Archief voor Franquin

Spirou et Fantasio intégrale 8: Aventures humoristiques

Cover "Aventures humoristiques"

Het wrede lot van de verzamelaar: je kunt precies nooit alles hebben. Als fervent Franquinverzamelaar en -kenner probeer ik zo veel mogelijk van André Franquin in bezit te krijgen, maar dat lukt helaas niet. De hoop dat dat ooit helemaal lukt, wordt ook steeds kleiner. Gelukkig zijn er altijd uitgaven die wel helpen om de verzameling zo compleet mogelijk te maken. Ik haalde het al vaker aan: de intégrale-reeks van uitgeverij Dupuis, met grote reeksen zoals Johan en Pirrewiet, Robbedoes en Kwabbernoot en Lucky Luke.

Achtergrond

Vorige week verscheen in die reeks het laatste exemplaar uit de reeks Robbedoes en Kwabbernoot. Album 8 met het verzameld werk van André Franquin voor deze stripreeks: Aventures humoristiques. Van 1947 tot 1968 was Franquin de bezieler van deze reeks, maar hij heeft die zelf nooit gecreëerd. Dat zat hem al eens diep, hij had het gevoel opgesloten te zitten in een reeks waarvan hij niet de echte eigenaar was. Steeds meer ging zijn aandacht naar Guust Flater. In de jaren 60 besloot Franquin een punt te zetten achter Robbedoes en Kwabbernoot. In schoonheid, want de perfectionist in Franquin verdween niet met de weggeëbde liefde. Dit boek belicht de laatste jaren van Franquin als tekenaar van deze reeks.

Eén van de redenen om te stoppen, was de zware verantwoordelijkheid rond de reeks. Robbedoes was en is ook het uithangbord van het gelijknamige tijdschrift. Robbedoes zonder Robbedoes en Kwabbernoot, dat kon bijna niet. Bovendien had de reeks daardoor bepaalde beperkingen. Ze werd extra gecontroleerd door de uitgever, een persoonlijke vriend van Franquin, maar vaak ook een hardnekkig zakenman. Franquin moest dus presteren op een manier die niet de zijne was. De gevolgen konden niet uitblijven…

Midden 1961 startte het eerste verhaal uit dit boek, QRN op Bretzelburg, maar op het einde van dat jaar werd het onderbroken om pas midden 1963 opnieuw te starten. Franquin was depressief en moest van de dokter rusten. Hij werkte nog aan Guust Flater tussendoor, maar Robbedoes en Kwabbernoot was er echt te veel aan. Hoewel dit het begin van het einde leek te betekenen, kwam Franquin terug en maakte daarna nog 3 verhalen rond Robbedoes. Ook deze 3 staan nog in dit lijvige boek.

De verhalen

QRN op/sur Bretzelburg

Mijn favoriet binnen de reeks. Kwabbernoot is dol op transistorradio’s en laat die overal slingeren. De Marsupilami eet er eentje op en die komt in zijn neus terecht. Dat zorgt voor grappige situaties, maar vooral voor storingen (QRN) van radiogolven in de streek. Een zekere Switch komt binnenvallen om de storing te detecteren, want daardoor kan hij geen contact meer hebben iemand met wie hij nauw radiocontact heeft: de koning van Bretzelburg, die om hulp schreeuwt. Inderdaad, de koning wordt er gevangen gehouden door een van zijn officiers, generaal Schmetterling. Die laat Switch ontvoeren, maar per vergissing nemen ze Kwabbernoot mee. Robbedoes en Switch ontdekken dit en gaan naar Bretzelburg. Ze treffen er een verarmd land aan, waar Spip het gevaar loopt opgegeten te worden en mensen in kranten gekleed zijn. Elk centje lijkt naar de wapenindustrie te gaan, of beter: in de zakken van de generaal. Door in het buurland onrust te stoken in een andere identiteit, weet hij zo een bewapeningswedloop te creëren tussen beide landen, waarbij alleen hijzelf steeds rijker wordt. Gelukkig groeit het verzet in het land en – geholpen door een genezen Marsupilami – zo krijgen de helden en Switch de kans onder te duiken en de koning te helpen. In een schuilhol van het verzet treffen ze de generaal aan, die zo snel overmeesterd wordt. Het land wordt hersteld, er komt een zeer nauwe vriendschap tussen Bretzelburg en het buurland.

Een mooi verhaal vol grappen, niet in het minst door kok Kilikil, die Kwabbernoot op de rooster moet leggen. Het sadisme in zijn job is beangstigend: hij kookt voor de neus van een uitgehongerde Kwabbernoot en hij krast met zijn nagels over een schoolbord en met zijn vork over een bord. Bij het zien daarvan voel je zelf de rillingen.

Bravo (les) Brothers

Dit verhaal is bezwaarlijk een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot te noemen, want eigenlijk speelt Guust er een zeer grote rol. Veel fans beschouwen dit verhaal dan ook eerder als een lang Guustverhaal, maar goed, het hoort nu eenmaal bij Robbedoes en Kwabbernoot…

Guust heeft in dit verhaal drie chimpansees gekocht voor de verjaardag van Kwabbernoot. Uiteraard is die daar niet erg blij mee, maar dat kan hij niet laten uitschijnen, dus houdt hij de apen voorlopig gewoon op kantoor. De apen steken al snel heel wat uit op de redactie. Intussen duikt ook het vorige baasje, Noé, op. Hij blijft de apen volgen en Robbedoes krijgt dit in de gaten. Hij probeert met de man aan de praat te geraken, maar dat mislukt. Noé kan elk dier temmen, maar is enorm slecht in menselijk contact. Toch heeft Robbedoes al snel door dat Noé de apen heeft afgestaan omdat hij ze eigenlijk niet zelf in bezit had. Zijn circus is gestopt en heeft de apen verkocht. Het succes van Noé hing echter samen met die apen. Nu is hij arm. Robbedoes maakt dit duidelijk aan Guust, die de apen met verdriet teruggeeft. Noé maakt op zijn manier duidelijk dat hij er heel blij om is en trekt op tournee.

Les Robinsons du rail

Dit verhaaltje kwam tot stand met hulp van de SNCF, de Franse spoorwegen. Het is geen echte strip, maar een geïllustreerd verhaal. Yvan Delporte schreef het, Jidéhem en Franquin maakten de afbeeldingen. Het verhaal gaat over de doop van een nieuw type trein, maar Guust zet het ding per ongeluk in gang waardoor het oncontroleerbaar begint te rijden. Dankzij een kip komt de trein na heel veel ongelukjes tot stilstand… in een tunnel.

Hommeles in Rommelgem/Panade à Campignac

Robbedoes haalt Kwabbernoot weg van zijn kantoor om te ontspannen in Rommelgem. Helaas is dat wat buiten hun vriend, de graaf van Rommelgem, gerekend. De graaf is namelijk bezig met het verzorgen van een enorme baby: Zwendel! Zwendel is bij een vorig avontuur (De schaduw van Z) kinds geworden. De graaf is helemaal uitgeteld. Robbedoes en Kwabbernoot helpen hem. Helaas worden ze tegengewerkt door een oud-Zwendelman, die zijn grote baas blijft volgen. Hij besluit Zwendel te ontvoeren en ontziet niets of niemand: zijn verlammingsapparaat verlamt zowat heel Rommelgem. Uiteindelijk is het de Marsupilami die de helden uit de nood helpt. De graaf verzamelt alle verlamden in zijn kasteel en gaat ze helpen. Tot de Marsupilami op hem schiet met het apparaat. Niemand meer om te helpen. Einde Robbedoes voor Franquin…

Of toch niet. Want er komt een tweede einde: de graaf had zijn voorzorgen genomen en heeft een anti-Zwendelapparaatje gebruikt. Hij was dus niet verlamd en slaagt er toch in iedereen weer tot leven te wekken. Ook Zwendel, die als bij wonder zijn verstand terug heeft.

Nog even dit

Zoals met zovele boeken is dit exemplaar niet in het Nederlands verkrijgbaar. Basiskennis van Frans lijkt me voldoende. Naast de vernoemde strips, krijg je er ook een hele hoop uitleg bij. Over hoe de verhalen tot stand kwamen, ook datgene wat ik hierboven neerschreef en nog veel meer. Er staan ook nog een aantal redelijk onbekende platen bij, zoals covers voor het weekblad. Vrij speciaal is de toevoeging van enkele onuitgegeven platen voor QRN in Bretzelburg. Franquin moest in het begin het verhaal wat rekken omdat de scenarioschrijver nog niet klaar was met zijn tekst. Zo verschenen een hele rits korte grapjes rond de Marsupilami binnen het verhaal. Die zijn later niet opgenomen in het album, maar wél in dit boek. Helaas… het was blijkbaar te veel gevraagd om TWEE stroken er ook nog in te stoppen. De twee laatste weggevallen stroken staan er dus niét in. Een gemiste kans lijkt me.

Richtprijs: € 22,-

Uitgeverij: Dupuis

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Le Trombone Illustré

Cover "Le Trombone Illustré"

cover "Le Trombone Illustré" van Dupuis

Een aankoop voor mijn stripcollectie een paar weken geleden, was die van Le Trombone Illustré. Er hangt een hele historie aan dit lijvige boek (het is groter dan een A4 en zeer dik, ruim 270 pagina’s).

Het boek is een heruitgave van een boek uit 1980 dat tegenwoordig onvindbaar en heel duur is. Een verbeterde versie weliswaar, want naar aanleiding van de dood van Yvan Delporte en het tegelijk verschijnen van een biografie rond deze man, is er een heel stuk bijgevoegd.

Maar laat ons beginnen bij het begin. In 1977 verscheen in het weekblad Spirou (niet in Robbedoes, de Nederlandstalige versie ervan!) een soort bijlage. De weken voor het effectieve verschijnen werd in het weekblad al aangekondigd dat er mensen bezig zijn ’s nachts de installaties te gebruiken. Het wordt duidelijk dat het gaat over een illegaal tijdschrift, dat clandestien bij het weekblad wordt gevoegd. Natuurlijk is dat in het echt niet zo, de bijlage was gepland, maar voor de lezers had het zo wel een leuk kantje. De bijlage promootte zichzelf ook steevast als clandestien of als piraatuitgave (later). Het idee kwam van Yvan Delporte en André Franquin. Delporte was lang hoofdredacteur van Robbedoes/Spirou, maar was dat in 1977 niet meer. De opzet was om met Le Trombone Illustré een nieuwe weg in te slaan, zowel op grafisch als verhaaltechnisch gebied. Wel, die bijlagen zijn gebundeld in dit boek.

 

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

Hoewel dat verhaal over ‘n illegale uitgave overdreven was, is het wel zo dat de Trombone los stond van Spirou. De tekenaars die eraan meewerkten, waren vaak niet verbonden aan het tijdschrift en werden ook los daarvan betaald. Sommige kwamen zelfs van de concurrentie, maar met een grote gedrevenheid. Volgend Delporte was de vraag om eraan mee te werken erg groot. Sommigen gingen zelfs akkoord met een lager loon dan ze gewoon waren, al was dat loon ook wel mooi.

Inhoudelijk dan? Eigenlijk valt daar veel over te vertellen. Elke week was er wel iets nieuw. Heel veel tekenaars hebben eraan meegewerkt, maar velen slechts kort of met tussenpozen tussen 2 stukken. Redelijk vaste waarden, waren o.a. Roba, Peyo, Franquin (uiteraard), Gotlib, Degotte, Jannin, Sirius… De verhalen zelf zijn grappig, ontroerend of spannend, sommige duurden meerdere weken, sommige niet. Er zijn ook heel veel rubrieken. Verhaaltjes over een ruimtewezen dat onze aarde ziet en veel dingen niet snapt (geld, gokken op paarden, de politie) en ons doen nadenken over onze wereld. Een ander stukje sciencefiction was elke week aanwezig. Ook een stukje commentaar over de fictieve makers van het blad, die zogezegd onder het grote weekblad leefden. Vaak werd daarin een bepaalde tekenaar aangeprezen, omdat die voor de eerste keer in de bijlage verscheen. Daarnaast was er ook vaak een stukje van fictieve Nana, die over feministische onderwerpen schreef. Maar er waren ook veel stukjes die maar enkele keren verschenen, zoals een puzzel.

Ook speciaal aan de hele bijlage, is dat het elke week een andere titeltekening en “aftiteling” had. Dat laatste was achteraan een kolommetje waar wat praktische info staat rond de uitgever, daar werd de draak mee gestoken. De titel zelf, vooraan dus, was elke week een hoogstaand stukje grafische kunst, meestal van Franquin. Het bevatte telkens de titel van de bijlage en daar werd dan mee gespeeld. In de eerste O woont een oude man, bijvoorbeeld. De letter é van “illustré” is ook een weerkerend item: Franquin vond het accent zo lelijk dat hij het verving door al wat maar kon. Een rotte banaan, de staart van de Marsupilami, een zelf uitgevonden vogel… Daarnaast was er ook een roker die steeds zieker wordt en uiteindelijk ook doodgaat. Er is een soort spelletje van een kindje dat ook elke week een variant krijgt, de trombonespeler krijgt een relatie, er is ook een plant die constant groeit, een zeldzame vogel met commentaar enz. De meest tot de verbeelding sprekende figuur, was misschien wel een bisschop. Die deed de gekste dingen met zijn staf. Elke keer iets nieuw en verrassend, maar vaak een vervolg van de voorgaande week. Ook was er destijds een Franse wet die leenwoorden uit het Engels verbood, daar werd ook mee gelachen.

Die titels zijn overigens ook gebundeld bij Marsu Productions in een boek met dezelfde naam (zie tweede afbeelding). Enkel de titelbladen van Franquin zijn daarin opgenomen, maar de meeste waren dan ook van hem. Het boek bevat commentaar van Delporte, waardoor je het andere boek véél beter begrijpt. Hij legt de hele geschiedenis uit en het is soms echt wel wat…

Helaas voor deze wonderlijke bijlage, die inderdaad vernieuwing bracht en zeer moeilijke thema’s niet uit de weg ging, was zijn leven maar van korte duur. De uitgever kreeg ‘n klacht, desondanks de hoge kwaliteit van de bijlage. Iemand zou z’n abonnement opzeggen. Na 30 bijlagen besloot de uitgever, Dupuis, niet meer te investeren in dit magazine. Dat er ook tekenaars van andere bladen aan de slag gingen in deze bijlage, was mijnheer Dupuis ook een doorn in het oog.

Het is onvoorstelbaar wat Le Trombone Illustré heeft betekend voor heel wat tekenaars die hier hun debuut maakten. Bekende mensen zijn het geworden. Deze clandestiene bijlage is van bijzonder groot belang gebleken. Na het opdoeken kreeg het een mythische status. Het werd vaak gekopieerd, maar het sloeg nooit meer aan. Alleen Fluide Glacial is hiervan eigenlijk de enige waardige opvolger.

Ook Franquin heeft aan de Trombone veel te danken, al is het niet zijn bekendste werk geworden. Zwartkijken zag hier namelijk het levenslicht. Ook zijn bekende monsters trouwens. Daar was het mij nog het meest om te doen. Verzamelaar ben je of ben je niet hé.

Ik kan het boek absoluut aanraden, al is het alleen in het Frans verkrijgbaar. Helaas moeilijk Frans. Er staan soms wel taalgrapjes in en die heb ik niet verstaan. Voor de rest heb ik veel Frans bijgeleerd en daar ben ik blij om. Een woordenboek is handig. Wat ik ook heb gedaan en een goede tip kan zijn: lees absoluut ook het boek van Marsu Productions. Per aflevering heeft Delporte een stuk geschreven in dat boekje. Dat lezen voor je de bijhorende bijlage leest in het dikke boek, is wel fijn. Je leert er zo de achtergrond echt van kennen. Gouden raad! Het zijn beiden prima boeken.

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 70,-

Uitgeverij: Dupuis

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 29,-

Uitgeverij: Marsu Productions

Le Trombone Illustré
Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Een dagje naar de hoofdstad

Een tijdje geleden gaf De Standaard bij aankoop van de weekendkrant een gratis ticket voor het gloednieuwe Magrittemuseum in Brussel. Kunstminnend als ik ben *kuch*, kon ik dat niet aan mijn reukorgaan laten voorbijgaan. Dus trokken we met reukorgaan en alle andere lichaamsdelen naar Brussel, die puike hoofdstad van het Koninkrijk België. Een impressie is wel op zijn plaats, dus bij deze…

Magrittemuseum

Rene Magritte 1928-1929, Surrealism

Image via Wikipedia

René Magritte is misschien wel de bekendste kunstenaar van het land. Vaak wordt zijn kunstvorm, het surrealisme, gezien als de nationale ingesteldheid: in België kan alles. Dus terecht een van de meest gekoesterde Belgen. Het museum op zich is zeker het bezoeken waard. Er staat heel veel werk van Magritte. Veel foto’s en teksten ook. Die vonden we zelf weer wat minder, maar kom, daar zullen we maar niet over zeuren. Genoeg kunst. Het moet wel vermeld dat de bekendste werken van Magritte er niét te zien zijn. De bekende pijp, de man met de appel voor het gezicht, de neerdalende mannen met bolhoed en paraplu… Het voordeel van Magritte is gelukkig dat hij zeer vaak teruggreep naar zijn grote werken en daar variaties op maakte. Er zijn dus wel pijpen en bolhoeden te vinden. En andere pareltjes, dat spreekt voor zich. Je bent er wel even zoet mee. Er zijn drie verdiepen, dus dat kan al wel tellen. Bezoekje zeker waard. Trouwens, het ding ligt op slechts 10 minuten van Brussel-Centraal. Wie de trein niet neemt, moet echt al in Brussel wonen of moet al erg milieuonvriendelijk zijn.

Warandepark

Op een steenworp van het Magrittemuseum, pal voor het paleis, ligt het Warandepark. Een leuk park, tjokvol joggende mensen, toeristen op segways en gewoon wandelaars. Groen en gezellig, zoals een park hoort te zijn. Al kwamen we er toch maar wat vies tegen. Een man, een jongeman van allochtone afkomst, ging op het vijvertje af, zag plots iets en viste dan iets uit het water. Hij gooide het achter de struiken en wandelde vervolgens weg. Nieuwsgierig als altijd gingen we kijken wat hij daar had gegooid. We hadden het misschien beter gelaten: een of andere nozem heeft in dat water een puppy gedropt. Of verdronken, wie weet. Of de jongeman er wat mee te maken had, geen idee, maar het was in elk geval luguber. Wij maar denken dat het een ekster was.

Het Koninklijk Paleis

Onze koning is op reis. Naar jaarlijkse gewoonte wordt een deel van het Koninklijk Paleis dan ook opengesteld voor het grote publiek. Iedereen mag er gratis in en mag even genieten van de culturele rijkdom van het paleis. Het nederige stulpje is helaas niet compleet te zien. Wat je er wel kan zien, is zeker ook al de moeite. Schilderijen van allerlei voorvaders (wie wil weten van wie, moet de brochure nemen, dat hebben wij maar niet gedaan), enkele grote zalen vol meubels en lusters, een zaal met een mooi servies met vogels op… Eén van de zalen werd naar ons gevoel wat ontsierd door de aanwezigheid van een scherm waarop Frank De Winne te zien is. Houterig en in “Vlaams Engels” probeerde hij ons het belang van de missie uit te leggen. Zeer interessant, geen twijfel over mogelijk, maar geen spek voor onze bek. Dan liever de zaal met verwijzingen naar strips (verdorie, waarom mogen we toch geen foto’s nemen?) en de zaal van Technopolis. Die zit onder een plafond dat door Jan Fabre versierd werd met de groene schildjes van Thaise juweelkevers. Al spelende leer je er al eens wat bij. Bedoeld voor kindjes, maar ook grote kinderen amuseren zich er.

Gouden tip (voor de mannen): wie gesteld is op propere wc’s gaat beter niét in het paleis. Het zijn van die ouderwetse wc’s waarbij je tegen een steen pist en alles in 1 goot terechtkomt. We hadden ook de indruk dat de zeep verdund was. ‘t Zal crisis zijn zeker? De jacht van de koning moet op een manier betaald worden natuurlijk.

Strips

Et Franquin créa la gaffe

Et Franquin créa la gaffe

Brussel bezoeken zonder aan die andere Belgische kunst, het beeldverhaal, te denken? Onmogelijk! We stevenden af op de shop van het bekende Belgisch Centrum van het Beeldverhaal, kortweg het stripmuseum. De kortste weg leek me via station Brussel-Centraal, dus gingen we daarheen terug. Misschien niet zo verstandig, want blijkbaar was er rond het station een waterlek waardoor de trams ook al niet reden. De buurt was redelijk afgesloten waardoor ik plots verkeerd liep aan het station, voor het eerst in al die jaren bezoek aan het museum. Tja, onvoorziene omstandigheden, nietwaar? Gelukkig kwamen we terug waar we hoorden te zijn en op onze tocht rond het station botsten we bovendien ook nog op een stripwinkeltje. Mijn ogen fonkelden, want ik zag een belangrijk ontbrekend stuk uit mijn Franquinverzameling: Et Franquin créa Lagaffe. Op eBay zag ik het al een aantal keer voor immense bedragen de deur uitgaan. 90 euro was geen wonder. Dus ik vroeg maar eens de prijs van het boek in die winkel. Schrik niet: 200 euro! Oei zeg…

Uiteindelijk vonden we het stripmuseum toch zonder veel problemen. Beetje stom geweest de eerste keer. De shop viel me wat tegen. Er is wat hervormd of zo, nu staat alles minder duidelijk en tal van exclusiviteiten bleken er niet meer te zijn. Helaas.

Bip-bip

Het ergste van de dag moest nog komen. Het gebeurde in de Nieuwstraat, de peperdure winkelstraat, althans voor de eigenaars van de winkelzaken. Zowat elke belangrijke winkel is er aanwezig; de grote afwezigen zitten hoe dan ook in de buurt (zoals Standaard Boekhandel, tot onze grote verbazing compleet Nederlandstalig!). Het begon in Galeria Inno, waar we zanger Arno bijna letterlijk tegen het lijf liepen. Hoewel we er niets kochten, begon ik te biepen toen ik buitenging. De – in Brussel alomtegenwoordige – security vroeg me beleefd te komen. Ik deed maar mee, want ik had toch niets gedaan, toch? De man in kwestie liet me m’n hele zak leeghalen, zoekend naar het biepende voorwerp. Tijdschriften, agenda, water, cola, zalf… zo goed als alles moest er aan geloven. Hij vond het niet. Toen ik dan toch mocht gaan, biepte ik niet langer. Bah.

Hetzelfde gebeurde dan nog eens in de H&M en later in de Fnac in City 2. “Ca fait bi-bip quand vous entrez?” vroeg de security (of iets in die aard, ‘t zal wel in de verleden tijd geweest zijn, maar bon, ‘k verstond het toch). Hij liet me snel gaan toen ik zei dat het ook al in de Inno was. In de H&M was zelfs dat niet nodig.

City 2, het grote winkelcentrum, is trouwens ook een bezoekje waard. We stelden vast dat eigenlijk alles in je buurt is als je in Brussel centrum woont. Het winkelcentrum is tot 20 uur open, bevat ‘n Carrefour Market (GB), ‘n Bongobonnenwinkel, ‘n Fnac, ‘n Club, ‘n Vanden Borre, ‘n Blokker, ‘n H&M, ‘n Sonywinkel, kappers, prullariawinkels, juwelenzaken… Eigenlijk alles wat een mens wel en niet nodig heeft. Hadden Ikea, Bozzy en Standaard Boekhandel daar nog gezeten, dan was het compleet.

Na 20u

Manneke Pis

Manneke Pis

Wie nog van het nachtleven houdt (hoewel augustus nog niet zoooo donker is), kan ook na 20u nog in de stad terecht. De Grote Markt en Manneke Pis trekken nog heel veel volk. De terrasjes hebben goed te doen en straatartiesten werken nog een tijdje door. Als het donker wordt, houden sommigen het voor bekeken, maar toch voel je nog wat spirit. Ik ben Brugge gewoon hé.

Kleine bemerking: Brussel is een heel toffe stad, maar het valt toch op hoe weinig Brusselaars Nederlands spreken of verstaan. Dat is irritant, zeker in bijvoorbeeld McDonald’s, waar een beetje basis toch welkom is. Het verbaast hoe sommige mensen daar aangenomen worden. In een café sprak een ober niet tegen ons, allicht omdat ik Nederlands begon te praten. Hij gaf me ook zeer bewust stukken van 10 en 20 eurocent terug, terwijl hij die van 50 al vast had. Op andere plaatsen spreken ze dan weer goed Nederlands (Magrittemuseum). Geen anti-Franstaligennota, wel een opmerking dat het Franstalig onderwijs dringend Nederlands moet gaan verplichten. Mensen een klein beetje helpen in hun eigen taal moet toch kunnen, niet? Zeker in Brussel. Onvergeeflijk lijkt me ook dit bordje dat leidt naar de Kruidtuin:

Niet direct een Franstalig-Nederlandstalig probleem, wel een beetje gek als uithangbord:

Schol als pisbier is wat je wil.

Brussel: de moeite, ‘n toffe stad, maar verrekt vervelend dat je echt Frans moet verstaan en ‘n beetje spreken. Er gaan wonen? Nog even niet denk ik.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Guust: Het milieu volgens Flater

Cover 'Het milieu volgens Flater'

Nu André Franquin al meer dan 12 jaar niet meer onder ons is, is het moeilijk om nog munt te slaan uit wat er nog rest van de beroemde striptekenaar. Een probleem waar ze bij de Stichting Hergé al heel lang mee zitten. Munt slaan uit Hergé is voor hen ogenschijnlijk het doel op zich geworden. Gelukkig verloopt dat bij de nabestaanden van Franquin wat anders. Het werk van de grootmeester is al geruime tijd in handen van Marsu Productions, die gelukkig vrij goed toezien op het nagelaten werk (hout vasthouden!). Franquins werk wordt met mondjesmaat compleet aan de verzamelaar aangeboden in mooie albums. De Marsupilami verschijnt nu nog, maar wordt door iemand anders getekend. Guust Flater is evenwel dood. Geen opvolger voor Franquins favoriete figuur. Marsu moet het dus doen met wat het heeft. Schetsen en zeldzame platen worden ook gedrukt in speciale albums, maar de reeks zelf kent geen uitbreiding meer. Met écht werk van Franquin uitpakken is dus niet zo eenvoudig. En toch zijn we al toe aan een derde Guustalbum na de dood van Franquin! Het eerste was een compilatie (Best of), het tweede een verjaardagsalbum (Guust 50) en het derde is nu uit: een album over het milieu.

“Het milieu volgens Flater” is de toepasselijke titel. Het album is uitgebracht op en ter ere van wereldmilieudag, 5 juni. De UNEP, het milieuprogramma van de Verenigde Naties, organiseerde dit jaar Echo Festival, een 3-daags festival in Brussel. Het festival wou mensen bewust maken van de milieuproblematiek en Guust Flater werd als mascotte gevraagd. Geen probleem voor de nabestaanden van Franquin, zo te zien. Franquins werk staat dan ook vaak in het teken van milieu, Guust leent zich dus perfect tot deze vorm van acties. Marsu bracht dus ook maar een nieuw album uit. Verwacht er geen nieuw werk in. Ook de concentratie aan onuitgegeven werk is vrij beperkt. Het album is een compilatie van gags waarin Guust Flater de wereld zelf vervuilt of verspilt of oplossingen probeert te vinden om dat net niet meer te doen. Guust zelf rijdt met een heel oude wagen en is dus geen toonbeeld voor het milieu. Niet aanwezig in het album, maar anderszijds wel relevant is dat Guust op het einde van zijn loopbaan meer en meer de bus begon te nemen. Het is me een raadsel waarom net die passage niet in het album staat. Er staan er gelukkig wel nog veel andere in.

Speciaal aan dit album zijn dus niet zozeer de zeldzame platen (er staan enkele kleine, ongepubliceerde prentjes in), maar wel 2 andere dingen: het album is voor UNEP gemaakt, dus is educatie wel op zijn plaats. Elke bladzijde bevat dan ook een stukje geschiedenis van de lange strijd om milieu- en natuurproblemen duidelijk te maken. Sommige pagina’s al wat meer, die zijn dan vrolijk opgesmukt met een uitvergrote tekening van Guust, het tweede lokkertje. We zien zo Franquins tekening in meer detail. Helaas weer geen zeldzame tekeningen, maar toch aardig.

Leuk album, maar wie het wil kopen voor de strips alleen, raad ik toch aan de reeks zelf aan te schaffen. Wie meer wil weten over mijlpalen in de geschiedenis van natuurbehoud is er wel goed mee. En fans van Franquin vinden er vast ook wel iets aan.

Wie trouwens denkt “Ik koop het niet, want de natuur beschermen doe je ook door geen bomen te kappen om strips mee te maken!”, is fout. Het album is gedrukt op papier met het FSC-label, wat betekent dat het uit duurzaam beheerde bossen afkomstig is.

Uitgever: Marsu Productions

Richtprijs: 5,25 euro

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Marsupilami 22: Chiquito Paradiso

Chiquito Paradiso

Cover 'Chiquito Paradiso'

De meeste striptekenaars opteren ervoor om hun stripreeksen te laten stoppen na hun dood. Grootmeester André Franquin koos hier ook voor bij zijn reeks Guust (Flater), maar voor zijn andere reeks, Marsupilami, had hij al jaren een opvolger. Luc Collin, Batem, tekent de reeks al van album 1, toen nog met strenge supervisie van Franquin. Het mag gezegd: grafisch gezien benadert Batem zeer duidelijk Franquins tekenstijl. Wat van de verhaallijnen niet gezegd kan worden…

Album 22 uit de reeks, Chiquito Paradiso, is het derde album op rij over natuurbehoud. Het album is dan ook gedrukt op FSC-hout, wat grosso modo betekent dat het uit duurzaam beheerde bossen komt. Natuurbehoud was ook een van Franquins favoriete items, dus wat dat betreft kan dat allemaal tellen. In tegenstelling tot de twee voorgaande verhalen is Chiquito Paradiso lichtjes minder kinderachtig. Geen rode monsters meer, wel tal van dieren uit het Amazonegebied, de habitat van de Marsupilami en zijn vrouw en drie kindjes. Veel dieren zelfs, want Chiquito Paradio is een dierentuin, in Chiquito, de hoofdstad van Palombië (Zuid-Amerika). De eigenares, Miss Devort, wil koste wat het kost alle dieren uit het Amazonegebied in haar zoo onder het mom van dierenbescherming. Een façade, want in feite is haar bedrijf er alleen maar op uit om de jungle om te vormen tot landbouwgebied. Puur economisch winstbejag. Zo verdient Miss Devort dubbel: als uitbaatster van een zoo rond ernstig bedreigde soorten en als eigenares van grote lappen landbouwgrond.

Miss Devort wil van haar dierentuin absoluut de beste in zijn soort maken. Daarvoor mist ze wel één dier: de Marsupilami. Het vrouwtje en de kinderen laten zich al gemakkelijk vangen, maar het mannetje staat zijn… euh… mannetje. De jagers van Devort krijgen er hevig van langs, wat de Chahuta-indianen niet ontgaat. Zij zien de Marsupilami als hun grote god en willen hun goden dan ook maar wat graag terug in hun nabijheid. Twee van hun mannen, een oude tovenaar en een indiaan die de taal van de stad goed kent, trekken er met de Marsupilami op uit, naar Chiquito. Met de nodige tegenslagen bereiken ze de zoo, maar eigenlijk was de tussenkomst van de indianen niet eens nodig: een indiaan die voor de zoo werkt, beslist de dieren op eigen houtje vrij te laten, nadat hij zag hoe erg ze leden in gevangenschap. Gesteund door de oerkracht van de Marsupilami krijgen ze het voor elkaar op alle dieren te bevrijden. Ze lopen met z’n allen terug naar de jungle, waar ze thuishoren…

Dit vierde verhaal van scenarist Stephan Colman is zeker het beste van die vier. De indianen in het verhaal zijn bijzonder komisch. De oude tovenaar tovert er op los, maar niets ongeloofwaardigs: al zijn toverkunstjes leveren alleen indirect voordeel op. Geen hokus pokus. Bovendien bevat het verhaaltje een leuke knipoog naar Franquins oeuvre: een agent die wel de Zuid-Amerikaanse neef van Vondelaar (Guust Flater) lijkt. Running gags (die opflakkeren doorheen heel het verhaal) en korte fratsen (waaronder die van de tovenaar en de hilarische gevolgen van zijn kunstjes) geven het verhaal een fijne toets.

Puik album, eindelijk slaagt Colman er in een verhaaltje te maken dat niet verveelt halfweg het album, alleen de vervelende educatieve noten zijn er hier en daar echt te veel aan. Of Franquin achter het verhaal zou staan, is koffiedik kijken, maar het is er een met inhoud rond biodiversiteit en ontbossing, heel actueel dus. Een groot minpunt aan dit verhaal, net als aan vele vorige, is dat de Marsupilami hier maar een tweederangsrolletje krijgt toebedeeld. Zijn familie wordt gevangen genomen en dat vormt de aanzet, maar voor de rest speelt de Marsupilami enkel een rol als woedend beest dat alles en iedereen knock-out slaat. Spijtig, maar de indianen blijven wel grappig om te volgen natuurlijk. Toch de moeite.

Uitgever: Marsu Productions S.A.M.

Prijs: 5,25 euro

Laat een reactie achter

Verzamelen gaat verder

Fan zijn van iets, het doet wat met een mens. Meer dan 10 jaar geleden intussen werd ik een beetje “verliefd” op de Marsupilami, het stripfiguurtje gecreëerd door de grote André Franquin. Ik kende het fictieve dier al lang, maar op een dag waarop ik album 1 van de reeks (De staart van de Marsupilami) nog eens las, begon ik het figuurtje grondig te bestuderen. Het zat zo goed in elkaar. Simpel en toch geraffineerd. Vanaf die dag ben ik meer beginnen zoeken. Meer Marsupilami, op den duur meer Franquin. Kuifje las ik al heel graag en dat ben ik dan ook maar gaan verzamelen. Ook Peyo trok mijn aandacht. Roba ook (Bollie en Billie). En zo volgden er nog wel wat. Maar Franquin blijft de echte start. Na meer dan 10 jaar heb ik dan ook al heel wat in mijn bezit van en over Franquin. Geen handtekening, helaas.

Sinds kort neem ik me ook voor minder afgeleide producten te kopen. Speelgoed, beeldjes, dozen en zo, het interesseert me niet echt meer (het is welkom, maar ik ga me er niet langer blauw aan betalen). Ik ga voor de kunst alleen. Speciale albums met onuitgegeven materiaal bijvoorbeeld. Oude versies van albums, deels of helemaal hertekend later. Zo’n dingen. Van Hergé of Peyo lukt dat vast al niet meer: zij hebben zo’n hoop platen (voor merchandising bijvoorbeeld) gemaakt dat het utopisch is om het allemaal te hebben. Van Franquin ligt dat toch wat anders, gelukkig. Hij heeft heel wat platen gemaakt, maar ze zijn steeds beter gebundeld. Van de Smurfen heb je zo’n 100-tal reeksen, niet handig dus. Van Hergé wordt het archief sterk gecontroleerd door de Stichting Hergé, al dan niet volgens Hergés testament. Kuifjes op overschot, maar weinig bundelingen van ander materiaal. Franquins archief wordt dus wel goed beheerd. Zijn ervers, uitgeverijen Marsu Productions en Dupuis, bundelen alles. Steeds meer.

Het weinige overblijvende materiaal staat in tal van andere, steeds zeldzamere boeken. Duurder ook dus. Maar deze weblogger verzamelt gretig verder. Zo kocht ik 2 weken geleden nog Les mémoires de Spirou (door Thierry Martens en Jean-Paul Tibéri, afbeelding boven), een ode aan onder andere de Robbedoes van Franquin. Zeldzame prentjes, daar ging het me om. Ze staan er ook in. Net als een bibliografie van alle Robbedoesverhalen, van al zijn tekenaars tot 1989. En daarmee gebeurde het: een grote onaangename verrassing! Bij de lijst van Franquin stonden enkele verhalen waarvan ik zelfs het bestaan niet afwist! Een kleine research op Google leverde me al snel resultaat: enkele van de platen zijn in slechte kwaliteit online te vinden, maar zeker niet allemaal. De zeldzaamheid lijkt zelfs mythische proporties aan te nemen. Een Sinterklaasverhaaltje bijvoorbeeld. Jaren geleden verscheen er een uitvoerige bundeling van àlles van Franquin, maar zelfs daar staat die ene plaat helemaal niet in. Franquin was er tegen. Als jonge verzamelaar pets je jezelf dan even tegen het hoofd: waarom ben ik niet vroeger geboren? Kon ik het nog lezen in het tijdschrift Robbedoes zelf! Helaas dus…

Maar zoals gezegd: uitgeverij Dupuis, eigenaar van het Robbedoesimperium, bundelt het werk van Franquin uitvoerig. Zo heeft ze een integrale reeks van Franquins Robbedoes en Kwabbernoot, de zogenaamde “intégrale“. Deel 1 tot en met 7 zijn intussen verschenen, deel 8 komt er nog aan. Op internet vond ik dan dat deel 1, Les débuts d’un dessinateur, veel van de verloren gewaande platen bevat, waaronder het Sinterklaasverhaaltje. Joepie! Nu Franquin dood is, heeft de uitgever al wat meer vrij spel gelukkig. Kopen die handel, dacht ik. Ik rijd met fietsgewijs naar mijn favoriete striphandel en moet daar horen dat deel 1 (zie foto 2) niet meer verkrijgbaar is en het ook niet meer wordt. Deel 6 (foto 3), Inventions maléfiques, dat ook een zeldzaamheid bevat, lag er nog wel te wachten op mij. Teleurgesteld door het gemiste boek verliet ik de winkel. Wééral te laat. Nochtans zijn de boeken niet zo oud. In Brussel misschien? In het Belgisch centrum voor het beeldverhaal (“het stripmuseum”) vind je wel vaker recente dingen die nergens anders nog te krijgen zijn. Maar ja, naar Brussel gaan is ook weer een treinrit van 2 uur. Geen tijd voor nu. En gezien de beperkte oplage van het boek is wachten ook uitgesloten. Dus zoeken op internet…

Op eBay? Dan betaal ik me vast weer eens blauw, maar het kan goed zijn dat er weinig anders op zit. Dan toch liever Brussel. Maar er zijn ook online boekenwinkels. Proxis of Fnac bijvoorbeeld. Fnac is niet zo denderend als het over strips gaat. Proxis wel, maar die site bevat helaas al eens fouten. Boeken die niet meer verkrijgbaar zijn, staan soms toch genoteerd als “leverbaar in 3 tot 5 werkdagen”, of zoiets. Onbetrouwbaar als het over zeldzamere boeken gaat, zoals het bewuste exemplaar. Amazon misschien dan? Ja hoor, mijn eerste beproeving met Amazon. Dinsdag besteld, vrijdag geleverd. Boek 1 was er beschikbaar en dat bleek te kloppen. Snelle levering, puik in orde en de zeldzame platen zijn in mijn bezit! Franquin mocht zich dan misschien al schamen voor bepaalde platen, het bleek weer eens de typische valse bescheidenheid te zijn die ons landje al wel langer teistert. Na zijn dood komt het materiaal toch boven en herkennen we de grootmeester eens te meer. Het is oud werk, maar dat is ook nuttig om het volledige plaatje over André Franquin te kunnen maken.

André Franquin, je mag dan al een hele tijd niet meer onder de levenden zijn, je werk is dat des te meer. Al was het maar omdat alles van Franquin anderen heeft geïnspireerd. Zijn debuten werden later geëerd in retroverhalen over Robbedoes en Kwabbernoot, zijn latere avonturen inspireerden al zijn opvolgers van de reeks (met wisselend succes), zijn Guust Flater blijft een icoon in de bulderlachstrip, zijn Zwartkijken zette de toon voor zwartgallige humor in strips, zijn Marsupilami werd één van de eerste internationaal succesvolle fantasiewezens. Lichtjes miskend naast grote namen als Peyo en Hergé (zelf grote Franquinliefhebbers), maar stripfanaten weten wel beter. Iedereen die met strips in aanraking komt, beseft het vroeg of laat: Franquin was en is een icoon. Zijn oeuvre inspireerde al zijn volgelingen. Reden te meer om zijn werk te bundelen en verzamelen. Het zal bij mij altijd bevoorrechte plaatsen krijgen.

Laat een reactie achter

Robbedoes en Kwabbernoot 50: Terug naar Z

Cover Terug naar Z

Cover 'Terug naar Z'

Een stripverzamelaar hoort al eens een strip te kopen. Onlangs gekocht: Terug naar Z uit de reeks Robbedoes en Kwabbernoot. De reeks kan ongetwijfeld één van de grote klassiekers van het Belgische beeldverhaal genoemd worden. Terug naar Z is het vijftigste album in de reeks. Een jubileumalbum. De auteurs, tekenaar Munuera en scenaristen Yann en Morvan. Voor de tekenaar en Morvan is dit het vierde album. Het is meteen hun laatste, want uitgeverij Dupuis besloot het team te vervangen na tegenvallende verkoopscijfers van de eerste 3 albums. Hier moet ik er wel bij vertellen dat de reeks met Munuera al aan zijn 7de tekenaar toe was.

Het team begon na een lange tijd zonder album. Tome en Janry, het vorige duo, had blijkbaar een probleem geschapen met hun laatste album ‘Als in een droom’. Morvan en Munuera hebben dit naast zich neer gelegd en zijn eigenlijk met iets totaal anders begonnen. Ze grijpen wel graag terug naar de succesperiode van André Franquin, maar gebruiken ook elementen uit de albums van de andere voorgangers. De tekenstijl leunt ook aan bij de atoomstijl van Franquin, maar bevat daarnaast invloeden van manga.

Het nieuwe album zelf grijpt terug naar de meest tot de verbeelding sprekende schurk uit de reeks: Zwendel, of kortweg Z. De zelfverklaarde genius probeert in dit verhaal zijn (en graaf van Rommelgems) oude geliefde, miss Flanner, in leven te houden. Zij is vreselijk ziek door een wetenschappelijk tijdexperiment jaren geleden. Om haar te redden heeft Zwendel de hulp van Robbedoes en Kwabbernoot nodig. Zij moeten terug naar het verleden om miss Flanner te verhinderen haar fout te maken. Zo hoopt hij de toekomst te kunnen veranderen. Terugkeren naar het verleden? Inderdaad, met een geweldige uitvinding van Zwendel, miss Flanner en graaf van Rommelgem is dat een koud kunstje. Je hebt enkel voorwerpen nodig uit een bepaalde periode om er naar terug te kunnen keren. Het auteurstrio kan daardoor heel handig de helden in hun eerdere avonturen deponeren. Avonturen uit de glorietijd van Franquin. Na een paar keer sprongen te hebben gemaakt in het verleden, slagen Robbedoes, Kwabbernoot én Spip in hun missie. Maar bij het terugkeren naar het heden neemt Kwabbernoot per ongeluk een Robbedoes uit het verleden mee. De oude Robbedoes rent weg met miss Flanner. Niet helemaal zoals Zwendel gehoopt had: miss Flanner blijft bij Robbedoes en Zwendel krijgt zijn geliefde niet terug. Ook de hele Robbedoesgeschiedenis wordt herschreven. Om nooit meer dezelfde te zijn na Morvan en Munuera…

Persoonlijke conclusie: het album grijpt op een leuke manier terug naar de tijd van Franquin en voegt er ook een meerwaarde aan toe. IJzerlijm krijgt bijvoorbeeld een heel speciale rol in dit album. Maar om terug te kunnen grijpen naar iets, moet dat iets er eerst zijn. De albums van Franquin dus. Het is een enorm cliché, maar waar: het loont beslist meer de moeite dié albums te lezen dan dit. Franquins periode was de succesvolste en zal dat waarschijnlijk nog een hele tijd blijven. Op naar het volgende auteursduo. Welk duo dat wordt? Dat is voor iedereen, behalve de uitgever, nog een groot raadsel…

Prijs: €5,25

Laat een reactie achter