
Cover "De verjaardag van Asterix en Obelix"
Klassieke strips, helemaal mijn ding! Een heel bekende klassieker is Asterix, vaak ook al eens foutief benoemd als “Asterix en Obelix”. Asterix is wereldwijd een van de best verkochte stripreeksen, niet in het minst dankzij het uitzonderlijke talent René Goscinny. Deze scenarist had een gouden pen: alles wat hij maakte, werd razend populair. Zo ook Asterix. Goscinny is intussen al jaren dood en dat wordt ook heel duidelijk als we de nieuwste albums van Asterix lezen…
Albert Uderzo, de tekenaar, heeft de reeks toch niet willen stoppen na de dood van zijn vriend. Hij is dan maar zelf in de pen gekropen en laat het tekenen steeds meer over aan anderen. Maar Uderzo is Goscinny niet. Sinds album 25 is er volgens velen – mij inclusief – een dalende trend wat kwaliteit betreft. Tekeningen blijven goed, verhaaltjes worden barslecht. De mythe rond Asterix wordt steeds vaker doorbroken: Asterix wordt verliefd, kan zijn gevoelens niet langer de baas, blijkt nog levende ouders te hebben… Het simpele verhaaltje waarin Romeinen in de pan worden gehakt en er op het einde een groot banket is, is blijkbaar niet meer genoeg. Het vorige album, Het geheime wapen, ging zelfs de toer van sciencefiction op. Ook ik was er niet tevreden over.
Album 34 dan maar, De verjaardag van Asterix en Obelix, met als ondertitel Het guldenboek. Vorige week verschenen ter ere van de 50ste verjaardag van Asterix. Laten we er maar geen doekjes om winden: de negatieve trend is er nog steeds, al is er gelukkig geen sciencefiction te bespeuren in dit album. Wel behoorlijk onorigineel is de terugkeer van bijna alle hoofd- en bijrolspelers van de voorbije albums.
Het begint al on-Asterix: Asterix en Obelix blijken plots 50 jaar ouder te zijn geworden. Alleen Nestorix – de oude brompot – lijkt de tand des tijds te hebben doorstaan. De meesten hebben kinderen, die allemaal de job van papa of mama hebben overgenomen. Obelix geeft zijn geestelijke vader een dreun om hem te straffen voor deze transformatie. Ze worden snel weer hun oude… eh… jonge zelf.
Dan komen heel wat oude bekenden in het dorp aan om Asterix’ en Obelix’ verjaardag te vieren. Zelfs de piraten, die altijd maar weer slaag krijgen, komen de helden een geschenkje geven. Ook de eigen dorpsgenoten hebben geschenkjes in gedachten. Daar gaat het verhaal dan eigenlijk ook over: over die geschenkjes. Eerst komt mevrouw Nestorix op de proppen met nieuwe kledij voor de helden (zelfs een eerbetoon aan Franquin komt aan bod, heel tof dat ze deze grootmeester eren, maar eigenlijk is het ronduit flauw), dan volgt een brief van Walhalla, een ansichtkaart van Tekenis, hun Egyptische vriend, gevolgd door tal van andere cadeaus. Er zijn reflecties over het verleden en heel veel verwijzingen naar andere kunstvormen. Obelix als de Denker van Rodin, Walhalla als de Mona Lisa, Kakafonix/Assurancetourix als lid van de Beatles… Er zijn ook nog verwijzingen naar het pretpark Parc Astérix en de filmwereld. Dat laatste is een duidelijke manier om het boek te vullen en duur te maken. Er worden ‘historische’ bloopers getoond uit vroegere albums. Recyclage van vorige albums met andere woorden. Dubbel in dit geval: eerst wordt de blooper getoond met het voorafgaande stukje dat wel juist was, dan wordt dat stukje nog eens getoond, aangevuld met het uiteindelijke resultaat (zoals dat in de vorige avonturen verscheen). Zeker ook grappig bedoeld, maar ik zie er eveneens een commerciële truc in.
Als afsluiter laten Cleopatra en Caesar nog van zich horen. Caesar probeert nog steeds het dorp in te lijven, maar slaagt natuurlijk weer niet. De klassieke mop, maar dan wel heel erg slecht verteld.
Is er dan iets goed aan dit album? Hm, er staan wel wat platen en teksten in die nog niet eerder in albumvorm verschenen en zo hun plekje krijgen in de reeks. Ze worden helaas opgenomen in één onnozel, lang verhaal over de verjaardag en verliezen zo hun aantrekkingskracht.
Een gemiste kans om de 50ste verjaardag van Asterix in de verf te zetten. Helaas. Goscinny had beslist beter gekund.
Dit kan een beetje grof klinken, maar er is misschien nog hoop voor de reeks: Uderzo heeft beslist dat de reeks mag voortgezet worden na zijn dood. Misschien kan dat het peil van de verhalen terugbrengen naar de periode-Goscinny. Hoewel het heel goed bekend is dat Goscinny een zeer uitzonderlijk talent had. Hoop doet leven. Eén ding is wel zeker: zó kan het niet meer verder!
Uitgever: Les Éditions Albert René
Richtprijs: € 7,50 (softcover, 56 pagina’s)


