Archief voor strips

Een moeilijke erfenis

Tintin

Image by Michael Heilemann via Flickr

Kuifje, de klassieker der klassiekers als je spreekt over het Europese beeldverhaal. Beroemd van België tot Japan, enkel de Angelsaksische landen doen er nog niet zo aan mee. Daar moet de nakende film een mouw aan passen. Steven Spielberg en Peter Jackson nemen die taak op zich. Sterker nog, Peter Jackson zou met Tintin: The Secret of the Unicorn (Het geheim van de Eenhoorn – De schat van Scharlaken Rackham) intussen al klaar zijn. Enkele grote Kuifjefans roepen echter op om niét te gaan kijken. Paradoxaal?

Je zult het wel verstaan als je het volgende leest, denk ik. Bob Garcia, een Fransman, had 5 essays geschreven over Hergé en Kuifje, met een oplage van 500 stuks. Daarbij gebruikte hij één afbeelding van Kuifje. Eentje te veel voor de erfgenamen van Hergé, zijn weduwe Fanny en haar nieuwe echtgenoot, Nick Rodwell. Die spanden een rechtszaak aan en ze wonnen. De schrijver moet 40.000 euro betalen. Een ware ravage voor de bewuste man, die met zijn essays niet eens rijk kon en wou worden.

Juridisch gesproken is het natuurlijk wel juist. De man had geen toelating. Maar de familie Rodwell is niet echt menselijk. Als er wat over Kuifje of Hergé verschijnt waar zij geen controle over hebben, dan eindigt het altijd heel snel in een rechtszaak. Zo is er ooit een geweldig goede site over Kuifje gesloten omdat die ook ongevraagd tekeningen gebruikte. De site was pure reclame voor Kuifje. Een zeer complete site, met allerlei vrij onbekende weetjes, niet eens anti-Rodwell. Zo eigenlijk alles wat je maar wou weten over Kuifje. Maar ja, Rodwell verdient daar niets aan, toch niet rechtstreeks. Zo’n info staat ook in de honderden boeken over Kuifje, die vaak weinig algemene inhoud hebben.

Het was zo ook al verboden om foto’s te nemen in het recent geopende museum over Hergé. Journalisten die de opening bijwoonden moesten hun camera thuis laten. Wat een idee. Sommige journalisten bleven dus thuis. Het verhaal kreeg een staartje, want na wat negatieve commentaar door bepaalde journaliste, reageerde Nick Rodwell furieus en begon hij in het leven van die journalisten te graven. Op de weblog op de Kuifjewebsite vroeg hij zich dan bijvoorbeeld openlijk af of een bepaalde journalist zo negatief doet omdat hij zelf een slecht leven heeft, door o.a. zijn gehandicapt kind.

Toen er Made in Belgium was, een tentoonstelling voor 175 België, kon er ook geen prentje van Kuifje af om er tentoon te stellen. Waarom niet? De erfgenamen krijgen er geen cent voor. Na wat negatieve kritiek gaven ze uiteindelijk toch toe. Maar in het geval van schrijver Garcia dus niet. Onderhandelen en samen tot een vreedzame oplossing komen blijkt onmogelijk voor de erfgenamen. Dus maken ze het leven van die man maar even stuk. Auteursrechten zeggen ze dan.

Dus roepen de echte fans op om niet langer Kuifjeproducten te kopen. Geen films bekijken, het museum niet bezoeken. Ze hebben zich niet gekeerd tegen Kuifje, wel tegen de bestemming van het geld van de producten: de wrede erfgenamen. Niets tegen de film, wel tegen Rodwell dus. Ik weet niet of ik er zo ver in wil gaan, maar de actie mag wel op mijn sympathie rekenen. Hopelijk worden de volgende erfgenamen een stuk milder.

Jammer genoeg zijn ze hier niet alleen in. Erfgenamen van andere kunstenaars zijn vaak niet minder erg. Jammer, zeker als het over dingen gaat waar zij voordeel uit putten, hoewel onrechtstreeks.

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Spirou et Fantasio intégrale 8: Aventures humoristiques

Cover "Aventures humoristiques"

Het wrede lot van de verzamelaar: je kunt precies nooit alles hebben. Als fervent Franquinverzamelaar en -kenner probeer ik zo veel mogelijk van André Franquin in bezit te krijgen, maar dat lukt helaas niet. De hoop dat dat ooit helemaal lukt, wordt ook steeds kleiner. Gelukkig zijn er altijd uitgaven die wel helpen om de verzameling zo compleet mogelijk te maken. Ik haalde het al vaker aan: de intégrale-reeks van uitgeverij Dupuis, met grote reeksen zoals Johan en Pirrewiet, Robbedoes en Kwabbernoot en Lucky Luke.

Achtergrond

Vorige week verscheen in die reeks het laatste exemplaar uit de reeks Robbedoes en Kwabbernoot. Album 8 met het verzameld werk van André Franquin voor deze stripreeks: Aventures humoristiques. Van 1947 tot 1968 was Franquin de bezieler van deze reeks, maar hij heeft die zelf nooit gecreëerd. Dat zat hem al eens diep, hij had het gevoel opgesloten te zitten in een reeks waarvan hij niet de echte eigenaar was. Steeds meer ging zijn aandacht naar Guust Flater. In de jaren 60 besloot Franquin een punt te zetten achter Robbedoes en Kwabbernoot. In schoonheid, want de perfectionist in Franquin verdween niet met de weggeëbde liefde. Dit boek belicht de laatste jaren van Franquin als tekenaar van deze reeks.

Eén van de redenen om te stoppen, was de zware verantwoordelijkheid rond de reeks. Robbedoes was en is ook het uithangbord van het gelijknamige tijdschrift. Robbedoes zonder Robbedoes en Kwabbernoot, dat kon bijna niet. Bovendien had de reeks daardoor bepaalde beperkingen. Ze werd extra gecontroleerd door de uitgever, een persoonlijke vriend van Franquin, maar vaak ook een hardnekkig zakenman. Franquin moest dus presteren op een manier die niet de zijne was. De gevolgen konden niet uitblijven…

Midden 1961 startte het eerste verhaal uit dit boek, QRN op Bretzelburg, maar op het einde van dat jaar werd het onderbroken om pas midden 1963 opnieuw te starten. Franquin was depressief en moest van de dokter rusten. Hij werkte nog aan Guust Flater tussendoor, maar Robbedoes en Kwabbernoot was er echt te veel aan. Hoewel dit het begin van het einde leek te betekenen, kwam Franquin terug en maakte daarna nog 3 verhalen rond Robbedoes. Ook deze 3 staan nog in dit lijvige boek.

De verhalen

QRN op/sur Bretzelburg

Mijn favoriet binnen de reeks. Kwabbernoot is dol op transistorradio’s en laat die overal slingeren. De Marsupilami eet er eentje op en die komt in zijn neus terecht. Dat zorgt voor grappige situaties, maar vooral voor storingen (QRN) van radiogolven in de streek. Een zekere Switch komt binnenvallen om de storing te detecteren, want daardoor kan hij geen contact meer hebben iemand met wie hij nauw radiocontact heeft: de koning van Bretzelburg, die om hulp schreeuwt. Inderdaad, de koning wordt er gevangen gehouden door een van zijn officiers, generaal Schmetterling. Die laat Switch ontvoeren, maar per vergissing nemen ze Kwabbernoot mee. Robbedoes en Switch ontdekken dit en gaan naar Bretzelburg. Ze treffen er een verarmd land aan, waar Spip het gevaar loopt opgegeten te worden en mensen in kranten gekleed zijn. Elk centje lijkt naar de wapenindustrie te gaan, of beter: in de zakken van de generaal. Door in het buurland onrust te stoken in een andere identiteit, weet hij zo een bewapeningswedloop te creëren tussen beide landen, waarbij alleen hijzelf steeds rijker wordt. Gelukkig groeit het verzet in het land en – geholpen door een genezen Marsupilami – zo krijgen de helden en Switch de kans onder te duiken en de koning te helpen. In een schuilhol van het verzet treffen ze de generaal aan, die zo snel overmeesterd wordt. Het land wordt hersteld, er komt een zeer nauwe vriendschap tussen Bretzelburg en het buurland.

Een mooi verhaal vol grappen, niet in het minst door kok Kilikil, die Kwabbernoot op de rooster moet leggen. Het sadisme in zijn job is beangstigend: hij kookt voor de neus van een uitgehongerde Kwabbernoot en hij krast met zijn nagels over een schoolbord en met zijn vork over een bord. Bij het zien daarvan voel je zelf de rillingen.

Bravo (les) Brothers

Dit verhaal is bezwaarlijk een verhaal van Robbedoes en Kwabbernoot te noemen, want eigenlijk speelt Guust er een zeer grote rol. Veel fans beschouwen dit verhaal dan ook eerder als een lang Guustverhaal, maar goed, het hoort nu eenmaal bij Robbedoes en Kwabbernoot…

Guust heeft in dit verhaal drie chimpansees gekocht voor de verjaardag van Kwabbernoot. Uiteraard is die daar niet erg blij mee, maar dat kan hij niet laten uitschijnen, dus houdt hij de apen voorlopig gewoon op kantoor. De apen steken al snel heel wat uit op de redactie. Intussen duikt ook het vorige baasje, Noé, op. Hij blijft de apen volgen en Robbedoes krijgt dit in de gaten. Hij probeert met de man aan de praat te geraken, maar dat mislukt. Noé kan elk dier temmen, maar is enorm slecht in menselijk contact. Toch heeft Robbedoes al snel door dat Noé de apen heeft afgestaan omdat hij ze eigenlijk niet zelf in bezit had. Zijn circus is gestopt en heeft de apen verkocht. Het succes van Noé hing echter samen met die apen. Nu is hij arm. Robbedoes maakt dit duidelijk aan Guust, die de apen met verdriet teruggeeft. Noé maakt op zijn manier duidelijk dat hij er heel blij om is en trekt op tournee.

Les Robinsons du rail

Dit verhaaltje kwam tot stand met hulp van de SNCF, de Franse spoorwegen. Het is geen echte strip, maar een geïllustreerd verhaal. Yvan Delporte schreef het, Jidéhem en Franquin maakten de afbeeldingen. Het verhaal gaat over de doop van een nieuw type trein, maar Guust zet het ding per ongeluk in gang waardoor het oncontroleerbaar begint te rijden. Dankzij een kip komt de trein na heel veel ongelukjes tot stilstand… in een tunnel.

Hommeles in Rommelgem/Panade à Campignac

Robbedoes haalt Kwabbernoot weg van zijn kantoor om te ontspannen in Rommelgem. Helaas is dat wat buiten hun vriend, de graaf van Rommelgem, gerekend. De graaf is namelijk bezig met het verzorgen van een enorme baby: Zwendel! Zwendel is bij een vorig avontuur (De schaduw van Z) kinds geworden. De graaf is helemaal uitgeteld. Robbedoes en Kwabbernoot helpen hem. Helaas worden ze tegengewerkt door een oud-Zwendelman, die zijn grote baas blijft volgen. Hij besluit Zwendel te ontvoeren en ontziet niets of niemand: zijn verlammingsapparaat verlamt zowat heel Rommelgem. Uiteindelijk is het de Marsupilami die de helden uit de nood helpt. De graaf verzamelt alle verlamden in zijn kasteel en gaat ze helpen. Tot de Marsupilami op hem schiet met het apparaat. Niemand meer om te helpen. Einde Robbedoes voor Franquin…

Of toch niet. Want er komt een tweede einde: de graaf had zijn voorzorgen genomen en heeft een anti-Zwendelapparaatje gebruikt. Hij was dus niet verlamd en slaagt er toch in iedereen weer tot leven te wekken. Ook Zwendel, die als bij wonder zijn verstand terug heeft.

Nog even dit

Zoals met zovele boeken is dit exemplaar niet in het Nederlands verkrijgbaar. Basiskennis van Frans lijkt me voldoende. Naast de vernoemde strips, krijg je er ook een hele hoop uitleg bij. Over hoe de verhalen tot stand kwamen, ook datgene wat ik hierboven neerschreef en nog veel meer. Er staan ook nog een aantal redelijk onbekende platen bij, zoals covers voor het weekblad. Vrij speciaal is de toevoeging van enkele onuitgegeven platen voor QRN in Bretzelburg. Franquin moest in het begin het verhaal wat rekken omdat de scenarioschrijver nog niet klaar was met zijn tekst. Zo verschenen een hele rits korte grapjes rond de Marsupilami binnen het verhaal. Die zijn later niet opgenomen in het album, maar wél in dit boek. Helaas… het was blijkbaar te veel gevraagd om TWEE stroken er ook nog in te stoppen. De twee laatste weggevallen stroken staan er dus niét in. Een gemiste kans lijkt me.

Richtprijs: € 22,-

Uitgeverij: Dupuis

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Le Trombone Illustré

Cover "Le Trombone Illustré"

cover "Le Trombone Illustré" van Dupuis

Een aankoop voor mijn stripcollectie een paar weken geleden, was die van Le Trombone Illustré. Er hangt een hele historie aan dit lijvige boek (het is groter dan een A4 en zeer dik, ruim 270 pagina’s).

Het boek is een heruitgave van een boek uit 1980 dat tegenwoordig onvindbaar en heel duur is. Een verbeterde versie weliswaar, want naar aanleiding van de dood van Yvan Delporte en het tegelijk verschijnen van een biografie rond deze man, is er een heel stuk bijgevoegd.

Maar laat ons beginnen bij het begin. In 1977 verscheen in het weekblad Spirou (niet in Robbedoes, de Nederlandstalige versie ervan!) een soort bijlage. De weken voor het effectieve verschijnen werd in het weekblad al aangekondigd dat er mensen bezig zijn ’s nachts de installaties te gebruiken. Het wordt duidelijk dat het gaat over een illegaal tijdschrift, dat clandestien bij het weekblad wordt gevoegd. Natuurlijk is dat in het echt niet zo, de bijlage was gepland, maar voor de lezers had het zo wel een leuk kantje. De bijlage promootte zichzelf ook steevast als clandestien of als piraatuitgave (later). Het idee kwam van Yvan Delporte en André Franquin. Delporte was lang hoofdredacteur van Robbedoes/Spirou, maar was dat in 1977 niet meer. De opzet was om met Le Trombone Illustré een nieuwe weg in te slaan, zowel op grafisch als verhaaltechnisch gebied. Wel, die bijlagen zijn gebundeld in dit boek.

 

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

cover "Le Trombone Illustré" van Marsu

Hoewel dat verhaal over ‘n illegale uitgave overdreven was, is het wel zo dat de Trombone los stond van Spirou. De tekenaars die eraan meewerkten, waren vaak niet verbonden aan het tijdschrift en werden ook los daarvan betaald. Sommige kwamen zelfs van de concurrentie, maar met een grote gedrevenheid. Volgend Delporte was de vraag om eraan mee te werken erg groot. Sommigen gingen zelfs akkoord met een lager loon dan ze gewoon waren, al was dat loon ook wel mooi.

Inhoudelijk dan? Eigenlijk valt daar veel over te vertellen. Elke week was er wel iets nieuw. Heel veel tekenaars hebben eraan meegewerkt, maar velen slechts kort of met tussenpozen tussen 2 stukken. Redelijk vaste waarden, waren o.a. Roba, Peyo, Franquin (uiteraard), Gotlib, Degotte, Jannin, Sirius… De verhalen zelf zijn grappig, ontroerend of spannend, sommige duurden meerdere weken, sommige niet. Er zijn ook heel veel rubrieken. Verhaaltjes over een ruimtewezen dat onze aarde ziet en veel dingen niet snapt (geld, gokken op paarden, de politie) en ons doen nadenken over onze wereld. Een ander stukje sciencefiction was elke week aanwezig. Ook een stukje commentaar over de fictieve makers van het blad, die zogezegd onder het grote weekblad leefden. Vaak werd daarin een bepaalde tekenaar aangeprezen, omdat die voor de eerste keer in de bijlage verscheen. Daarnaast was er ook vaak een stukje van fictieve Nana, die over feministische onderwerpen schreef. Maar er waren ook veel stukjes die maar enkele keren verschenen, zoals een puzzel.

Ook speciaal aan de hele bijlage, is dat het elke week een andere titeltekening en “aftiteling” had. Dat laatste was achteraan een kolommetje waar wat praktische info staat rond de uitgever, daar werd de draak mee gestoken. De titel zelf, vooraan dus, was elke week een hoogstaand stukje grafische kunst, meestal van Franquin. Het bevatte telkens de titel van de bijlage en daar werd dan mee gespeeld. In de eerste O woont een oude man, bijvoorbeeld. De letter é van “illustré” is ook een weerkerend item: Franquin vond het accent zo lelijk dat hij het verving door al wat maar kon. Een rotte banaan, de staart van de Marsupilami, een zelf uitgevonden vogel… Daarnaast was er ook een roker die steeds zieker wordt en uiteindelijk ook doodgaat. Er is een soort spelletje van een kindje dat ook elke week een variant krijgt, de trombonespeler krijgt een relatie, er is ook een plant die constant groeit, een zeldzame vogel met commentaar enz. De meest tot de verbeelding sprekende figuur, was misschien wel een bisschop. Die deed de gekste dingen met zijn staf. Elke keer iets nieuw en verrassend, maar vaak een vervolg van de voorgaande week. Ook was er destijds een Franse wet die leenwoorden uit het Engels verbood, daar werd ook mee gelachen.

Die titels zijn overigens ook gebundeld bij Marsu Productions in een boek met dezelfde naam (zie tweede afbeelding). Enkel de titelbladen van Franquin zijn daarin opgenomen, maar de meeste waren dan ook van hem. Het boek bevat commentaar van Delporte, waardoor je het andere boek véél beter begrijpt. Hij legt de hele geschiedenis uit en het is soms echt wel wat…

Helaas voor deze wonderlijke bijlage, die inderdaad vernieuwing bracht en zeer moeilijke thema’s niet uit de weg ging, was zijn leven maar van korte duur. De uitgever kreeg ‘n klacht, desondanks de hoge kwaliteit van de bijlage. Iemand zou z’n abonnement opzeggen. Na 30 bijlagen besloot de uitgever, Dupuis, niet meer te investeren in dit magazine. Dat er ook tekenaars van andere bladen aan de slag gingen in deze bijlage, was mijnheer Dupuis ook een doorn in het oog.

Het is onvoorstelbaar wat Le Trombone Illustré heeft betekend voor heel wat tekenaars die hier hun debuut maakten. Bekende mensen zijn het geworden. Deze clandestiene bijlage is van bijzonder groot belang gebleken. Na het opdoeken kreeg het een mythische status. Het werd vaak gekopieerd, maar het sloeg nooit meer aan. Alleen Fluide Glacial is hiervan eigenlijk de enige waardige opvolger.

Ook Franquin heeft aan de Trombone veel te danken, al is het niet zijn bekendste werk geworden. Zwartkijken zag hier namelijk het levenslicht. Ook zijn bekende monsters trouwens. Daar was het mij nog het meest om te doen. Verzamelaar ben je of ben je niet hé.

Ik kan het boek absoluut aanraden, al is het alleen in het Frans verkrijgbaar. Helaas moeilijk Frans. Er staan soms wel taalgrapjes in en die heb ik niet verstaan. Voor de rest heb ik veel Frans bijgeleerd en daar ben ik blij om. Een woordenboek is handig. Wat ik ook heb gedaan en een goede tip kan zijn: lees absoluut ook het boek van Marsu Productions. Per aflevering heeft Delporte een stuk geschreven in dat boekje. Dat lezen voor je de bijhorende bijlage leest in het dikke boek, is wel fijn. Je leert er zo de achtergrond echt van kennen. Gouden raad! Het zijn beiden prima boeken.

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 70,-

Uitgeverij: Dupuis

Le Trombone Illustré

Richtprijs: € 29,-

Uitgeverij: Marsu Productions

Le Trombone Illustré
Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Asterix 34: De verjaardag van Asterix & Obelix

De verjaardag van Asterix en Obelix

Cover "De verjaardag van Asterix en Obelix"

Klassieke strips, helemaal mijn ding! Een heel bekende klassieker is Asterix, vaak ook al eens foutief benoemd als “Asterix en Obelix”. Asterix is wereldwijd een van de best verkochte stripreeksen, niet in het minst dankzij het uitzonderlijke talent René Goscinny. Deze scenarist had een gouden pen: alles wat hij maakte, werd razend populair. Zo ook Asterix. Goscinny is intussen al jaren dood en dat wordt ook heel duidelijk als we de nieuwste albums van Asterix lezen…

Albert Uderzo, de tekenaar, heeft de reeks toch niet willen stoppen na de dood van zijn vriend. Hij is dan maar zelf in de pen gekropen en laat het tekenen steeds meer over aan anderen. Maar Uderzo is Goscinny niet. Sinds album 25 is er volgens velen – mij inclusief – een dalende trend wat kwaliteit betreft. Tekeningen blijven goed, verhaaltjes worden barslecht. De mythe rond Asterix wordt steeds vaker doorbroken: Asterix wordt verliefd, kan zijn gevoelens niet langer de baas, blijkt nog levende ouders te hebben… Het simpele verhaaltje waarin Romeinen in de pan worden gehakt en er op het einde een groot banket is, is blijkbaar niet meer genoeg. Het vorige album, Het geheime wapen, ging zelfs de toer van sciencefiction op. Ook ik was er niet tevreden over.

Album 34 dan maar, De verjaardag van Asterix en Obelix, met als ondertitel Het guldenboek. Vorige week verschenen ter ere van de 50ste verjaardag van Asterix. Laten we er maar geen doekjes om winden: de negatieve trend is er nog steeds, al is er gelukkig geen sciencefiction te bespeuren in dit album. Wel behoorlijk onorigineel is de terugkeer van bijna alle hoofd- en bijrolspelers van de voorbije albums.

Het begint al on-Asterix: Asterix en Obelix blijken plots 50 jaar ouder te zijn geworden. Alleen Nestorix – de oude brompot – lijkt de tand des tijds te hebben doorstaan. De meesten hebben kinderen, die allemaal de job van papa of mama hebben overgenomen. Obelix geeft zijn geestelijke vader een dreun om hem te straffen voor deze transformatie. Ze worden snel weer hun oude… eh… jonge zelf.

Dan komen heel wat oude bekenden in het dorp aan om Asterix’ en Obelix’ verjaardag te vieren. Zelfs de piraten, die altijd maar weer slaag krijgen, komen de helden een geschenkje geven. Ook de eigen dorpsgenoten hebben geschenkjes in gedachten. Daar gaat het verhaal dan eigenlijk ook over: over die geschenkjes. Eerst komt mevrouw Nestorix op de proppen met nieuwe kledij voor de helden (zelfs een eerbetoon aan Franquin komt aan bod, heel tof dat ze deze grootmeester eren, maar eigenlijk is het ronduit flauw), dan volgt een brief van Walhalla, een ansichtkaart van Tekenis, hun Egyptische vriend, gevolgd door tal van andere cadeaus. Er zijn reflecties over het verleden en heel veel verwijzingen naar andere kunstvormen. Obelix als de Denker van Rodin, Walhalla als de Mona Lisa, Kakafonix/Assurancetourix als lid van de Beatles… Er zijn ook nog verwijzingen naar het pretpark Parc Astérix en de filmwereld. Dat laatste is een duidelijke manier om het boek te vullen en duur te maken. Er worden ‘historische’ bloopers getoond uit vroegere albums. Recyclage van vorige albums met andere woorden. Dubbel in dit geval: eerst wordt de blooper getoond met het voorafgaande stukje dat wel juist was, dan wordt dat stukje nog eens getoond, aangevuld met het uiteindelijke resultaat (zoals dat in de vorige avonturen verscheen). Zeker ook grappig bedoeld, maar ik zie er eveneens een commerciële truc in.

Als afsluiter laten Cleopatra en Caesar nog van zich horen. Caesar probeert nog steeds het dorp in te lijven, maar slaagt natuurlijk weer niet. De klassieke mop, maar dan wel heel erg slecht verteld.

Is er dan iets goed aan dit album? Hm, er staan wel wat platen en teksten in die nog niet eerder in albumvorm verschenen en zo hun plekje krijgen in de reeks. Ze worden helaas opgenomen in één onnozel, lang verhaal over de verjaardag en verliezen zo hun aantrekkingskracht.

Een gemiste kans om de 50ste verjaardag van Asterix in de verf te zetten. Helaas. Goscinny had beslist beter gekund.

Dit kan een beetje grof klinken, maar er is misschien nog hoop voor de reeks: Uderzo heeft beslist dat de reeks mag voortgezet worden na zijn dood. Misschien kan dat het peil van de verhalen terugbrengen naar de periode-Goscinny. Hoewel het heel goed bekend is dat Goscinny een zeer uitzonderlijk talent had. Hoop doet leven. Eén ding is wel zeker: zó kan het niet meer verder!

Uitgever: Les Éditions Albert René

Richtprijs: € 7,50 (softcover, 56 pagina’s)

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Sympathiek

Droevig nieuws voor de Vlaamse strip: Jef Nys is niet meer. Een miskende tekenaar, dat is wel zeker. Hij tekende voor kinderen en hanteerde een schijnbaar eenvoudige tekenstijl. Schijnbaar. Het is een techniek op zich, net zoals je de Klare Lijn van o.a. Hergé hebt (teken alleen wat nodig is om het geheel te verstaan) of de Atoomstijl van o.a. Franquin (een dynamische stijl met heel veel details, realiteit in de tekening is er ver zoek, maar het totaalplaatje lijkt echt). Miskend, maar bij zijn dood blijkbaar toch in ere hersteld door de media. Al moeten we niet cynisch doen: hij kreeg de erkenning al een aantal jaar geleden toen hij de Bronzen Adhemar binnenhaalde, een heel belangrijke stripprijs in Vlaanderen. Hij werd – gelukkig maar – al bij leven geroemd. Het ga je goed in de striphemel. Hopelijk is er een echt Zonnedorp met een echte Hemelstraat, zoals waar Jommeke woont.

Ook de VRT leeft blijkbaar mee met de dood, want nieuwslezer Freek Braeckman kreeg onder zijn vestje een wel erg toepasselijke outfit. Oordeel zelf:

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Schtroumpfs mini-récits

Deel 1 t.e.m. 4.

De Smurfen zijn hier al een aantal keer de revue gepasseerd. Zoals de vorige keren ook al gezegd, waren de Smurfen eigenlijk aanvankelijk maar nevenpersonages in de reeks Johan en Pirrewiet. Tekenaar Peyo wist toen nog niet dat de Smurfen hun eigen leven zouden gaan leiden. En toch. Het was de geniale, toenmalige hoofdredacteur van het weekblad Spirou (Robbedoes) die het idee kreeg om iets speciaal te doen met de blauwe dwergjes. Die man heette Yvan Delporte. Hij herinnerde zich een speciale bijlage in het weekblad waarbij je enkele pagina’s moest vouwen zodat er een albumpje tevoorschijn kwam. Dat idee wou hij hergebruiken voor de Smurfen: kleine verhalen voor kleine personages.

Peyo was wel te vinden voor dat idee. Wist hij veel wat voor een succes dat zou worden! Zes van die kleine albumpjes werden vanaf 1959 gemaakt. Het weekblad verkocht beter: de Smurfen waren een grandioos succes. Yvan Delporte – een man met een lange baard, een figuur waar mee werd gelachen, maar door dezelfden net zo goed naar werd opgekeken – had een gat in de markt gevonden. Peyo en Delporte hebben nadien dan ook met brio de hele wereld veroverd.

De zes kleine albumpjes zijn na het verschijnen in het blad zelden nog gepubliceerd. Ergens niet onlogisch: de 6 verhalen (Les Schtroumpfs noirs, Le Voleur de Schtroumpfs, L’œuf et les Schtroumpfs, Le Faux Schtroumpf, La Faim des Schtroumpfs, Le Centième Schtroumpf; vertaald: De zwarte Smurfen, De Smurfendief, Het ei en de Smurfen, De valse Smurf, Honger bij de Smurfen, De honderdste Smurf) zijn later hertekend en uiteindelijk in album verschenen onder die vorm. De eerste Smurfen hadden nog wat puntigere mutsen, bij de hertekende versie is dat al niet meer zo. Om een goed beeld te hebben van hoe de Smurfen écht waren, zijn die 6 kleine albums dus eigenlijk belangrijk. Voor de kunst.

Cover deel 5 en 6.

Cover deel 5 en 6.

Le Soir moet dat ook verstaan hebben. In 2008 verschenen deze 6 boekjes allemaal bij de Franstalig-Belgische krant. Een mooie uitgave. In 2004 werden de eerste 2 weliswaar ook al eens heruitgegeven, maar daar kwamen de 4 andere tot nog toe niet uit. De uitgaven van Le Soir waren dus wel welkom. Een mooie uitgave, maar helaas… direct zeldzaam. Weeral wat om tweedehands te kopen voor (te) veel geld. Maar een verzamelaar van Belgische klassiekers moét dit gewoon goed vinden. Het mag gezegd: ze zijn de moeite. Zo’n verhaaltjes als de eerste (zoals deze 6) zijn er spijtig genoeg nooit meer gekomen in de reeks. Eenvoudig, grappig, luchtig. De Smurfen in hun dorp, vieze Gargamel op de loer. Enkele Smurfen hebben al een duidelijke persoonlijkheid, maar zelden hebben ze al een naam. Smurfenverhaaltjes om van te smullen. Voor alle leeftijden, nog niet de kinderlijke variant van later. Die dekselse Smurfen toch.

(Les Schtroumpfs noirs, Le Voleur de Schtroumpfs, L’œuf et les Schtroumpfs, Le Faux Schtroumpf, La Faim des Schtroumpfs, Le Centième Schtroumpf)
Reblog this post [with Zemanta]

Commentaar (1) »

Johan et Pirlouit intégrale 4: Les années Schtroumpfs

Cover Les années Schtroumpfs

Cover "Les années Schtroumpfs"

Tekenaar Peyo is heel erg bekend geworden met zijn Smurfen, maar veel mensen zijn helaas vergeten dat de Smurfen eigenlijk personages waren uit Johan en Pirrewiet. Deze succesvolle reeks gaat over schildknaap Johan en zijn onafscheidelijke vriend, nar Pirrewiet. De eerste is een held zoals we die al jaren kennen. De tweede is een soort antiheld. Hij vlucht liever dan te moeten vechten, eet veel te veel, zingt graag maar ongelooflijk vals en hij is zeer snel op zijn tenen getrapt. Bovendien is het een grote kwajongen. Hoewel, groot… Pirrewiet is een dwerg. Een dwerg die wel een reus lijkt naast de Smurfen, dat wel.

De Smurfen kwamen maar in de loop van hun avonturen aan bod. Ik berichtte er al eerder over op deze weblog. Hoewel ze niet bedoeld waren voor het eeuwige leven, zijn ze veel populairder geworden dan Johan en Pirrewiet. Het leidde helaas tot het stopzetten van die laatste reeks. Peyo had alleen nog tijd voor de Smurfen, wat hij niet altijd even leuk vond.

Uitgeverij Dupuis vond het dan ook hoog tijd om die vergeten reeks weer wat onder de aandacht te brengen. Sinds enkele jaren geven ze daarom de volledige reeks uit in een nieuwe verpakking, de “intégrales”. Onder die noemer geven ze ook andere reeksen uit (Robbedoes en Kwabbernoot en Lucky Luke bijvoorbeeld), waarbij ze telkens enkele verhalen bundelen en er wat extra informatie aan toevoegen. Extra tekeningen en wat uitleg dan vooral. Helaas blijft het onvertaald: je moet je beste Frans bovenhalen. De strips op zich zijn wel in het Nederlands te verkrijgen in de betere boekenwinkel en bibliotheek. De dikke boeken dus niet. Van die dikke boeken is nu het laatste deel uitgegeven in de reeks “Johan et Pirlouit”, zoals ze dan heten in het Frans. Het bundelt de 4 laatste albums van Peyo (met hierbij de vermelding dat er na zijn dood nog 4 andere albums zijn gemaakt).

Het boek zelf bevat leuke onuitgegeven platen en kort het hele internationale verhaal van de Smurfen. Ze vermelden ook dat er nog enkele platen van Johan en Pirrewiet verschenen na het laatste lange verhaal (zie hieronder), maar gek genoeg zijn die niét opgenomen in deze “integrale” reeks. Jammer, want dat zou wel extra interessant geweest zijn. Zo is deze reeks boeken toch niet zo compleet. Spijtig, want vermoedelijk gaat niemand die dingen nog eens publiceren: alle rechten zitten bij Dupuis.

Maar al bij al zéker de moeite. Je leert er heel veel bij over Peyo en zijn werk. Smurfen inclusief, ook al gaat deze reeks niet echt over die guitige dwergen.

De verhalen

Eerst is er De oorlog der 7 bronnen (deel 10 uit de reeks). Kort gezegd komen Johan en Pirrewiet toevallig in een verlaten kasteel waar een spook ronddwaalt. Het spook is echter niet van kwade wil, maar heeft door zijn drankzucht heel zijn bevolking uit de streek verjaagd. Hij bedreigde een eigenlijk vredelievende heks en die heeft het land laten uitdrogen als straf. Door toedoen van de Smurfen wordt al snel toch water gevonden in het gebied. De hele regio wordt plots weer vruchtbaar wat direct een aantal opportunisten aantrekt. Zij eisen het land op, allemaal zijn ze zogezegd familie van de oorspronkelijke kasteelheer, nu het spook. Slechts één van hen is rechtmatig de erfgenaam, maar de anderen sluiten een verbond om die man buiten te sluiten. Johan en Pirrewiet proberen recht te laten zegevieren.

In De ring der Merenbergers even geen Smurfen. Een hertog komt terug na te zijn ontsnapt uit zijn gevangenis. Zijn vlucht duurt niet lang, want al snel wordt hij weer gevangen en gedrogeerd. Zo kunnen de kidnappers hun wanpraktijken laten goedpraten omdat doe zogezegd van de hertog zelf komen. Het complot wordt natuurlijk ontmaskerd.

Dan volgt Het Onzalige Land, een op en top Smurfenverhaaltje in de reeks. Een gevangen Smurf komt in het kasteel terecht en wordt bevrijd. Hij heeft helaas ook slecht nieuws, maar niemand verstaat wat er aan de hand is. Er is een “smurf die smurf smurft”. Pirrewiet doet alle moeite van de wereld om het te snappen, maar slechts één iets kan het ophelderen: een tocht naar het Smurfenland, bekende als het Onzalige Land. Samen met de koning, uit op een verzetje, gaan de helden naar het land, dat inderdaad heel onzalig is. Het zit vol gevaarlijke plaatsen, zoals bergen en moerassen. Na deze te hebben overwonnen, blijkt het te gaan over een draak die vuur spuwt. Zijn eigenaar, een mens, gebruikt de Smurfen als slaven om diamanten te vinden. Dankzij de hulp van de twee helden komt er natuurlijk verandering in die situatie.

In De hekserij van Bozerik ten slotte komen de Smurfen weer helemaal aan bod. Pirrewiet ontdekt een pratende hond in het bos. Een omgetoverde ridder, zo blijkt. De schurk achter deze daad, Bozerik, aast namelijk op de geliefde van de ridder. Johan en Pirrewiet gaan de man opzoeken. Helaas draait dat wat verkeerd uit en wordt de ridder gevangen genomen. Johan en Pirrewiet besluiten een antimiddel te zoeken, bij tovenaar Homnibus. Die schakelt de Grote Smurf in. Samen met enkele vrienden van de ridder trekken ze dan met z’n allen richting Bozerik. Net voor die kan huwen met de knappe Hildegonde komt alles nog goed.

Uitgeverij: Dupuis

Richtprijs: 22 euro

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Cubitus 5: La truffe dans le guidon!

Cover La truffe dans le guidon

Cover "La truffe dans le guidon"

Sommige striphelden lijken nooit te zullen sterven. Eén van die helden is striphond (geen ijsbeer!) Dommel, één van de Belgische klassiekers. Bedenker en tekenaar Dupa is er intussen helaas niet meer bij, m

aar zijn reeks is gelukkig niet opgedoekt. Zijn opvolgers, Rodrigue en Aucaigne, begonnen een aantal jaren geleden met De nieuwe avonturen van Dommel, getrouw aan de stijl van Dupa. De nieuwe reeks is intussen aan album 5 beland, maar een Nederlandse vertaling is er niet meer bij sinds album 2, helaas… Uitgever Le Lombard vertaalt alleen nog de allerbeste reeksen. Gek genoeg is Dommel daar niet langer bij. Over naar Cubitus dus, in het Frans.

De verhalen van Dommel zijn eigenlijk altijd gelijkaardig: Dommel of zijn baasje Semafoor komen in de gekste situaties terecht. Ze verkleden zich, ze gaan er op uit met een zeer aftandse motorfiets of Dommel maakt ruzie met zijn buurman, kat Balthazar (Sénéchal in ‘t Frans). Semafoor vindt ook al eens wat uit of knutselt al eens, vaak voor de motorfiets waar hij zo dol op is, maar waar Dommel een hekel aan heeft. Niet onverstaanbaar overigens: het ding rammelt bijna uiteen.

Cubitus

Image via Wikipedia

Zoals altijd is dit album een verzameling van gags, grapjes op één pagina. Dit maakt het album goed leesbaar, zelfs voor mensen – zoals ik – met een beperkte kennis van het Frans. Zelf vond ik de 3 vorige onvertaalde albums veel minder goed verstaanbaar. Het Frans zit namelijk vol woordspelletjes, ook in dit album, maar in tegenstelling tot de vorige keren heb ik elke grap kunnen verstaan zonder woordenboek.

Ook gebruikelijk is de aanwezigheid van één langer verhaaltje, vaak een parodie op iets heel bekend, in dit geval Indiana Jones (vorige keren kregen we al Star Wars en Lord of the rings, om je zo een idee te geven). Daarin lijken de personages andere helden, maar als puntje bij paaltje komt zijn ze toch weer gewoon Dommel, Semafoor en Balthazar. Komisch, maar hierin wordt het meest ingewikkelde Frans van het album gebruikt. Wederom geen woordenboek gebruikt, maar ik ben vrijwel zeker dat bepaalde grapjes me ontgaan zijn in dit geval.

Qua tekenstijl is Dommel ook buitengewoon. Zowel Dupa als zijn opvolgers weten ook van de achtergrond een heel gebeuren te maken. Zo komen Dommels vriendjes, een slak en een mini-Dommel, vaak aan bod in de avonturen, maar slechts zelden spelen ze een grote rol. Toch zul je ze ook grappig vinden als je op ze begint te letten, allicht na het album nog eens te hebben gelezen. Zo ontdek je steeds iets nieuw en gaat het niet gauw vervelen.

Kortom, een waardige opvolger voor Dupa’s verhalen, helaas onvertaald gebleven. Desondanks steengoed!

Uitgever: Le Lombard

Prijs: 9,45 (hardcover)

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

Les Schtroumpfs: 120 Blagues et autres surprises – deel 3

Cover 120 Blagues et autres surprises (3)

Cover "120 Blagues et autres surprises (3)"

De Smurfen behoren stilaan tot het culturele erfgoed van België. Sinds enkele jaren is er de traditie om in de (rustige) zomermaanden een album uit te geven met korte grapjes met de Smurfen, allen op één strook, soms maar één tekening: 120 Blagues et autres surprises. Deel 3 daarvan is nu uit. Zoals je ziet, is deze reeks wel Franstalig. Geen nood: je hoeft geen romanist te zijn om de woorden en dus grappen goed te snappen. Een enkele keer zul je misschien een woordenboek nodig hebben, maar dat is dan weer goed voor je talenkennis. Sommige grapjes hebben trouwens geen tekst. Probeer het maar, het zal wel vlot gaan. Een vertaling is er (nog) niet, vrees ik…

Het concept van 120 Blagues et autres surprises is dus heel eenvoudig. Kort en krachtig, want de kwaliteit van de grapjes is best goed. Wie ze heeft bedacht, is een geheim, want als vanouds staat op de albums kortweg “Peyo“, naar de bedenker, die evenwel niets met dit album te maken heeft. Hoe dan ook: het is een fijn boek. Ik kan alleen maar zeggen dat ik nog wacht op de twee nog geplande albums.

Klein feitje over de eerste druk nog: wie de achterkant bekijkt, zal het volgende zien staan:

Juist ja, “à paraître” (= te verschijnen), terwijl je het boek in kwestie net in handen hebt…

Uitgeverij: Le Lombard

Richtprijs: € 9,45 (hardcover)

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter

De Smurfen 28: Het Smurfenparadijs

Cover Het Smurfenparadijs

Cover "Het Smurfenparadijs"

Naar jaarlijkse gewoonte is er weer een nieuw Smurfenavontuur op de markt: Het Smurfenparadijs. De guitige blauwe dwergen van Peyo zijn daarmee aan hun 28ste album  toe. Al is de inbreng van Peyo hier weliswaar nul: hij overleed in 1992. Vrouw Nine en zoon Thierry Culliford zitten weliswaar nog steeds actief in de reeks, respectievelijk als inkleurster en scenarist. Daarnaast werkten ook Alain Jost (scenario) en Pascal Garray (tekeningen) aan dit album mee.

Het verhaal

(Pas op: ik verklap de plot al!)

Het verhaaltje is weer op en top smurf: alles loopt in het honderd, maar de wijsheid van Grote Smurf zorgt er voor dat elke Smurf weer gelukkig kan zijn in het vredige dorpje.

Knutselsmurf is een populaire Smurf: alle Smurfen hebben hem nodig voor allerlei werkjes. Iets kapot? Vraag het de Knutselsmurf. Zelf zou hij liever aan grootse projecten werken, machines die het leven eenvoudiger maken, maar daar komt zo niet veel van in huis. Hij windt zich op en Grote Smurf beveelt hem rust te nemen.

Knutselsmurf neemt een dagje vrij en gaat aan een meer rusten. Hij krijgt er echter een idee en gaat direct aan de slag: hij maakt een buitenverblijf. Als herboren keert hij terug naar het dorp, waar andere Smurfen in de smiezen krijgen dat hij zo gelukkig is. Knutselsmurf vertelt hen zijn geheim, dat zo geen geheim blijft. Al gauw willen alle Smurfen van de rust genieten. Knutselsmurf ziet dat zijn oord in gevaar is en stelt voor dat de Smurfen elk om beurten naar daar gaan. Zo leren ze ook dat vakantie nemen veronderstelt dat je eerst gewerkt hebt. Helaas wordt de overbevolking aan het meertje toch een feit. Bovendien blijkt vakantie ook nog steeds te vereisen dat er gewerkt wordt. Hoe kun je bijvoorbeeld eten op vakantie als er niemand kookt?

Stilaan raakt het dorp verdeeld in Smurfen bij het meer en Smurfen in het dorp. Maar elke Smurf heeft net zijn specifieke talenten, dus zijn die ook verdeeld. De ene helft krijgt slecht eten omdat Koksmurf nog in het dorp is, de andere helft ook omdat Koksmurf geen goede ingrediënten kan krijgen omdat Boerensmurf op vakantie is. Grote Smurf besluit met de achterblijvers naar het vakantieoord te gaan, net op het moment dat Dichtersmurf en Schildersmurf er genoeg van hebben. Zij blijven alleen in het dorp en houden er zo ook de wacht. Gelukkig maar, want Gargamel vindt per toeval het dorp, zo goed als verlaten. Hij besluit er te blijven tot de Smurfen terug zijn. De twee Smurfen rennen naar de anderen. Grote Smurf broedt op een plan: hij beweert Gargamels huis te verbranden. Die doorziet het plan, maar gaat toch een kijkje nemen. Zoals Klein Duimpje laat hij zijn spoor achter, hier in kersvorm. Maar kersen zijn eetbaar, domme Gargamel! Een beer gaat lopen met het spoor en Gargamel is voor de zoveelste keer het spoor kwijt.

De Smurfen hebben intussen genoeg van hun vakantie waar rust toch niet aan de orde is. Het gevaar dat Gargamel hun dorp vernielt, zint hen al evenmin. Ze keren huiswaarts en de oude sleur kan beginnen, weliswaar met opgeladen batterijtjes.

Eind goed, al goed. Wederom een lesje over de wereld, typisch smurf.

Standaard Uitgeverij

Richtprijs: € 5,25

http://www.smurf.com

Reblog this post [with Zemanta]

Laat een reactie achter