijd weer met een puntzak met frieten in de hand loopt en flauwe grappen vertelt. Zoals in Asterix. Maar wie Hergé kàn beschuldigen van racisme, met echte feiten, moet dat zeker doen. Het zal niet lukken. Vele buitenlanders (die meestal inlanders zijn in feite) hélpen Kuifje zelfs. Of hij hen. De manier waarop hij de Chinezen neerzet, is bijvoorbeeld fantastisch. In die tijd dacht iedereen dat Chinezen vlechten hebben en vogelnestjes eten. Nog steeds in feite. Ook de Indianen in Amerika komen er nog goed uit, namelijk met een sneer naar de manier waarop ze door onze “cultuur” verpest zijn. De Jood dan? Wel, bedrijfsleiders zijn zelfs nu nog vaak Jood. Colruyt is ook van Joodse afkomst, liet ik me vertellen. Waarom haatte Hitler ze? Juist, omdat ze zoveel macht hadden. Dat de grote bedrijfsleider dan een Jood is, is geen wonder. Het had ook een Amerikaan kunnen zijn, wat trouwens ook al vaak voorvalt in Kuifje.
Nee, Kuifje was geen homo of racist. Hergé evenmin. Eén boodschap: leer dingen in hun tijdsgeest te zien. We spreken hier over albums van 80 jaar oud. Hergé was toen jong. En geef toe, je jeugd, dat is de periode waarin je je meningen en je wereldbeeld vormt. Het achteraf bijstellen is altijd een probleem. Het is iets te goedkoop om de Belgische stripheld zo te kleineren. Integendeel: Kuifje wordt stilaan een soort geschiedenisboek. “Hoe dachten mensen vroeger? voor Dummies.”